Kiezen op eigen kracht

Het werk van schooldecanen is sterk veranderd. Wat vinden zij daar zelf van? Een enquête.

VRAAG OVER VIJF jaar aan een leraar op de middelbare school of hij lesgeeft en hij antwoordt: `Welnee, ik geef geen les. Ik begeleid leerlingen in hun leerproces.'

Zo is het ook met decanen op de middelbare school, die leerlingen van oudsher adviseren bij het kiezen van een studie of beroep. Op een enquête die NRC Handelsblad stuurde naar 2.300 schooldecanen reageerden er 617. Van wie eenderde gepikeerd. Wist de redactie niet dat decanen tegenwoordig `tweedelijnsfunctionaris' zijn in een grote organisatie? Dat zij geen leerlingen maar mentoren (leraren) aansturen? Dat áls ze contact hebben met leerlingen, zij hen niet adviseren, maar begeleiden bij hun zelfstandige keuzes?

Het klinkt als modern jargon, maar het is meer dan dat, zo blijkt in de praktijk. In de geest van het `studiehuis' heeft ongeveer de helft van de scholen de taken van decanen overgedragen aan de klassenmentor. In deze vernieuwing van de hoogste klassen van de Havo en het VWO wordt de leerlingen zelfstandigheid bijgebracht. Zo efficiënt mogelijk lesstof opnemen en verwerken (leren leren), hun tijd goed indelen om alles op tijd af te krijgen (leren werken) en weloverwogen keuzes maken (leren kiezen). Dus ook een opleiding kiezen. Volgens de filosofie van het studiehuis kan de klassenmentor de leerlingen daarbij helpen, zoals hij hen helpt met alle vaardigheden. Elke klas heeft zo'n mentor, een vraagbaak, ofwel een eerstelijnsfunctionaris. Bijna alle decanen lieten weten dat zij de leerling niet meer adviseren, maar aanzetten om op eigen kracht een keuze te maken.

Op de helft van de scholen, zo schat de Nederlandse Vereniging van Schooldecanen (NVS), is de vernieuwing van het decanaat voltooid en treedt de mentor op als decaan. Hij weet welke van de vier `vakkenprofielen' – natuur en techniek, natuur en gezondheid, cultuur en maatschappij, economie en maatschappij – nodig zijn voor een bepaalde studie. Hij beoordeelt samen met de leerling of die beter een beroepsopleiding kan volgen dan een universitaire studie. ,,Hij kent de leerling goed en vervlecht de mogelijke vervolgopleidingen zo vaak mogelijk in andere gesprekken en lessen'', zegt L. Coïni, voorzitter van de NVS. De bedoeling is dat leerlingen voortdurend inzien dat wat zij leren relevant is voor een toekomstige studie of beroep.

Het studiehuis is daarvoor immers opgericht. Jarenlang haakte eenderde van de studenten af, omdat ze hun opleiding te moeilijk of te saai vonden. Een verspilling die bewindslieden, universiteiten en hogescholen wilden voorkomen. Studenten zouden voortaan de nodige studievaardigheden al op de middelbare school onder de knie krijgen en, met behulp van de decaan, een passende studie kiezen.

De `tweedelijnsdecaan' is eerder een specialist op de achtergrond, meldt decaan B. van der Stoep uit Schiedam. Zelf helpt hij bij het bezoek aan opleidingen en verzorgt hij ouder- en voorlichtingsavonden. ,,Met twee andere scholen en de Schiedamse Rotary organiseren de decanen een avond voor leerlingen uit de bovenbouw. Dan praten ze met iemand over zijn beroep.'' Bij tweedelijnsdecaan H. Kramer in Coevorden komen alleen de `echte probleemgevallen' terecht. ,,Leerlingen die niet kunnen kiezen of die van vakkenpakket willen veranderen.''

Een aantal tweedelijnsdecanen laat weten dat hun nieuwe, afstandelijke functie hen niet bevalt: ,,Persoonlijk contact is essentieel'', schrijft een decaan in Leeuwarden. ,,De ontwikkeling staat mij niet aan'', aldus een decaan in Rijswijk. ,,Voor de leerling wordt de decaan een `vreemde' die door de school loopt en soms een klas binnenkomt waarvan hij geen leerling kent'', treurt een decaan in Breda.

Is er dan niets over van de traditionele decaan, die alle leerlingen ontvangt in een achterafkamertje om folders te bekijken van de kunstacademie, geneeskunde of de landbouwuniversiteit? Die regelmatig terugkeert van een bezoek aan hogescholen en universiteiten met een linnen tas vol informatie? Die geen lesgeeft, nooit zeurt over huiswerk?

Op het Koning Willem II College in Tilburg bestaat hij nog. Elke afdeling (Mavo, Havo en VWO) heeft een eigen, ouderwetse decaan, die zijn taken niet heeft overgedragen aan de klassenmentor.

Dit systeem heeft een belangrijk voordeel, vertelt Havo-decaan A. Bensing: continuïteit. ,,Wij kennen elke leerling persoonlijk, vanaf de brugklas tot het eindexamen. Scholieren hebben de neiging van gedachten te veranderen. Ze willen `worden' wat op dat moment `in' is. Als een meisje in de brugklas dierenarts wil worden, een jaar later advocaat en het volgende jaar weer manager, dan weet ik dat, omdat ik haar al jaren ken. Als ze in de vierde klas het vakkenprofiel kiest dat bij management past, dan zeg ik: `zou je niet biologie erbij nemen voor het geval je alsnog dierenarts wilt worden?' Een klassenmentor kent haar maar één jaar en weet zoiets niet.'' Een aantal scholen dat een `tweedelijnsdecaan' had ingevoerd, komt daar langzamerhand al van terug, volgens de NVS.

De kennismaking met studie en beroep duurt op veel scholen vier of vijf jaar. Op het Koning Willem II college begint dit al in de tweede klas, waar de afdelingsdecaan regelmatig lessen geeft over de relatie tussen schoolvakken en de samenleving en de vraag wat leerlingen van zichzelf vinden – ,,de `wie ben ik?' vraag'', aldus decaan Bensing. In de derde klas Havo moeten zij in maart een voorlopige keuze maken uit de vier vakkenprofielen, die twee maanden later komt vast te staan.

Op het VWO kiezen ze in de derde klas tussen een alfa-/gamma- of -bètarichting, omdat zij pas een jaar later aan het eindexamenprogramma beginnen. Aan het einde van de vierde klas moeten de VWO'ers echt één van de vier profielen kiezen. Bensing: ,,Maar ze kunnen in de `vrije ruimte' veel vakken erbij nemen waardoor ze in feite twee profielen volgen.''

Ondanks alle vernieuwingen is de essentie van een opleiding kiezen niet veranderd. Bijna alle decanen vinden `plezier in een vak en motivatie' veruit de belangrijkste redenen om een opleiding te kiezen. De talenten en cijferlijst van de leerling zijn in tweede instantie van belang. De invoering van het studiehuis was bedoeld om de middelbare school beter te laten aansluiten op een studie en leerlingen te leiden naar een `arbeidsmarktkwalificatie'. Maar de decanen blijken daar anders over te denken: aan `kansen op de arbeidsmarkt' hecht geen van hen waarde.

ENQUÊTE