Keuzebegeleiding van begin tot eind

MIDDELBARE SCHOLIEREN zijn vaak slecht voorbereid op het hoger onderwijs en de arbeidsmarkt. Ze zijn onzeker, wereldvreemd en ze weten niet wat ze willen en kunnen. Deze klachten komen zowel van hogescholen en universiteiten als van het bedrijfsleven.

In de tweede fase, op Havo en VWO, wordt steeds meer aandacht besteed aan de samenhang tussen schoolvakken, werk en maatschappij. Wanneer een leerling een goed beeld heeft van zichzelf en van de complexe maatschappij, kan hij gerichter kiezen voor een profiel of vervolgstudie. Loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB), de nieuwe variant van keuzebegeleiding, gaat verder dan het adviseren bij studiekeuze.

Klassenmentor en decaan gaven hun leerlingen altijd al advies bij het kiezen van een vakkenpakket of studie. Maar de keuzebegeleiding viel buiten het normale lesaanbod en leek nauwelijks in verband te staan met andere vakken. Bovendien kregen leerlingen geen beoordeling voor hun inspanningen en soms moesten ze een open dag of studiebeurs in hun vrije tijd bezoeken.

Met de invoering van de tweede fase is de keuzebegeleiding veranderd. Het heet nu loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) en is een geïntegreerd onderdeel van het curriculum, waarvoor ook een aantal `studielasturen' gereserveerd is. Scholen mogen zelf bepalen hoeveel studielasturen ze aan LOB besteden. Gemiddeld is het 40 uur in de bovenbouw van de Havo en 80 uur op het VWO.

Vanaf het eerste jaar van de basisvorming worden leerlingen gestimuleerd over hun toekomst na te denken. `Wat zijn mijn goede en slechte kanten? Wat vind ik interessant? Weet ik al wat ik wil gaan studeren?' Door het maken van opdrachten en vragen tijdens een speciaal mentoruur krijgen scholieren een beeld van hun interesses en capaciteiten. Daarnaast krijgen ze inzicht in het aanbod van studies en beroepen. Aan het eind van de derde klas kiest de leerling voor een bepaald profiel, een onderwijsprogramma dat bestaat uit samenhangende vakken. Er zijn vier mogelijkheden: cultuur en maatschappij, economie en maatschappij, natuur en techniek en natuur en gezondheid.

De meeste Havo- en VWO-scholen werken met de methode `Keuzebegeleiding' van uitgeverij Educatieve Partners Nederland. Deze methode bestaat uit een reeks katerns waarmee de leerling van de brugklas tot aan zijn examenjaar `een zoek- en keuzeproces doorloopt'.

Eenmaal in de tweede fase, vanaf de vierde klas, houdt de leerling zich steeds actiever met studie- en beroepskeuze bezig. In een `toekomstdossier' doet hij verslag van verschillende LOB-activiteiten zoals een snuffelstage, een bezoek aan een studiebeurs of open dag van een universiteit of hogeschool. Voor elk van deze onderdelen is van tevoren een studielast vastgesteld. Het dossier geeft de decaan een volledig beeld van de ontwikkeling van zijn leerlingen en stelt hem in staat advies te geven. Maar leerlingen moeten vooral zelfstandig de juiste keuzes te maken.