Kees van Kooten smijt met drollars en poeperoni

Op de eerste dag van de Kinderboekenweek las Kees van Kooten voor uit een kinderboek dat hij samen met Willem van Malsen maakte. `Poep is altijd leuk,' was het oordeel van de schrijver en zijn jonge publiek.

,,Dit is geen tupperware-middag, ik sta hier niet om mijn boek te verkopen,'' zei Kees van Kooten gisteren tijdens zijn voorleesuurtje in het Letterkundig Museum. Waarna de 58-jarige auteur over de hoofden van de verzamelde kinderen heen toch even de lof zong van de `mooie typografie' en de `schitterende papiersnedes' van het nog niet verschenen kinderboek Het schaampaard dat hij samen met illustrator Willem van Malsen maakte.

Van Kootens optreden, bestaande uit de voorlezing van het typoscript van zijn eerste epische gedicht, was een literaire try-out: ,,Als jullie gaan wandelen, gapen of bûh zeggen,'' sprak hij tot de dertig kinderkopjes (en de veertig volwassenen op de achterste rijen), ,,dan kan ik de tekst altijd nog veranderen voor hij naar de drukker gaat.'' Maar hij had zich geen zorgen hoeven maken. Met uitzondering van twee slapgelachen jongetjes, die eerder door Van Kooten op het podium waren gehaald om te vertellen over hun eigen schrijfervaringen, luisterde iedereen ademloos naar de strak rijmende coupletten. En iedere verwijzing naar de poep waarvoor het paard in het gedicht zich schaamt – in de vorm van `drollars' dan wel `poeperoni' – was goed voor hard gelach.

Het schaampaard is het verhaal van een paard `in de VUT' dat zich niet op zijn gemak voelt tussen zijn eigen uitwerpselen en samen met een anglofiel vriendinnetje (`mag ik jou Claartje dopen/ dat past goed bij een kauw') zoekt naar alternatieve toiletmogelijkheden. Na een lelijke eend in de wei als pot te hebben uitgeprobeerd (`Deux-chevaux is tweemaal paard/ Zo praten ze, de Fransen') verhuist het schaampaard naar het gazon van een aardig meisje, waar het dankzij een slim verstopte superlatrine `voorgoed een trotsknol' wordt.

Spectaculair kon je de plot niet noemen. Het was de toon van Van Kooten – het snelle binnenrijm, de slimme woordspelingen, het strooien met moeilijke woorden (,,dan leer je die al vast'') – die de muziek maakte. Bovendien was er het kleurrijke illustratiewerk van Van Malsen, dat in plastic mappen aan de kinderen werd doorgegeven. En niet te vergeten het onderwerp van het gedicht. ,,Poep is altijd leuk,'' concludeerde Van Kooten, die 25 jaar geleden al furore maakte met een sketch over de wereldkampioenschappen figuurpoepen. Tot hilariteit van de 6- tot 9-jarigen vertelde hij bij wijze van toegift `Een koffer met poep' uit Koot graaft zich autobio (1980) in het kort na.

Daara was er tijd voor vragen uit het publiek. Waarom poep bruin is, wist Van Kooten niet, maar wel waarom dit pas zijn eerste kinderboek was: ,,Ik heb niet zoveel fantasie, en schrijf dus meestal over mezelf en mijn familie.'' Annie Schmidt was zijn grote voorbeeld, en ,,een boek is het fijnst als je denkt, ik wil verder lezen, maar ik doe het niet, dan heb ik morgen nog wat – net als een chocoladeletter.'' Geen toeval dus dat Het schaampaard nog voor Sinterklaas in de winkel ligt.