`Ik dans nog, en dat telt'

Gérard Lemaître (63), oud-sterdanser van het Nederlands Dans Theater en vast lid van NDT III, het gezelschap voor oudere dansers, krijgt zaterdag de Prijs van de Nederlandse Dansdagen Maastricht voor zijn uitzonderlijke bijdrage aan de Nederlandse dans.

Hij werd al eens geridderd, en mag zich sinds 1998 Officier de l'Ordre des Arts et des Lettres noemen. Toch is danser Gérard Lemaître (Parijs, 1936) zeer ingenomen met de Prijs van de Nederlandse Dansdagen Maastricht, die hij zaterdag als eerste in ontvangst zal nemen en waar een bedrag van 25.000 gulden aan verbonden is: ,,Wat een eer, en daarbij - wat een geldsom! Dat zie je niet vaak in de danswereld.''

Lemaître kreeg zijn opleiding aan de École du Châtelet in Parijs, danste kortstondig bij Roland Petit en sloot zich in 1960 op verzoek van Hans van Manen aan bij het Nederlands Dans Theater. Daar ontpopte hij zich tot sterdanser en muze van vooraanstaande choreografen als Jirí Kylián, Glen Tetley en William Forsythe. Nadat Lemaître in 1982 afzwaaide bij het NDT, ging hij werken als dansdocent en balletmeester of repetitor bij onder andere het Rotterdamse Scapino Ballet en het ballet van de opera in Lyon. ,,Ik was niet ongelukkig, hoor'', zegt hij over de negen jaar dat hij niet zelf als danser actief was. ,,Ik vond het lesgeven leuk, maar balletmeester zijn is niks voor mij. Je moet alle finesses van een stuk kennen, elke voorstelling bijwonen, en nooit is er iemand die je aanspreekt of complimenteert. Alle lof gaat naar de dansers en de choreograaf. Voor de dansers fungeer je daarbij als praatpaal: je bent hun psychiater, belastingadviseur, noem maar op. Stomvervelend.''

In Lyon ontstond bij Lemaître het idee voor een gezelschap voor oudere dansers. Een voorstel aan het Franse Ministerie van Cultuur leverde niets op. In 1991 liep hij in Marseille Sabine Kupferberg tegen het lijf, jarenlang zijn danspartner bij het NDT en de echtgenote van Jirí Kylián, toen nog artistiek directeur van de groep. Lemaître: ,,Negen maanden nadat ik Sabine had ontmoet belde Jirí me op en zei: `Kom maar naar Den Haag, we gaan beginnen.''' Kylián had NDT III opgericht, een klein, select gezelschap van dansers van boven de veertig dat voortaan vast onderdeel van het NDT zou vormen. De terugkeer naar het Dans Theater kwam voor Lemaître als een geschenk uit de hemel: ,,NDT III was mijn redding. Ik wilde erg graag weer het podium op, en bovendien had ik in Frankrijk steeds minder te zoeken. Nederland is veilig, de mensen zijn tolerant, de faciliteiten geweldig. Alleen het weer is slecht, maar dat is heel gezond voor een atleet.''

De vijf leden van NDT III dansen jaarlijks twee nieuwe programma's, en reizen daarnaast de wereld rond voor workshops en optredens op verzoek. ,,We worden eigenlijk overal met respect en égards ontvangen'', aldus Lemaître. ,,Toch heeft ons initiatief nergens navolging gekregen, zoals ik aanvankelijk hoopte. Het vergt kennelijk een sterke persoonlijkheid als Kylián om zoiets van de grond te tillen. Daarbij kunnen of willen niet alle dansers zo lang doorgaan als wij. Het lichaam verslijt onherroepelijk, je wordt een beetje een rammelende auto. Ik ben de afgelopen twee jaar zes keer geopereerd: aan liesbreuken, aan een hernia. De hernia is een rechtstreeks gevolg van mijn leven als danser. Er zijn dagen dat ik mezelf met moeite naar de repetitie sleep, maar zodra ik er ben, vergeet ik alles. Ik dans nog, dat is het enige dat telt.''

Voor een workshop stelde choreograaf Jirí Kylián onlangs een video samen met hoogtepunten uit Lemaîtres carrière, die meer dan vijftig jaar bestrijkt. Lemaître: ,,Toen ik de beelden zag, was ik voor het eerst niet teleurgesteld of kritisch, maar trots. Als je danst zie je alleen je eigen fouten; afstand brengt tevredenheid.''