Huisarts kan het niet alleen aan

Minister Borst (Volksgezondheid) en de Landelijke Huisartsenvereniging willen dat huisartsen verpleegkundigen aannemen om hen te ondersteunen. Niet alle huisartsen zijn enthousiast. Waar haal je bijvoorbeeld genoeg verpleegkundigen vandaan?

In haar tijdelijk onderkomen in Huize Sint Petrus zit mevrouw van Elswijk (80) met een haakwerkje bij het raam. Ze heeft na een lichte hersenbloeding drie weken in het ziekenhuis gelegen en verblijft in het verzorgingshuis totdat ze weer voor zichzelf kan zorgen.

Praktijkverpleegkundige Corinne Agterof, sinds begin september werkzaam als extra hulp voor de vier huisartsen van Bleiswijk (10.000 inwoners), bezoekt haar om te kijken wat voor zorg ze nodig heeft als ze weer thuis is. Het is de eerste kennismaking.

De praktijkverpleegkundige? Mevrouw van Elswijk wil haar dokter! ,,Ik heb drie weken in het ziekenhuis gelegen en ik heb de dokter niet gezien'', zegt ze verwijtend. En trouwens, daarvoor was hij er ook haast nooit. ,,Bel je 's avonds, is hij er niet. Moet er een dokter komen uit Zevenhuizen-Moerkapelle. Maar dan heb je stoplichten, een overweg... voor hij er is ben je dood!''

Precies!, zegt Agterof. Dat is de reden dat zij als verpleegkundige aan de praktijk is toegevoegd. Huisartsen hebben te veel te doen, de werkdruk is te hoog, de bezoeken aan ouderen schieten erbij in. Die zal zij dan ook gedeeltelijk overnemen, naast de zorg voor patiënten met chronische ziekten als astma en diabetes. Artsen hebben toch ook recht op vrije dagen? ,,Ja dat weet ik wel'', zegt mevrouw van Elswijk onwillig. ,,Ik blijf erbij: Ik vind het niks.''

De landelijke huisartsenvereniging LHV wijdt vandaag een ledenvergadering aan een omstreden thema: `werkdrukverlichting'. Eerder dit jaar sloot de LHV hierover een convenant met minister Borst. De huisartsen mogen een deel van de geschatte opbrengst (300 miljoen gulden) van een nieuw elektronisch voorschrijfsysteem besteden aan de aanstelling van verpleegkundigen in hun praktijk. Her en der zijn ze nu al werkzaam, betaald door een verzekeraar of door de huisartsen zelf. Met het extra geld moet de praktijkverpleegkundige binnen vijf jaar een vaste plek krijgen in de huisartsenpraktijk, vindt de LHV. Eén verpleegkundige per drie of vier huisartsen, zodat tegelijk de samenwerking wordt bevorderd. Corinne Agterof is de eerste die uit het nieuwe potje moet worden betaald.

Mevrouw van Elswijk is niet de enige met bedenkingen. De Zwijndrechtse huisarts W. Kateman vindt dat niet al het beschikbare geld aan praktijkverpleegkundigen moet worden besteed. Samen met enkele collega's stuurde hij een enquête aan alle 7.500 huisartsen. Zestig procent stuurde die volgens hem ingevuld terug, en daarvan vond 80 procent dat het geld ook ten goede zou moeten komen aan andere dingen. Zo zouden veel huisartsen liever hebben dat er een oplossing komt voor hun nacht- en weekenddiensten. ,,Vannacht had ik drie visites en om half acht zat ik er weer voor het spreekuur. Als dáár centen voor vrijkomen zou ons dat zeer welgevallig zijn'', aldus Kateman.

Er zijn al oplossingen, maar meestal betalen de huisartsen die zelf. Zo heeft Rotterdam een systeem van 'huisartsenposten', waarbij de huisartsen 's nachts ondersteuning krijgen van assistenten en vervoerd worden per taxi.

Kateman vraagt zich bovendien af waar alle praktijkverpleegkundigen vandaan moeten komen. ,,We zitten met ziekenhuizen die afdelingen sluiten wegens het gebrek aan verpleegkundigen. Dan vind ik het maatschappelijk onverantwoord als huisartsen ook nog eens een beroep op hen gaan doen.'' Niettemin heeft ook hij een verpleegkundige in dienst die zijn `suikerspreekuur' doet. ,,Een van mijn assistentes, die toevallig ook verpleegkundige is. Heel veel huisartsen hebben het al zo geregeld. Een echte verpleegkundige erbij zou ons alleen maar tijd kosten.''

In het begin kost het tijd, bevestigt huisarts R.L. Warnaar (55), een van de vier werkgevers van Corinne Agterof. Doorverwijzen naar de verpleegkundige vergt voorlichting aan de patiënt, overleg met de verpleegkundige over de wijze van behandeling, overleg met de andere huisartsen en met de assistentes over de precieze invulling van haar taak. Omdat Warnaar maar één spreekkamer heeft, boekt hij wel direct tijdwinst door de komst van de praktijkverpleegkundige. Immers, als Agterof bij hem haar wekelijkse spreekuur heeft, moet hij wel iets anders gaan doen. ,,Maar hij moet er wel zijn'', zegt Agterof. ,,Ik werk onder zijn verantwoordelijkheid.''

De Bleiswijkse huisartsen, die oorspronkelijk met zijn drieën waren, hebben al veel meer gedaan om burn-out te voorkomen. Ze hebben hun zuigelingenbureau afgestoten, ze doen geen bevallingen meer, ze hebben hun assistenten extra laten opleiden en een vierde collega aangetrokken. Toch blijft de werkdruk groeien, zegt Warnaar. Behalve aan de vergrijzing en het beleid van ziekenhuizen om mensen eerder te ontslaan, wijt hij dat vooral aan de toegenomen medische consumptie. ,,Men wil niet meer ziek zijn.'' In Bleiswijk ziet hij dat vooral onder de `import'. Ergens heeft hij er wel weer begrip voor. ,,Er is natuurlijk een hoop onzekerheid. ,,We zijn allemaal bang dat we een vervelende ziekte krijgen. Maar je moet ook eens nee kunnen zeggen. Anders draag je eraan bij dat die consumptie alleen maar steeds meer wordt.''

Een 73-jarige `oude Bleiswijker' die nog altijd werkt (,,in de landbouw''), trekt zijn trui uit om Agterof zijn bloeddruk te laten meten. Sinds hij onlangs even in het ziekenhuis lag is zijn bloedsuiker te hoog. ,,De huisarts heeft maar tien minuten per patiënt'', zegt Agterof. ,,Ik reken twintig, dertig minuten. Het moet ook een kwaliteitsverbetering zijn.''

Ze vraagt hoe de man zichzelf insuline toedient (schuin, doet hij voor, in zijn linkerbovenbeen), controleert de spuitplek, vraagt hem op de weegschaal te gaan staan en noteert het een en ander in zijn `diabetesdagboek'. Verder raadt ze hem aan tijdelijk meer insuline te spuiten. ,,Over drie maanden zie ik u weer. Dan kijken we ook even naar de eeltvorming op uw voeten. Maar als u vragen heeft tussendoor kunt u me altijd bellen.''