De Zalmnorm II

WAT MOET NEDERLAND beginnen nu de afsluiting van het tijdperk van de begrotingstekorten eindelijk in zicht komt? Het regeerakkoord is hierop niet voorbereid. Volgens de ijzeren discipline van de Zalmnorm zijn bij de formatie van Paars II de grenzen voor de uitgaven en de bestemming van meevallers aan de inkomstenkant vastgelegd. In het behoedzame groeiscenario was niet voorzien dat de vernuftige verdeelsleutel die was bedacht – meevallers gaan variabel naar het financieringstekort en naar lastenverlichting – al zo snel achterhaald zou raken. Op kasbasis deed zich in augustus tijdelijk een klein begrotingsoverschot voor en met een beetje economische meewind kan deze situatie zich binnen afzienbare tijd bestendigen.

Parlementariërs raken zenuwachtig bij het vooruitzicht dat er weer wat te verdelen valt. En dus komen ze met voorstellen om extra geld uit te geven aan zorg en onderwijs. Deze twee zijn hard op weg de mantra te worden van Kamerleden die het beste voor hebben met de samenleving. Voor sommige partijen zit bij het onderwijs en de zorg toevallig ook een groot deel van de electorale achterban.

Het kan geen kwaad iets langer na te denken over het verschijnsel begrotingsoverschot. Tenslotte kende Nederland voor het laatst een overschot in 1973, het eerste jaar van het kabinet-Den Uyl, en bedroeg de staatsschuld in 1977, het laatste jaar van het kabinet-Den Uyl, veertig procent van het bruto binnenlandse product. Om te beginnen: de staatsschuld bedraagt nu 62,5 procent en een begrotingsoverschot is in industrielanden geen uitzondering. Van de landen waarmee Nederland zich graag vergelijkt, hebben de Verenigde Staten, Canada, Zweden, Denemarken, Finland, Ierland, Luxemburg, Noorwegen, IJsland, Nieuw Zeeland en Australië dit jaar een overschot op hun begroting.

Ten tweede: Nederland torst in 2000 een staatsschuld van 530 miljard gulden met zich mee. Daarover wordt bijna dertig miljard gulden rente per jaar betaald aan beleggers in Nederlandse staatsobligaties. Dat is ruwweg vier keer zoveel als aan ontwikkelingssamenwerking en twee keer zoveel als aan defensie wordt uitgegeven.

DE ZALMNORM heeft goed gewerkt voor de uitgavendiscipline en de vermindering van het financieringstekort. Het is nu tijd voor de Zalmnorm II ter terugdringing van de staatsschuld. Daarbij kan het mechanisme van de `oude' norm eenvoudig worden getransponeerd. Bijvoorbeeld door af te spreken dat bij een behoedzaam groeiscenario de helft van het overschot voor de vermindering van de staatsschuld wordt gebruikt en de andere helft voor lastenverlichting of extra uitgaven. Waarbij reserveringen in verband met de vergrijzing een prominente plaats krijgen. Bovendien kan worden afgesproken dat de rentemeevaller die het gevolg is van de dalende staatsschuld volledig ten goede komt aan versnelde aflossing van de schuld.

Stel dat het overschot één procent van het bruto binnenlandse product is, dat wil zeggen ongeveer 8,5 miljard gulden. De helft hiervan, 4,25 miljard, komt ten goede aan schuldvermindering. Het rentevoordeel (bij vijf procent rente) bedraagt 212 miljoen gulden. In één jaar neemt de staatsschuld dan af met bijna 4,5 miljard gulden. Op het totaal van 530 miljard is dat een bescheiden begin. Uit dit rekenvoorbeeld blijkt dat dit een kwestie van lange adem is. Het heeft een kwart eeuw geduurd om de schuld zo hoog te laten oplopen en het zal jaren kosten om het bedrag te verminderen. Dit is iets voor een nieuw regeerakkoord en een volgende kabinetsperiode.