DE KEUZEGIDS

De Keuzegids Hoger Onderwijs, die vandaag voor het vijfde achtereenvolgende jaar verschijnt, is een consumentengids voor de kritische student. Er zijn in Nederland honderden studies aan 52 hogescholen en 13 universiteiten. Sommige opleidingen zijn uniek, andere worden op vele plaatsen aangeboden. En de onderwijsinstellingen hebben allemaal hun eigen wervende slogans, verpakt als informatie in advertenties en op open dagen. In deze chaos probeert de Keuzegids orde te scheppen. Niet alleen door simpelweg ranglijstjes te tonen van goede en slechte studies, maar ook door te vergelijken op een groot aantal onderdelen. Zoals faciliteiten (computers en bibliotheken), organisatie (roosters en tentamens) en niveau (kwaliteit docenten en vakken).

De kwaliteitsvergelijkingen van de Keuzegids zijn gebaseerd op vier bronnen: de studenten zelf, het oordeel van deskundigen, het studietempo en gegevens over de arbeidsmarkt.

Studenten In opdracht van de Keuzegids voert het onderzoeksbureau Research voor Beleid elk jaar een telefonische enquête uit onder 12.000 studenten. De gegevens in de gids van dit jaar zijn gebaseerd op de enquêtes die in het voorjaar van 1999 en 1998 zijn gehouden. De studenten kregen 27 vragen in tien groepen (`inhoud', `samenhang', `zelfstandig leren denken', `docenten' enz.), die ze met een rapportcijfer moesten beantwoorden. Per groep werd een gemiddelde berekend voor elke opleiding.

Deskundigen Eens in de paar jaar krijgen opleidingen een zogeheten visitatiecommissie over de vloer. Deze commissies bestaan uit vakgenoten, onderwijsexperts en vaak een student. Van de studies waarover hooguit twee jaar geleden een visitatierapport is verschenen, worden de resultaten hiervan vervat in het oordeel dat de Keuzegids geeft.

Studietempo De prestatiebeurs maakt het noodzakelijk een studie binnen redelijke tijd af te ronden. De Keuzegids maakt gebruik van cijfers van de HBO-raad en de samenwerkende universiteiten (VSNU) om de studietempi te vergelijken.

Arbeidsmarkt Gegevens over de arbeidsmarkt (werkloosheid, salarismogelijkheden en toekomstverwachtingen) zijn gebaseerd op de HBO-Monitor en diverse andere onderzoeken.