Crossing Border houdt de grenzen gesloten

,,Jullie zijn van mij verlost'', verzuchtte de New-Yorkse schrijver Abraham Rodriguez aan het eind van zijn korte voorleesbeurt. Het publiek op de openingsavond van het Haagse Crossing Border Festival was overduidelijk niet voor hem gekomen, maar voor hoofdact Willy DeVille. Rodriguez' intrigerende verhaal over het meisje Vicky dat een filmcamera koopt om net zo rijk te worden als Abraham Zapruder, de man die de moord op John F. Kennedy filmde, was nauwelijks besteed aan het eenkennige publiek van overwegend oudere rockliefhebbers. Grenzen tussen pop en literatuur bleven gesloten, terwijl Crossing Border ze juist probeert te doorbreken. Wel was de avond bij voorbaat een succes, want zowel het concert van DeVille als de avond in de Nieuwe Kerk met solo-optredens van de leden van de Duitse groep Can waren uitverkocht, hoewel van de laatstgenoemden het meest in het oog springende bandlid Holger Czukay wegbleef en er door de overige Can-leden niet gezamenlijk werd gemusiceerd.

De Nieuwe Kerk leende zich door de geraffineerde akoestische aanpassingen uitstekend voor de beheerste soloprojecten van Can, variërend van vrij bedaagde space rock door gitarist/violist Michael Karoli en zijn groep Sofortkontakt tot monotone dansmuziek van Club Off Chaos rond de menselijke drummachine Jaki Liebezeit. Toetsenman Irmin Schmidt nam plaats achter de vleugel voor zijn interessante mengeling van house- en lounge-muziek. Het was een avond voor de verstokte fans van Can, die zich konden vergapen aan de muzikale egotrips van gerespecteerde popveteranen.

De festival-atmosfeer van Crossing Border kwam op de openingsavond moeizaam op gang, omdat de concerten elk een vastomlijnd eigen publiek trokken. Het festival is dit jaar als vanouds gesitueerd op verschillende locaties rond het Spuiplein, nadat de editie van vorig jaar in het Congresgebouw teveel op een ordinair popfestival was gaan lijken. Vanavond barst Crossing Border in alle hevigheid los, met films, schrijvers, dichters en popgroepen die de nadruk leggen op poëtische teksten of grensdoorbrekende muziek. Dat de met veel publiciteit aangekondigde optredens van de veelbelovende groepen Gomez en Arab Strab vanavond niet doorgaan, is volgens organisator Louis Behre geen groot gemis. Hij programmeert bewust de wat `moeilijkere' acts, omdat je die nergens anders te zien krijgt. Behre wil een publiek dat afkomt op het hele festival, en niet op een individuele pop-favoriet.

Bij het voorprogramma van Willy DeVille was dat duidelijk wel het geval, gezien de lauwe reacties op de wonderschone zigeunermuziek van het Zuid-Franse Tekameli en de verstikkende apathie die Abraham Rodriguez moet hebben gevoeld toen hij merkte dat het schrijven van een goed boek (Spidertown) hem niet automatisch tot een boeiend voordrachtskunstenaar heeft gemaakt. Een halfuur te laat betrad de broodmagere Willy DeVille het podium, met een angstwekkende voodoo-pruik over de achterovergekamde zwarte lokken. Na het afleggen van zijn vermomming bracht hij een van franje ontdane unplugged-versie van zijn doorleefde rhythm & bluesmuziek met een nieuwe, overwegend akoestische en nog niet geheel soepel samenspelende band. Twee fantastische gospelzangeressen gaven de rugdekking die contrabas en percussie hem niet konden bieden, want vergeleken bij de meeslepende blanke soul van eerdere concerten kwam de aan zijn barkruk gekluisterde Willy DeVille letterlijk en figuurlijk moeizaam van de grond. De roep om oude nummers werd met gespeelde tegenzin beloond met een mariachi-uitvoering van Hey Joe en een teleurstellend houterig Spanish Stroll, waarbij de kikker in DeVille's keel het op een kwaken zette. Het was een lauw begin van Crossing Border, dat de werkelijke verrassingen voor vanavond, vrijdag en zaterdag bewaart.