Concurrentie schept Océ van achteren

Met het schrappen van duizend arbeidsplaatsen grijpt bestuursvoorzitter Van Iperen hard in bij Océ. Van het zonnige perspectief dat voorganger Pennings anderhalf jaar geleden schetste bij zijn aftreden resteert weinig.

Harrie Pennings, voormalig bestuursvoorzitter en nu commissaris van Océ, is een illusie armer. ,,Concurrentie van buiten? Die komt niet. Dat kan niet'', zei hij april vorig jaar in een afscheidsinterview met deze krant. ,,Ik heb 35 man op de octrooiafdeling zitten. Die moeten elke dag naar buiten kijken wat er om ons heen wordt ontwikkeld. En ik kan u vertellen: er komt voorlopig niets aan. Er is niets aan de hand.''

Enkele maanden tevoren had Pennings tot veler verrassing Jan Hovers van Stork als zijn opvolger binnengehaald. Met die stap passeerde hij Rokus van Iperen, opgeleid als kroonprins, maar volgens sommigen nog te jong. Achteraf bezien is het dikke jaar dat Océ heeft doorgebracht onder de hoede van Hovers verloren tijd geweest. De opvolger van Pennings moest deze zomer het veld ruimen en de beoogde opvolger Van Iperen kreeg alsnog het roer in handen.

Hovers bleek een tussenpaus. De voortvarendheid waarmee Van Iperen intussen is begonnen aan de opruiming van `de erfenis Pennings' roept herinneringen op aan de harde aanpak waarmee Cor Boonstra bij Philips de nalatenschap van Jan Timmer te lijf ging. Van Iperen houdt, nauwelijks anderhalve maand na zijn aantreden, huis met een reorganisatievoorziening van 55 miljoen euro die Océ in het vierde kwartaal diep in de verliezen zal drukken. Schokte Van Iperen begin september de vakbonden met de aankondiging van een verlies van ten minste tweehonderd banen in Nederland, minder dan een maand later komen daar internationaal nog eens achthonderd banen bij.

Van het zonnige toekomstperspectief dat Pennings schetste bij zijn vertrek is weinig meer over. Belangrijkste tegenvaller voor het Limburgse concern is dat van de vraag naar conventionele analoge printers weinig resteert. ,,Op de grote beurzen lopen de klanten de analoge producten voorbij'', zegt een kenner van de branche. ,,Ze willen allemaal digitaal, ook al biedt dat weinig extra's als je zo'n apparaat niet gebruikt in een netwerk.'' De vraag naar analoge copiers en printers is zo dramatisch teruggelopen dat Océ heeft besloten voor dit segment geen nieuwe apparaten meer te ontwikkelen. De inspanning wordt voortaan geheel geconcentreerd op de categorie digitaal.

Maar juist hier is de prijzenslag losgebarsten. Niet alleen een gigant als het Amerikaanse Xerox maakt digitale copiers, ook tal van kleine Japanse bedrijven hebben het kunstje inmiddels onder de knie. Van de technologische voorsprong van Océ is weinig meer over. Een concurrerend apparaat maakt misschien 65 in plaats van 75 printjes per minuut, maar dat is eigenlijk alleen maar van belang als een apparaat full time staat te draaien. De meeste klanten hebben een interessanter onderscheidend aspect ontdekt: de prijs.

De superieure kwaliteit van digitale apparaten heeft voor Océ bovendien nadelen. ,,Ze hebben minder service nodig'', zegt een woordvoerder. Daarmee is verklaard waarom een belangrijk deel van de ontslagen die Océ heeft aangekondigd zullen vallen op de service-afdeling. Belangrijkste slachtoffers zijn waarschijnlijk de monteurs die in de afgelopen jaren expertise hebben opgebouwd met onderhoud en reparatie van analoge apparaten. Hun kennis zal geheel gedateerd zijn als over een paar jaar de laatste klanten van Océ hun analoge copiers hebben afgeschreven. Natuurlijk, ook bij een digitale copier moet de toner verwisseld worden, maar de implementatie van nieuwe software vergt een nieuwe specialisatie.

Behalve in de serviceverlening vallen de ontslagen bij Océ in de productie en in de logistiek. Océ is al jaren bezig het totaal van een slordige 12.000 onderdelen dat wordt verwerkt in een kopieerapparaat terug te dringen. Het Limburgse bedrijf wil minder onderdelen aangeleverd krijgen, en completere halffabrikaten. Daarmee verdwijnt een deel van de assemblage naar toeleveranciers.

De logistiek, bijvoorbeeld de aanlevering van vervangingsonderdelen, wil Océ centraliseren en ook meer uitbesteden. Nu al zijn de vorkheftruckchauffeurs die bij Océ rondrijden in dienst van transportbedrijf Frans Maas.

Het scala aan maatregelen moet een slordige 15 procent aan kostenbesparingen opleveren. Op die manier hoopt Océ het hoofd boven water te houden in de shakeout die gaande is op de markt.

Océ kan zich niet langer de luxe permitteren zelfverzekerd uit het raam te kijken om ze zien op welke afstand de concurrentie zich bevindt. Van Iperen zal eerder de glazen bol moeten hanteren in de hoop dat de technologische vernieuwingen die bij het concern in de pijplijn zitten snel verkoopbare producten opleveren, sneller dan de concurrentie. Nieuwe vondsten als de digitale kleurencopier, een inkjetprinter op posterformaat en een nieuw supersnel kleurenapparaat zullen pas op zijn vroegst in 2001 verlichting bieden.

Océ houdt de blik hoopvol gericht op de toekomst en ook de lichtpunten waaraan Philips zich in moeilijker tijden vasthield. Maar daarmee houdt de vergelijking tussen de twee concerns op. Naar verluidt liep commissaris Pennings gisteren nog met een opgeruimd gezicht rond op het Venlose hoofdkantoor. Het voorbeeld van Timmer om als toezichthouder direct zijn consequenties uit het nieuwe beleid van zijn opvolger te trekken lijkt Pennings dan ook niet te volgen.