Boer en Brit

Honderd jaar geleden, om precies te zijn op 11 oktober 1899 om 17.00 uur, begon de Boerenoorlog. Die oorlog heeft een verpletterende indruk gemaakt op de tijdgenoten, niet alleen in Zuid-Afrika en Engeland, maar ook elders in Europa en vooral in het stam-, taal- en bloedverwante Nederland, waar men over de Boeren of Afrikaners, zoals de Nederlandstalige inwoners van Zuid-Afrika ook wel genoemd werden, sprak als `onze neven'. De oorlog was dan ook om vele redenen verbijsterend.

Om te beginnen was er het enorme machtsverschil tussen de strijdende partijen. De twee Boerenrepublieken, Transvaal en Oranje-Vrijstaat, waren toen zo ongeveer de kleinste staatkundige eenheden van de wereld. De totale Afrikanerbevolking – er waren ook nog andere inwoners, zwarten, gekleurden en blanke, vooral Engelse, immigranten, die geen burgerrecht bezaten, de zogenaamde `Uitlanders'– van de twee republieken samen telde nog geen 250.000 zielen. Daarbij vergeleken is Luxemburg een grootmacht. De tegenpartij, het Britse Empire, daarentegen was toen het machtigste rijk ter wereld. Het omvatte een kwart van de wereldbevolking. Juist om die reden was het meest verbazingwekkende van deze oorlog dat dat machtige Britse Empire niet in staat bleek de oorlog te winnen, althans niet op korte termijn. De strijd duurde niet, zoals verwacht, een paar maanden, maar ruim tweeëneenhalfjaar (van 11 oktober 1899 tot 31 mei 1902). De Britten waren gedwongen steeds meer troepen naar Zuid-Afrika te sturen. In totaal waren bijna een half miljoen Britse en imperiale troepen bij het conflict betrokken.

Omdat de oorlog uitliep op een guerrilla-oorlog sloten de Engelsen de burgerbevolking op in interneringskampen, waaraan zij de weinig gelukkige naam van `concentratiekampen' gaven. De toestanden in die kampen waren mensonterend. Bijna dertigduizend vrouwen en kinderen kwamen er om. Door dit alles werd de weerstand van de Boeren ten slotte gebroken. Bij de Vrede van Vereniging, zo genoemd naar de plaats waar de vrede werd gesloten, accepteerden zij hun nederlaag. De republieken verloren hun onafhankelijkheid. Wel werd echter afgesproken dat zij op korte termijn zelfbestuur zouden krijgen. Ook werd het Nederlands naast het Engels als officiële taal erkend.

De kosten en verliezen van de oorlog waren enorm. Aan Britse zijde sneuvelden 22.000 soldaten. De Boeren verloren naast de al genoemde 30.000 vrouwen en kinderen ook nog eens bijna 7.000 mannelijke combattanten. Hoewel de Boerenoorlog een oorlog van blanken tegen blanken was en niet, zoals meestal in Afrika, van blank tegen zwart, waren het bepaald niet alleen blanken die het leven lieten. Ten minste 15.000 Afrikanen en kleurlingen stierven als gevolg van het conflict. En dan waren er ook nog de paarden, ezels en muilezels. Volgens een berekening van het Britse War Office kwamen er hiervan 400.436 om het leven. De totale kosten voor de Britse belastingbetaler beliepen ongeveer tweehonderddertig miljoen pond sterling, een voor die tijd astronomisch bedrag. Het Britse aanzien in de wereld werd door de oorlog zeer ernstig geschaad. De afkeer van het Engelse optreden was vrijwel universeel. Ook de gevolgen op langere termijn waren groot. De Britse regering zag 's lands kwetsbaarheid in en gaf haar politiek van `Splendid isolation' op. Nog in het jaar van de vrede, in 1902 dus, sloot zij een verdrag met Japan. Twee jaar later kwam, na vergeefse toenaderingspogingen tot Duitsland, de Entente Cordiale met Frankrijk tot stand.

Hoe was het mogelijk dat de Engelsen, een beschaafd en gerespecteerd volk, in dit conflict verzeild raakten? Zij zelf weten dit in de eerste plaats aan de koppigheid van Paul Kruger, de president van Transvaal, en zijn volgelingen die weigerden de Engelse immigranten in hun republiek burgerrechten te verlenen. Dit was echter een nogal eigenaardig argument om een oorlog te beginnen, zoals de Engelse liberale leider Campbell-Bannerman al opmerkte, toen hij zei: ,,Waarom zouden wij een oorlog voeren om Britse onderdanen in staat te stellen gemakkelijker de Britse nationaliteit op te geven?'' Bovendien was op het punt van de rechten van de Uitlanders al bijna een compromis bereikt.

Van meet af aan zijn dan ook andere verklaringen naar voren gebracht. De meest invloedrijke werd al tijdens de oorlog gelanceerd door de Britse links-radicale schrijver J.A. Hobson, die het een oorlog voor de mijneigenaren noemde. In zijn opvatting voerden de Britten een oorlog om de belangen van de mijnbouw (diamanten, maar vooral goud) in Zuid-Afrika te beschermen. Hij verzette zich hiertegen, omdat hiermee geen Brits belang was gediend. Die mijneigenaren waren namelijk meestal geen Engelsen, maar, zoals Hobson zei, ,,men of a single and peculiar race''. Voor wie niet direct duidelijk was welk eigenaardig ras hiermee bedoeld werd, voegde hij er aan toe dat zij ,,chiefly German in origin and Jewish in race'' waren. Hobson was tegen deze oorlog, omdat hij niet inzag waarom Britse soldaten moesten sneuvelen voor de zaak van Duits-joodse kapitalisten en de Britse belastingbetaler moest opdraaien voor de belangen van deze miljonairs.

De aristocratische en conservatieve Britse premier uit die tijd, Lord Salisbury, was het met Hobsons opvattingen over de mijneigenaren eens. Hij noemde hen ,,people whom we despise''. Voor hem stond dan ook iets anders op het spel: de toekomst van Engeland in Zuid-Afrika. De kwestie waar het om ging, zei hij, is ,,that we, not the Dutch, are Boss''. De republieken behoefden niet geannexeerd te worden, maar ze moesten wel de Britse opperheerschappij erkennen. Zuid-Afrika was van te groot belang voor het Britse rijk om de toekomst ervan onzeker te laten. Als het niet anders kon, dan moest de kwestie maar met geweld worden opgelost. De Boerenleiders van hun kant wezen het Engelse dominantie-streven af. Zij meenden dat verder toegeven aan de Engelse eisen op den duur zou leiden tot volledige Engelse overheersing en het einde van hun onafhankelijkheid. Daarom kozen zij voor oorlog, in de hoop dat Engeland zou opzien tegen het voeren van een grote oorlog in een zo ver weg gelegen deel van de wereld en, net als bij het eerdere conflict in 1881, zou kiezen voor een compromis. Daarin vergisten zij zich echter, want deze keer bleek geen compromis mogelijk. Door de mijnindustrie had Transvaal de plaats van de Kaapkolonie als economisch hart van Zuid-Afrika overgenomen. Wie Transvaal beheerste, heerste over Zuid-Afrika. Daarmee was de toekomst van Transvaal voor Engeland een zaak van vitaal belang geworden.

Het meest ironische van de hele geschiedenis is wel dit. In 1910 kwam het in Zuid-Afrika tot een Unie van de Engelse koloniën (de Kaapkolonie en Natal) en de ingelijfde Boerenrepublieken. Die Unie werd van meet af aan door de Boeren gedomineerd. In 1961 riepen zij de republiek uit en maakte Zuid-Afrika zich los uit het Britse Gemenebest. Zo ooit, dan kan hier dus van een Pyrrusoverwinning worden gesproken.