BLAD MET GEZAG

Wie abonnee is of ze regelmatig koopt, zit al snel met een boekenplank vol met gele kaften of een grote grote stapel ergens in een hoek, want een exemplaar van de National Geographic Magazine is toch al gauw een kleine centimeter dik. Weggooien is not done, daarvoor staat er te veel in dat bewaard moet blijven: voor het nageslacht, voor referentie later of simpelweg om nog eens door te bladeren.

National Geographic Magazine is een van de weinige tijdschriften op deze aardbol met een oplage van meer dan tien miljoen exemplaren per maand. Het blad werd in het leven geroepen door de National Geographic Society in 1888, opgericht in hetzelfde jaar door een groep wetenschappers die hun kennis wilden verbreiden. Het blad sloeg aan. In 1920 werd het maandelijks gelezen door een miljoen mensen. De laatste dertig jaar is het aantal abonnees (die tegelijkertijd lid zijn van de Society) enorm gegroeid.

De opzet van National Geographic Magazine is al jaren dezelfde: rijk geïllustreerde verhalen over allerhande natuurverschijnselen op, rond en buiten de aarde. Dat betekent niet alleen verhalen over water en vuur, dieren, planten en de ruimte, maar vooral ook over de mens, in intellectueel opzicht misschien wel een van de wonderlijkste natuurverschijnselen op deze planeet, zoals de redactie onmiddellijk bereid is te erkennen. De aandacht voor de mens heeft een beperking: alleen de `vriendelijke natuur' van een volk of land wordt gepubliceerd, zo luidt het credo ter redactie.

Dat maakt sommige verhalen saai. Een bezoek aan een eiland of stam in Africa is bijna altijd `interessant', zelfs als er niets te melden is. Vaak ook zijn verhalen in de ik-vorm geschreven en van matig proza. Daar staat tegenover dat het blad steeds minder vaak de problemen waarmee met name de natuur kampt uit de weg gaat en daarin stelling neemt. Onderzoekers die door de society erop worden gestuurd rapporteren steeds vaker de soms nefaste invloed van de moderne mens op zijn omgeving. Mochten de teksten van de auteurs ruimte laten voor twijfel daarover, de immer uitzonderlijk goede kwaliteit van de fotografie is meestal ondubbelzinnig.(Tekst Z.C.A. Luyendijk)