Vechtpartij Kosovo kost één leven

Bij ernstige incidenten tussen Serviërs en Albanezen in Kosovska Mitrovica, in Kosovo, is gisteren een Serviër gedood en zijn tientallen gewonden gevallen, onder wie dertien Franse en vier Russische soldaten van de vredesmacht KFOR.

De incidenten braken uit na een herbegrafenis van achttien Albanezen uit Kosovska Mitrovica die op 14 april, tijdens de oorlog om Kosovo en de NAVO-bombardementen, door Servische paramilitairen waren doodgeschoten en wier lichamen vorige week in massagraven waren gevonden. Na de begrafenis kwamen vijfduizend rouwende Albanezen een aantal auto's met Serviërs tegen op een weg in de buurt van de begraafplaats. Ze begonnen met stenen te gooien. Een Russische pantserwagen van de vredesmacht KFOR die de Serviërs begeleidde werd omvergeworpen en met benzinebommen in brand gestoken. Vier uur lang werd er gevochten tussen Albanezen enerzijds, Serviërs anderzijds en Franse en Russische KFOR-soldaten die tussenbeide trachtten te komen.

Bij de veldslag stierf een Serviër, na door een steen te zijn getroffen. Enkele tientallen mensen liepen verwondingen op; vier van hen zijn er ernstig aan toe. Onder de gewonden bevinden zich zeventien Serviërs, van wie er twee zich in kritieke toestand bevinden. Onder de dertien gewonde Fransen is de commandant van de Franse politiemacht binnen KFOR. Hij werd door een steen in het gezicht geraakt. De veldslag werd beëindigd door tussenkomst van functionarissen van het vroegere Kosovo Bevrijdingsleger UÇK.

De ontdekking van het massagraf met Albanezen, vorige week, heeft de spanning tussen de Albanese en de Servische gemeenschap in Kosovska Mitrovica nog verder opgedreven. Mitrovica is sinds de oorlog om Kosovo en de intocht van KFOR een verdeelde stad. Aan de ene kant van de rivier de Ibar hebben zich de Albanezen geconcentreerd, aan de overkant zitten de Serviërs. Beide gemeenschappen eisen toegang tot hun eigen huizen in het andere deel van de stad. Op de brug over de Ibar bewaren KFOR-militairen een wankele vrede.

Eerder gisteren maakte KFOR in Kosovo Polje, niet ver van de hoofdstad Priština, een eind aan een wegblokkade van Serviërs. Die blokkade werd opgeworpen nadat begin vorige week twee Serviërs waren gedood bij de ontploffing van twee granaten op de plaatselijke markt. KFOR heeft ruim een week vergeefs geprobeerd de Serviërs ertoe te brengen de blokkade op te heffen. Uit kwaadheid wierpen Albanezen elders bij Kosovo Polje op hun beurt blokkades op. Gisteren greep de vredesmacht KFOR met geweld in door de voertuigen die de Serviërs op de weg hadden gezet, weg te schuiven. De Serviërs verzetten zich niet en er deden zich geen incidenten voor. KFOR zet het overleg met de Serviërs in Kosovo Polje over hun bescherming tegen Albanese wraakacties voort. (Reuters, AP, AFP)