Ranzige remake

Een hoogvlieger was het niet, The Out-of-Towners, in 1970 geregissseerd door Arthur Hiller naar een script van Neil Simon over een oerdom echtpaar uit de provincie (Jack Lemmon en wijlen Sandy Dennis) dat in New York in zeven sloten tegelijk loopt. Maar het was nog altijd stukken beter dan de ranzige en pijnlijk ongrappige remake van Sam Weisman, de televisieregisseur die zich specialiseert in ongein als George of the Jungle.

Steve Martin en Goldie Hawn moeten een reeks oninteressante tegenslagen het hoofd bieden alvorens ze in een hotel in Manhattan kunnen inchecken bij een receptionist, die meteen ophoudt met buigen als de creditcard niet meer geldig blijkt. Heel geestig dus, evenals de vondst deze rol te laten spelen door John Cleese, in een eerder leven immers uitbater van hotel Fawlty Towers.

En nog grappiger: Cleese blijkt `duistere geheimen' te koesteren. Dat wil zeggen: hij danst voor de spiegel op hoge hakken en in een bontjas. Dat maakt hem chantabel volgens de normen van dit soort komedies, dus mogen Martin en Hawn gratis de presidentiële suite betrekken.

In New York zijn er mensen die denken dat ze in Ohio zo burgerlijk zijn dat alleen al het woord `seks' paniek en verderf veroorzaakt. En in Hollywood denken ze weer dat de hele wereld daar naar wil kijken. Pijnlijk: een komedie waar ruim anderhalf uur geen enkel keertje om te lachen valt.

The Out-of-Towners. Regie: Sam Weisman. In: 12 bioscopen.