Politici tuk op lagere belastingen

Belasting verlagen is in. De onlangs voorgestelde plannen van minister Zalm en zijn staatssecretaris Vermeend van Financiën passen naadloos in de internationale trend. In de Belastingherziening 2001, die binnenkort aan de Tweede Kamer wordt voorgelegd, daalt het hoogste tarief van de inkomstenbelasting van 60 naar 52 procent.

Door deze daling van het hoogste tarief krijgt Nederland een plaatsje in de middenmoot wat betreft de inkomstenbelasting. Voor belastingbetalers die in de hoogste schijf zitten is Portugal (met een heffing van 40 procent) het meest aantrekkelijke land. Ondanks de voorgenomen belastingdaling in Nederland kunnen Vermeend en Zalm een puntje zuigen aan de lastenverlichting die hun Portugese ambtsgenoten hebben doorgevoerd. In 1984 bedroeg de druk in Portugal nog 80 procent.

Van de rijkste landen is Japan voor veelverdieners het minst aantrekkelijke land omdat de fiscus van elke gulden 65 cent incasseert, terwijl dat in 1984 nog 88 procent was. In Denemarken ligt de druk nu op 62 procent. In vergelijking met vijftien jaar geleden (64,6 procent) is de verlaging weinig spectaculair.

Ook de fiscale druk voor bedrijven is de afgelopen tijd flink gedaald. Spanje is van de Westerse landen het enige dat de vennootschapsbelasting de afgelopen vijftien jaar niet heeft verlaagd. De grootste verlaging van de winstbelasting vond in Zweden plaats, dat het tarief van ruim 52 tot 28 procent liet tuimelen. Daarmee is het Scandinavische land in dit opzicht het `goedkoopst'. Ook Duitsland heeft het leven voor ondernemers gemakkelijker gemaakt: de winstbelasting daalde er van 56 tot 40 procent.

De Belastingherziening 2001 die in Nederland wordt doorgevoerd heeft geen gevolgen voor de vennootschapsbelasting. Het tarief daarvoor is sinds 1984 in fasen van 48 naar 35 procent verlaagd. Het minst vriendelijk voor bedrijfswinsten is de Amerikaanse fiscus. Die eist 46,5 procent van de winst voor zich op.