Nut tuindersgas in voorbeeldfunctie

Dat de Westlandse tuinders straks de vrijgekomen kooldioxide van Shell gebruiken, is voor het milieu een druppel op een gloeiende plaat. Maar het initiatief maakt duidelijk dat de zoektocht naar oplossingen zin heeft.

Westlandse tuinders gaan in hun kassen het kooldioxide (CO2) gebruiken dat bij het zogenoemde Per+ proces van Shell Pernis vrijkomt. Er komt een pijp van Shell naar het Westland waardoor zuiver CO2-gas gaat stromen. Schiet het Nederlandse milieu daar veel mee op? Al het Shell-kooldioxide dat de versneld groeiende paprika's en komkommers vastleggen, komt vroeg of laat toch ook in de atmosfeer terecht? Kan Shell het niet net zo goed in de lucht laten lopen?

Nee. Het initiatief van Shell, energiebedrijven en tuinders wordt het makkelijkst op zijn juiste waarde geschat als men het beschouwt in termen van `vermeden CO2-productie'of `vermeden brandstofverbruik'. Zonder de aanvoer van kooldioxide uit Pernis hadden de tuinders fossiele brandstof moeten verbranden om het kooldioxide-gehalte van hun kassen te vergroten. Nu kan dat uitblijven.

Het kost geen moeite om de opmerkelijk stap te bagatelliseren. Op de totale Nederlandse uitstoot van meer dan 160 miljoen ton CO2 per jaar is een vermeden productie van 0,3 miljoen ton een druppel op een gloeiende plaat. Grote economische winstpunten worden niet zichtbaar. Het effect zal niet aan de samensteling van de lucht boven Nederland merkbaar zijn.

Het belang van de ontwikkeling schuilt in de voorbeeldwerking: hier wordt het bewijs geleverd dat een op het eerste gezicht gedurfd en zelfs nogal `gezocht' idee de moeite van het uitwerken – en uitvoeren – waard is. De oplossing is creatiever dan de enigszins uitgemolken optie van energiebesparing, laat staan de sluiting van bedrijven met excessieve CO2-uitstoot en de overgang van kolenstook naar gasstook in centrales.

Of er verder nog veel bestemmingen voor kooldioxide gevonden worden is overigens de vraag. Aan het gas bestaat van industriële zijde niet heel veel behoefte. De voedingsindustrie gebruikt beperkte hoeveelheden CO2 als `prik' in frisdrank en als deel van de `beschermende atmosfeer' die in gasverpakte producten wordt ondergebracht. Hiervoor is alleen zeer zuiver koolzuur bruikbaar.

Koolzuur kan ook worden gebruikt als koelmiddel in industriële koelinstallaties, als blaasmiddel voor het blazen van plasticschuim, als potentieel blusmiddel in ruimtes die niet worden betreden en als extraheermiddel (in de vorm van superkritische koolzuur) voor bijvoorbeeld het decaffeïneren van koffie.

De literatuur heeft hoge verwachtingen van de productie van methanol, een gewilde grondstof in de chemie, uit een reactie tusen kooldioxide en waterstof, vooropgesteld dat het waterstof CO2-arm wordt geproduceerd. Die kans is klein: in de meest gangbare bereidingswijzen wordt waterstof tegelijk met CO2 gevormd. Ook in het Per+ proces is dat het geval.