Mei '68

Zoals generaals meestal de vorige oorlog winnen, zo rekenen bestuurders altijd definitief af met de laatste revolutie. Op Place Jussieu staat hun gedenkteken: een sierlijk universiteitscomplex, waarvan het hoofdgebouw merkwaardig genoeg op palen staat. Het geheel heeft maar één enkele toegang, en alles kan bovendien met één druk op de knop omringd worden door ondoordringbaar hekwerk. Hier heeft architectenbureau Paranoia & Co vakwerk afgeleverd, hier ligt voorgoed een Maginotlinie tegen de verbeelding die ooit even over deze straten heerste.

De uitbarsting van mei '68 is bewaard gebleven in de leuzen – `Tel al je rancunes op en schaam je' –, in de bewogen discussies tussen de generaties in het Théa^tre de l'Odeon, in de ongekende coalitie tussen arbeiders en studenten, in de intense revolutionaire romantiek. Maar vooral was mei '68 één grote `police-riot': op 22 maart in Nanterre, toen met grof geweld een manifestatie om politieke vrijheid werd kapotgeslagen, op 3 mei, toen de nog geweldloze studenten bloedig uit hun Sorbonne werden geramd, bij de felle straatgevechten daarna waarbij ten slotte honderdduizenden betogers de boulevards vulden.

Een vriend vertelt dat hij eens vlak voor een stormaanval langs de politietroepen liep, en tot zijn verbazing achter de maskers geen robotgezichten zag, maar vermoeide oudere mannen, met opgroeiende kinderen thuis. We zitten in de avondzon voor Café de Flore, toen een van woeligste plekken, nu een rustig wijkje.

,,Ach'', zegt hij, ,,de mensen hier zijn eigenlijk niet veranderd. Ze spelen nu alleen in een ander toneelstuk.''