De magie van de zone des doods

Zijn uitdagingen vindt Hans Kammerlander op bergen van 8.000 meter en hoger. Omhoog klimmen en naar beneden skiën, dat is voor de 42-jarige Italiaan de ultieme kick. Een liefhebberij tussen leven en dood.

Slechts 150 meter was hij van de top van de K2 verwijderd, al ver boven de 7.500 meter waar de `zone des doods' begint. De top van de op een na hoogste berg ter wereld (8.611 meter) was drie maanden geleden zo dichtbij. ,,De schuine wand tot aan de top is vrij vlak en technisch gezien niet zo moeilijk te beklimmen, maar er lag te veel sneeuw waardoor het lawinerisico te groot was'', zegt Kammerlander. In het zicht van de top, in schitterend weer, besloten hij en collega-alpinist Konrad Auer rechtsomkeert te maken. ,,Als ik twintig was geweest, zou ik dat wellicht niet hebben gedaan. Ik nam toen veel meer risico's, vaak onverantwoord. Ik had geen ervaring en geen angst; een dodelijke combinatie. Ik heb nu angst en ervaring en ik heb intussen geleerd om te keren wanneer dat nodig is.''

De klimmer die erin gespecialiseerd is met een lichte uitrusting zo snel mogelijk maar zonder veel risico's te klimmen en te dalen, heeft een goede reden terug te gaan naar de K2. Hij glundert bij de gedachte aan de expeditie in de zomer van 2000. ,,Ik heb daar wel een wonderschone lijn ontdekt om er met de ski's af te dalen.'' Als Kammerlander de K2 heeft bedwongen, laat hij de `achtduizenders' met rust. ,,De K2 is de koning der bergen. Ik heb hem als hoogtepunt voor 't laatst bewaard. Als ik die heb gedaan komt mijn droom uit en kan ik de rest van m'n leven gelukkig zijn.''

Kammerlander, onlangs in Nederland, bereikte dan de toppen van dertien van de veertien bergen hoger dan 8.000 meter. Die ene berg laat hij waarschijnlijk voor wat die is; de Manaslu, een 8.126 meter hoge berg in Nepal. In zijn boek Bergsüchtig, onlangs in het Nederlands vertaald onder de titel Topervaringen (uitgeverij De Kern, Baarn), maakt Kammerlander duidelijk waarom. In het voorjaar van 1991 verongelukten daar in zijn bijzijn twee van z'n beste vrienden. In beide gevallen was hij er nauw bij betrokken. ,,Mijn vrienden liggen daar begraven onder sneeuw en ijs; ik ben er nog niet uit of ik ooit naar die plek terugga. Ik ben bang dat daar de herinneringen weer bovenkomen. Harder dan toen kan het noodlot niet toeslaan.''

De eerste kameraad die Kammerlander op de Manaslu verloor, was Carlo Grossrubatscher; 700 meter onder de top was die zo vermoeid dat hij besloot terug te gaan. Mutschlechner had dat al eerder gedaan. Uiteindelijk moest Kammerlander in slecht weer ook passen. Grossrubatscher maakte een dodelijke val. Roerloos lag hij op een half afgebroken sneeuwbrug over een grote gletsjerspleet. Op de Manaslu moesten ze Grossrubatscher achterlaten.

Voor het grootste deel skiënd, in sneeuw en mist, vervolgden Kammerlander en Friedl Mutschlechner de afdaling. Tot de omstandigheden te slecht werden en ze stopten. Kammerlander voelde iets aan zijn oor. ,,Alsof iemand er met scherpe nagels overheen gleed. De plek waar ik mijn oorringetje droeg, was geëlektrificeerd.'' De atmosfeer stond onder stroom, alles was geladen.

Terwijl de lucht zoemde en bromde en de wollen muts van Kammerlander knetterde, kwam er een hevig onweer opzetten. Kammerlander haalde rugzak van zijn schouder, omdat de stijgijzers die daar in zaten waarschijnlijk elektriciteit aantrokken. Vervolgens ging hij plat in de sneeuw liggen om zijn hoofd uit het spanningsveld te krijgen. Toen hoorde hij een doffe klap. ,,Alsof iemand met een plank naast me op de sneeuw sloeg of dat er een lawine van een dank stortte en dreunend in een grote ton terechtkwam.'' Kammerlander werd opzij gesmeten door de schokgolf en door de klap van de blikseminslag was hij even versuft. Mutschlechner had het niet overleefd. Waarschijnlijk was de pickel in zijn rugzak door de bliksem getroffen.

In de hel van donder en bliksem ontdeed Kammerlander zich van zijn ski's. Ook hij dreigde getroffen te worden. Als een bezetene groef hij zich in de sneeuw in. Vier uur na Grossrubatschers dood moest Kammerlander opnieuw een vriend op de flanken van de Manaslu achterlaten. Acht jaar later liggen beide Zuid-Tirolers daar nog steeds. De achterblijver verkeerde in shocktoestand.

Als expeditieleider voelde Kammerlander zich verantwoordelijk voor de dood van zijn twee ervaren `bergkameraden'. Hij hield er een trauma aan over: sliep slecht, werd geplaagd door nachtmerries en liep overdag apathisch rond. Nooit meer wilde hij klimmen en hij nam zich voor zijn klim- en skischool in Zuid-Tirol te verkopen. ,,De bergen waren opeens mijn vijanden.'' Kammerlander had bovendien het gevoel dat hij op slag veel ouder was geworden. ,,Ik was m'n kindheid verloren en als dat zo is, moet je niet meer gaan klimmen. Dan word je te verkrampt. Der Kletterer muss eind Kind sein.''

De oud-metselaar overwoog terug te gaan naar de bouw maar kwam bij zijn broer op de boerderij terecht. Een paar maanden na het drama voorzag zijn achtjarige neefje Daniel hem van de juiste therapie. Het ventje had hem al voor het ongeluk op de Manaslu gevraagd samen de Hohe Zwölfer te beklimmen, een berg in de Dolomieten. Kammerlander kon geen nee zeggen en vond het plezier in het klimmen terug. Kort daarna maakte hij weer plannen voor nieuwe avonturen op grote hoogte. Zijn angst voor onweer is hij nooit kwijtgeraakt. ,,Ach, slecht weer maakt van het klimmen soms een loterij. Dat maakt het spannend, dat is 't avontuur, ondanks de harde statistieken: de helft van de topklimmers overleeft het niet. Het avontuur is mij dat grote risico waard. Ik kan niet zonder.''

Een jaar na de tragedie beklom Kammerlander de 8.848 meter hoge Mount Everest, begeleid door onder anderen vrolijk zingende sjerpa's; op 8.000 meter moest hij zijn pogingen wegens ernstig lawinegevaar staken. In '96 had Kammerlander daar wel succes: op ski's aanvaardde vanaf de top hij de terugreis. ,,Dat ene ogenblik was zo mooi: op de top m'n skis onderbinden en wegglijden, de ontzagwekkende diepte in. Ik twijfelde wel: naar beneden skiën of m'n stijgijzers onderhouden en naar beneden klimmen. Maar ik heb het geriskeerd en daar ben ik blij om. Als ik dat niet had gedaan, had ik terug gemoeten en dat besefte ik op de top van de Everest ook.''

Hans Kammerlander is weer een kind. ,,En ik zal altijd een kind blijven.''