Collecte

De jonge vrouw stond uit het niets opeens voor me, ergens langs een Amsterdamse gracht. Blond, blauwe ogen en in haar hand een groene collectebus – een kleurencombinatie waaraan moeilijk weerstand te bieden was.

,,Wilt u wat geven voor de Dierenbescherming?''

Ik greep al naar mijn portemonnee toen ik mijn argwanender alter ego hoorde vragen: ,,Dus u bent van de Dierenbescherming?''

,,Jazeker'', zei ze opgewekt, ,,als u het wilt, kan ik het laten zien.''

Ik aarzelde. Aan een lelijke, dikke kerel had ik, seksist zijnde, zeker om een legitimatiebewijs gevraagd, maar in deze situatie leek een diplomatieker optreden geboden. Ze was me al voor en haalde uit haar jas een verfrommeld papiertje waarop het woord `Dierenbescherming' getikt stond. ,,Zo goed?''

Het was helemaal niet goed, het leek zelfs nergens naar, maar ik besloot niet langer te zeuren en gaf mijn geld. ,,Het zou niet bij me opkomen mensen te bedriegen'', zei ze nog, zonder met die blauwe ogen te knipperen.

De volgende dag met de Dierenbescherming gebeld. Liep er een collecte? Ja, de hele week. Had er een logo van de Dierenbescherming op haar kaartje gestaan? Ik wist het niet. Had ze de achterkant van het kaartje met haar naam getoond? En had ze vervolgens een legitimatiebewijs laten zien zodat ik de naam kon controleren? Nee. Nee. Tja, dan was alles mogelijk.

Ik moest terugdenken aan een ervaring van een jaar of tien geleden. Ik bezat nog een huis met tuin, maar ik was te lui voor adequaat onderhoud. In een advertentieblaadje bood een tuinman zich aan: vijftien gulden per uur. Schoonmaken, snoeien, bemesten, beplanten, hij was overal voor in. Hij kwam meteen langs om nadere afspraken te maken. Een keurige, vrolijke twintiger met wie je dochter zou kunnen thuiskomen. We hadden een leuk gesprek en werden het snel eens over zijn offerte: vijftien gulden plus een x-bedrag (,,want moeilijk te schatten'') voor de tuinaarde.

Twee dagen later was hij al met een maat aan het werk. Die maat beviel me minder – rotkop, wegzwemmende oogjes – maar ook hij hanteerde de schop met verve. Ze hebben een dagje gewerkt. Tussen de middag hebben we nog geanimeerd gebabbeld en een boterhammetje gegeten, althans met de leider. De maat zweeg en vrat.

Aan het einde van de dag dienden ze de rekening in: ƒ861,-. De post tuinaarde viel wat tegen – 48 zakken van twaalf gulden maakte 576 gulden – maar de tuinman had er ter geruststelling onder geschreven: `Ongeveer acht jaar geen bemesting'. Daar hadden we dus voorlopig geen omkijken meer naar.

Pas toen ze enkele uren weg waren, begon mijn achterdocht als een hardnekkige, grijze mist boven mijn tuin te hangen. Waarom eigenlijk zo duur? Ik belde een tuincentrum en kreeg te horen dat zestig gulden aan tuinaarde mooi betaald was geweest voor zo'n tuintje.

O blonde, blauwogige vrouw – was u werkelijk van de Dierenbescherming? Dan hoop ik dat u mijn trauma begrijpt.