BATJOU FRITA

Batjou frita's zijn zeer geschikt als borrelhapje. Bakkeljauw (Surinaams: batjou), een belangrijk volksvoedsel, is een gedroogde, sterk gezouten kabeljauwsoort, die sedert de 17de eeuw uit Canada werd geïmporteerd. Sedert de jaren zeventig gebruikt men in Suriname batjou, die gemaakt wordt van eigen vissoorten zoals kandratiki en bang-bang. Over de etymologie van het woord bakkeljauw bestaat overigens nog wat onduidelijkheid. Dat het een letter-omzetting van bakkeljauw zou zijn, al dan niet via een Baskische verbastering `bakelao', wordt betwist. Volgens sommigen is het afgeleid van het Latijnse baculum (stok). In Spanje en Portugal wordt de bacalao ook wel als `stokvis' aangeduid. Let wel: in Nederland verkrijgbare stokvis is niet helemaal hetzelfde als Surinaamse bakkeljauw. (R.D. Simons gaf in het tijdschrift Djogo, januari 1959, nr. 3, al een uiteenzetting). `Frito' betekent in het Spaans `gebakken spijs', het Nederlandse woord voor frituren, en dit is waarschijnlijk in Suriname tot `frita' gemaakt, wat misschien welluidender klonk. Snijd de bakkeljauw in stukken en giet er zoveel kokend water overheen dat het geheel onder staat. Laat het water afkoelen en giet het water af. Herhaal de handeling 2 tot 3 maal. Als u het nog erg zout vindt kunt deze handeling nog een keer herhalen. Laat de bakkeljauw goed uitlekken. Week 4 sneetjes wit brood. Pluis de bakkeljauw heel fijn uit, pers het geweekte brood uit en meng dit door de bakkeljauw. Pers het geheel nogmaals goed uit. Smelt 1 eetlepel boter of margarine en fruit de zeer fijngesneden ui, selderie, 1 stukje fijngesneden verse peper en 1 eetlepel tomatenpasta. Meng alles goed samen zodat er een compacte massa ontstaat en maak er in de handpalm platte koekjes van. In dit recept wordt geen ei gebruikt als bindmiddel. Verhit eerst de pan, schenk er de olie in, wacht tot de olie goed heet is en draai de vlam laag. Bak de batjou frita's aan beide kanten goudgeel. Leg ze op keukenpapier en dien het warm op.