Achter het raam

De Financial Times, tegenwoordig een van de beste kranten ter wereld, heeft een verslaggever naar Almere gestuurd, niet om dit Nederlandse wonder te beschrijven – de stad van 120.000 inwoners waar zich een kwart eeuw geleden een moddervlakte tot de horizon uitstrekte – maar omdat zich daar het drama van Big Brother afspeelt. Het bezoek aan het Big Brother Huis – de buitenkant, niet het inwendige waar de bewoners hun continu openbare leven leiden – is al onthutsend genoeg, schrijft de journalist. Hij heeft gesproken met iemand uit de directie van Big Brother. Die heeft hem verteld dat je in Nederland moet zijn om zoiets van de grond te krijgen, en hij citeert tussen aanhalingstekens: ,,Het gaat over voyeurisme en privacy. Alleen in een land waar de dames van de rosse buurt openlijk in hun etalage zitten is dit mogelijk.'' Ik hoop dat ik in de vertaling de bescheiden trots heb bewaard.

De critici vinden het over het algemeen een vervelend programma, maar in financieel opzicht is het een voltreffer, meldt de Financial Times. Er kan geen reclame meer bij. Producenten uit Duitsland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk zijn al op bezoek geweest om te bestuderen hoe de Hollanders het voor elkaar hebben gekregen. De verslaggever twijfelt nog: zullen Bart en Sabine hun remmingen opzij zetten? Zullen ze elkaar krijgen? ,,Ze moeten wel'', zegt de woordvoerder van Big Brother. ,,Die zijn geen drie maanden tegen zo'n spanning opgewassen.'' En als ze het gaan doen, wordt het dan ook uitgezonden? Reken maar van yes. Opnieuw heeft het poldermodel zich als gidsland bewezen.

Over de dramatische, ethische, psychologische, morele, wat heb je verder voor kanten aan dit wereldexperiment zullen we het nooit eens worden. Smaken verschillen. Mij doet het denken aan de `reality tv', de kettingbotsingen van nieuwsgierigen die zich aan de aanblik van andermans ongeluk verzadigen, ramptoerisme. Het is allemaal goed voor de werkgelegenheid. Ik vind de naam Big Brother goed gekozen. Bij Orwell is hij de overigens nooit waargenomen incarnatie van de voltooide (ultieme, zeggen we tegenwoordig) dictator. In Almere is hij de georganiseerde dictatuur, uit naam en tegen betaling, van het ongrijpbare, onverzadigbaar kijkende publiek. Je kunt er kritiek op hebben, maar die heeft evenveel effect als kritiek op de regen. Mijn twijfel vat ik samen in een vraag: hebben die mensen niets anders te doen?

Goed of niet, Big Brother is doorgedrongen tot de wereldpers en staat op het punt een exportartikel te worden. En omdat het, hoe dan ook, een morele lading heeft, is het een cultureel exportartikel. Daarmee is het deel van het Nederlandse exportpakket geworden. En mijn ervaring is dat het steeds moeilijker wordt buitenlanders die in landen met een verwante beschaving wonen, inhoud en zin van dit pakket te verklaren. Wij die ermee zijn opgegroeid, begrijpen het wel, of we het ermee eens zijn of niet. Maar de Amerikaan, de Duitser, de Fransman, die alleen het nieuwe, opzienbarende hoort, kan dit alles niet met de oude overgeleverde clichés in overeenstemming brengen. Dat is serieuzer dan we geneigd zijn te denken, zoals het voorbeeld van de Amerikaan leert die zich afvroeg of het wel veilig was om met zijn oude moeder een week naar Amsterdam te gaan. Want als ze daar ziek werd en in het ziekenhuis moest worden opgenomen, welke garantie had hij dan dat ze er weer levend uit zou komen?

Regelmatig onderzoeken we hoe revolutionair de Nederlandse cultuur de afgelopen veertig jaar is veranderd. Over het algemeen zijn de meesten van ons – althans die meesten die zich over de vernieuwingen in het buitenland laten horen – daar niet weinig trots op. De ontwikkeling gaat van gidsland naar poldermodel tot de nieuwe Gouden Eeuw die al drie maanden voor het begin is uitgeroepen. Maar intussen wordt van bijvoorbeeld onze gedoogpolitiek en de coffeeshops – heilzaam of niet – in het buitenland niets begrepen. Dat er intussen een stille reactie is gekomen (in de vorm van een dichttimmerpolitiek – het zou president Chirac plezier doen) ontgaat de vreemdeling. De perfectionering van de euthanasiewet, door die ook van toepassing te verklaren voor kinderen boven de twaalf, heeft in al het verwante buitenland sensatie veroorzaakt. Misschien wordt het wetsvoorstel ingetrokken. Dat zal nergens sensatie veroorzaken. Blijft over het cliché dat we hier geen respect hebben voor een kinderleven.

Ieder cliché is een karikatuur. De klomp was een karikatuur. Het beeld dat iedere puber in Nederland zich suf blowt ook. Dat iedere ongeneselijk zieke hier de laatste dagen van zijn leven bij de dokter niet zeker is, idem. Of al onze vernieuwingen even navolgenswaardig zijn? Ik zal er in dit stukje niet over oordelen. Ik geloof wel dat onze voorbeeldigheid dikwijls met ons op de loop gaat.

Je begint wel eens te denken dat de nieuwe Nederlandse beschaving haar best doet om zoveel mogelijk karikaturen in het exportpakket op te nemen. Op de Walletjes heeft een vrouw een Britse matroos die haar achter haar raam wilde fotograferen, met een mes bewerkt. Het mag niet, maar zo'n daad van zelfverdediging kan ik begrijpen. En ook de verbazing van de Brit, die veronderstelde dat het in Nederland zo hoort.