`Veilige weg' Palestijnen kan open

Israel en de Palestijnen hebben gisteravond overeenstemming bereikt over de opening van de `veilige weg' tussen de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever.

Vanmiddag zijn de protocollen waarin het verkeer en de begeleidende strikte veiligheidsmaatregelen worden geregeld getekend. De opening van de `veilige weg' is een van de paragrafen uit het in 1993 getekende akkoord van Oslo. Volgens Israelische en Palestijnse bronnen zal deze zuidelijke `veilige weg' - er komt ook nog een noordelijker route - nog deze week in gebruik worden genomen.

Voor de Palestijnen heeft de opening van de eerste `veilige weg' van Gaza, via de Israelische stad Kiryat Gat naar Hebron, de betekenis van het einde van het isolement van de Gazastrook. Voor de eerste maal zullen zij zich tussen Gaza en de Westelijke Jordaanoever kunnen bewegen.

Beide partijen zijn van mening dat het bereikte akkoord een nieuwe bouwsteen is onder de Israelisch-Palestijnse vrede.

Volgens het recente akkoord van Sharm-el-Sheikh had de `veilige weg' zondag reeds geopend moeten zijn. Meningsverschillen op de controle en uitvoering daarvan op Palestijnen die van de `veilige weg' gebruik willen maken, stond een akkoord tot gisteravond in de weg.

De Israelische minister van Binnenlandse Veiligheid, Shlomo Ben Ami, zei gisteravond dat Israels soevereiniteit over de 47 km lange weg niet is aangetast. Israel behoudt zich het recht voor van terrorisme verdachte Palestijnen te arresteren. Uitsluitend Palestijnen die aan alle veiligheidsvoorwaarden voldoen krijgen magneetkaarten die hen in staat stelt in bussen of in privé-auto's van de weg gebruik te maken. Het volume van het Palestijnse verkeer over de smalle weg is voorlopig volgens de Israelische pers beperkt tot 200 auto's per dag.

Premier Ehud Barak heeft zich gisteren opnieuw uitgesproken over de bouw van een lange brug tussen de Westelijke Jordaanoever en Gaza waarover het Palestijnse verkeer ongehinderd kan plaatshebben. Bewoners van Israelische dorpen en steden langs de route vrezen dat onder de Palestijnen die van de weg gebruik zullen maken terroristen zullen zijn.