Turks-Griekse toenadering krijgt impuls

Met een tweedaags bezoek aan Turkije heeft de Griekse minister van Buitenlandse Zaken, Georges Papandreou, een nieuwe impuls gegeven aan de recente toenadering tussen Ankara en Athene.

In diverse toespraken onderstreepte Papandreou dat het Griekenland ernst is een nieuw hoofdstuk te beginnen in de betrekkingen met Turkije. Zo zei de minister dat de recente dooi geen ,,sprookje'' is, en dat hij, zolang hij leeft, aan de vrede tussen het Griekse en het Turkse volk zal blijven werken. Tot groot enthousiasme van zijn Turkse toehoorders onderstreepte Papandreou dat Griekenland Turkije in de Europese Unie wil. (In één adem voegde hij daar wel aan toe dat Ankara eerst aan een aantal voorwaarden moet voldoen).

Zes maanden geleden nog bereikten de Turks-Griekse betrekkingen een dieptepunt, toen bleek dat de Griekse ambassade in Nairobi gastvrijheid had verleend aan de Turks-Koerdische leider Abdullah Öcalan. In Turkije wordt de huidige dooi vooral toegeschreven aan de hulpvaardige Griekse reactie na de zware aardbeving van augustus. Maar ook de toon van Papandreou draagt bij. Diens voorganger, Theodoros Pangalos, slaagde er steeds weer in om kwaad bloed te zetten door uitspraken over `de' Turk. Zo vergeleek Pangalos Turken in een vraaggesprek met (onder andere) moordenaars en verkrachters. Bij iedere uitspraak van Pangalos haastte Athene zich te verklaren dat hij het niet zo had gezegd of in ieder geval niet zo had bedoeld, maar het kwaad was dan in Turkije al geschied.

Of die toon alleen genoeg is om een doorbraak te forceren, is overigens zeer de vraag. Terwijl Papandreou gisteren zijn redevoeringen hield, begonnen Griekenland en Grieks-Cyprus aan hun jaarlijkse gezamenlijke militaire oefeningen. In een verklaring liet Ankara onmiddellijk weten deze oefeningen als een ,,provocatie'' te beschouwen en niet te zullen schromen om de territoriale integriteit van - de alleen door Ankara erkende - Turkse Republiek van Noord-Cyprus te garanderen. Vorige week nog liet premier Ecevit tijdens zijn bezoek aan de Verenigde Staten aan president Clinton weten dat een duurzame oplossing voor Cyprus alleen mogelijk is op basis van een confederatie, die het Turkse en Griekse deel van het eiland beide als realiteit erkent. De Grieks-Cyprioten (en ook Athene) beschouwen het eiland als een ondeelbare eenheid.

Ook de Turkse aanvraag voor lidmaatschap van de Europese Unie kan de betrekkingen vertroebelen. In december besluiten de Europese leiders of Turkije de status van kandidaat-lid toegekend moet worden. In Turkije gaat men er al min of meer van uit dat dit gaat gebeuren. Mochten de Europese leiders echter een negatief besluit nemen, dan zal, zo verwachten waarnemers, de woede in Turkije groot zijn. Gezien de aloude vijandschap tussen Griekenland en Turkije zal de Turkse woede zich vermoedelijk in eerste instantie tegen Athene richten.