Šakic begroet zijn straf met spottend applaus

De Kroaat Dinko Šakic (78) kreeg gisteren in Zagreb de maximumstraf van 20 jaar voor zijn oorlogsmisdaden in 1944, toen hij commandant was van `het Auschwitz van de Balkan'.

Ruim een jaar na zijn uitlevering door de Argentijnen en een half jaar na het begin van zijn proces werd de vroegere commandant van het concentratiekamp Jasenovac schuldig bevonden aan alle aanklachten, waaronder de moord op tweeduizend gevangenen.

Tijdens het proces heeft Šakic aangetoond er nog dezelfde denkbeelden op na te houden als indertijd, toen hij de leiding had van het `Auschwitz van de Balkan', waar tienduizenden Serviërs, joden, Roma en anti-fascisten werden vermoord met een wreedheid die zelfs de Duitsers verbijsterde. Alle beschuldigingen waren `verzonnen', met de bedoeling ,,Kroatië zwart te maken''. Dat in Jasenovac werd gemoord was ,,een Servo-communistische mythe''. Alles wat hij had gedaan was voor Kroatië en ,,het biologisch overleven van het Kroatische volk'' geweest, zo zei hij. Zijn geweten was rein, voor spijt bestond hoegenaamd geen reden.

Šakic was ook niet onder de indruk als de 42 getuigen – overlevenden van Jasenovac – vertelden van de uiterst wrede executies en zijn aandeel daarin. Sterker: soms luisterde hij lachend of gniffelend als bejaarde overlevenden uitpakten met details over folteringen en executies, de uithongering, de liquidatie van zieken. Toen rechter Drazen Tripalo hem daarvoor terechtwees, antwoordde de beklaagde: ,,Ik kan niet naar deze onzin blijven luisteren.'' Bij het aanhoren van het vonnis applaudisseerde Šakic gisteren spottend.

De schattingen van het aantal mensen die in dit kamp op negentig kilometer van Zagreb werden vermoord variëren van 50.000 (volgens de Kroaten) tot 700.000 (volgens de Serviërs). In de aanklacht tegen Šakic werd het aantal van 50.000 aangehouden. In werkelijkheid ligt het aantal waarschijnlijk ergens tussen 80.000 en 200.000. Het kamp werd opgeblazen bij de Duitse capitulatie en de ondergang van de nazistaat Kroatië. Nu is het kamp geheel verwaarloosd en vervallen, inclusief het museum dat moet herinneren aan de massamoord ten tijde van het fascisme.

Šakic werkte sins april 1942 in Jasenovac, het belangrijkste van de rond twintig concentratiekampen die de fascistische marionettenstaat Kroatië er in de oorlog op na hield. Hij was commandant van april tot november 1944, in de donkerste tijd van het kamp. In die periode werden tweeduizend gevangenen vermoord. Elke avond liepen bewakers door de barakken met lijsten van de gevangenen die de volgende dag zouden worden geëxecuteerd. In Jasenovac zijn kampbewakers vermoord omdat ze niet hard genoeg waren jegens de gevangenen. De bewakers waren volledig vrij om zonder angst voor bestraffing te doden en te folteren. Ook Šakic zelf schoot mensen dood, zoals de Servische arts Mile Boskovic die hij ,,de eer'' gunde niet te worden opgehangen, twee jonge joden en de Kroatische schrijver Miškin, en gaf ook persoonlijk bevel gevangenen te executeren. Hij schoot een gevangene dood wegens diefstal van een maïskolf. Bij de executie van mensen die waren gepakt bij een poging te ontsnappen placht hij te zeggen dat ,,nog geen vogel'' uit Jasenovac zou wegkomen.

Na de oorlog vluchtte Šakic via het zogenoemde `rattenkanaal' naar Genua en vandaar naar Argentinië, waar hij met zijn vrouw Nadja – kampbewaakster van Jasenovac – een nieuw leven opbouwde als textielfabrikant in Santa Teresita. Hij heeft zijn uitlevering aan Kroatië uiteindelijk aan zichzelf te wijten, door in een vraaggesprek met de Argentijnse televisie te verhalen van zijn verleden. Argentinië wees hem op 18 juni vorig jaar uit. later werd ook zijn vrouw uitgewezen, maar zij werd in Kroatië al snel vrijgelaten.

Het proces tegen Dinko Šakic had een rol kunnen spelen in de wijze waarop Kroatië met zijn oorlogsverleden omgaat. Meer dan een halve eeuw na dato wordt de manier waarop de media en de overheid de rol van de Kroatische fascisten bij de massale vernietiging van de Servische en de joodse gemeenschap nog vooral gekenmerkt door verkramptheid, bagatellisering en doodzwijgen. Uiteindelijk heeft ook dit proces daar weinig aan veranderd: van interesse bij de Kroatische media voor het proces was maar zeer mondjesmaat sprake. De leider van de ultranationalistische, anti-semitische Partij van Rechts vond het proces een ,,farce'' waarmee was aangetoond dat het rechtssysteem van Kroatië zich heeft overgegeven aan ,,het Diktat van internationale, vooral joodse organisaties''.