Referendum in Abchazië wordt niet erkend

In Abchazië, dat zich in 1992 en 1993 heeft losgevochten van Georgië en zich sindsdien als onafhankelijke staat beschouwt, heeft de bevolking zondag in een referendum die onafhankelijkheid bevestigd en president Vladislav Ardzinba herkozen. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties bestempelde het referendum vannacht als ,,illegaal en onaanvaardbaar''.

Volgens een bekendmaking in de Abchazische hoofdstad Soechoemi bevestigde 98 procent van de opgekomen kiezers de grondwet van 1925 waarin Abchazië wordt omschreven als een vrije en soevereine staat. Bij de presidentsverkiezingen kreeg Ardzinba, de enige kandidaat, de steun van 99 procent van de kiezers. De opkomst bij het dubbele volksstemming beliep 87 procent.

In Georgië werd de volksstemming als ,,illegaal en zinloos'' omschreven. Dat deed ook de Veiligheidsraad van de VN, die vannacht vaststelde dat een volksstemming in Abchazië alleen mogelijk is nadat in overleg met Georgië de definitieve status van Abchazië is vastgesteld. Volgens de Veiligheidsraad moeten daarbij de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Georgië binnen de internationaal erkende grenzen worden gerespecteerd.

De Abchazische onafhankelijkheid, het resultaat van de oorlog tegen de Georgiërs in 1992 en 1993, wordt door geen enkel land erkend. Alle besprekingen over een oplossing van het Abchazische conflict zijn de afgelopen jaren stukgelopen op twee grote geschilpunten: de status van Abchazië binnen Georgië en de terugkeer van de 200.000 Georgiërs die tijdens de oorlog uit Abchazië zijn gevlucht of verdreven. Abchazië eist binnen een Georgische confederatie een status die volledig gelijk is aan die van Georgië, terwijl Tbilisi het niet meer dan maximale autonomie aanbiedt.

De terugkeer van de Georgische vluchtelingen – die in Georgië nog steeds `provisorisch' in hotels en sanatoria zijn ondergebracht – wordt door de Abchaziërs gesaboteerd, vooral omdat die terugkeer de Abchaziërs in eigen land tot een minderheid zou maken. De weinigen die wel zijn teruggegaan worden vooral in het grensdistrict Gali geterroriseerd. Voor de oorlog maakten de Abchaziërs slechts achttien procent van de bevolking uit. Ze wonnen de oorlog tegen de Georgiërs dankzij militaire steun van Rusland, dat indertijd met het aanzwengelen van de oorlog trachtte Georgië te verzwakken en Tbilisi te overtuigen Russische bases toe te laten, en bevriende deelrepublieken in de noordelijke Kaukasus, zoals Tsjetsjenië. Sinds de oorlog ligt aan de grens tussen Georgië en Abchazië een uit vooral Russen bestaande vredesmacht. (Reuters, AP, AFP)