Op het platteland speuren detectives naar zaadpiraten

Op het Amerikaanse platteland lopen steeds meer privé-detectives rond. Ze zijn op zoek naar zaadpiraten. De grootste producent van genetisch gemanipuleerde zaden, Monsanto uit St. Louis, besteedt honderden miljoenen aan de ontwikkeling van nieuwe producten. Om die investering terug te verdienen eist Monsanto van zijn afnemers dat ze ieder jaar nieuwe zaden kopen – of eigenlijk leasen voor eenmalig gebruik. Boeren moeten breken met het eeuwenoude gebruik om een klein deel van hun oogst te bewaren als zaaigoed voor volgend voorjaar.

Monsanto stuurt privé-detectives de velden in om bij willekeurig gekozen boeren monsters van gewassen te nemen. Als een DNA-test uitwijst dat een boer stiekem zaad van vorig jaar heeft hergeplant, kan hij rekenen op een proces. Ook heeft Monsanto gratis kliklijnen opgericht, waar boeren naartoe kunnen bellen als ze weten of vermoeden dan een van hun buren de hand ligt met de regels.

Op lokale radio-zenders koopt het bedrijf zendtijd, om de namen van de zogeheten zaadpiraten openbaar te maken. Intimiderende spotjes, zeggen critici – ,,opvoedend'', vindt Monsanto.

Dat Amerikaanse boeren de afgelopen jaren toch massaal hebben gekozen voor GM-zaden heeft te maken met hun tevredenheid over de hoge opbrengst per hectare, en over de relatief geringe hoeveelheid bestrijdingsmiddelen die ze nodig hebben. Ontevreden zijn de honderden boeren in de VS (en Canada) die door Monsanto worden beschuldigd van schending van zijn intellectuele eigendom. Sommigen betalen een financiële schikking, anderen laten het aankomen op een rechtszaak. In Canada loopt een zaak van een boer die zegt dat hij zeker geen zaad van Monsanto heeft gezaaid.

De belastende DNA-monsters die detectives op zijn akkers hebben aangetroffen, verklaart hij uit de mogelijkheid dat stuifmeel of zaad van andere boerderijen naar zijn land is overgewaaid.