Luidende klokken

HET AANTREDEN van een nieuwe Europese Commissie heeft de ,,klokkenluidende'' ambtenaar Paul van Buitenen weinig gebaat. Hij krijgt alsnog een formele berisping omdat hij het dossier over geldverspilling en vriendjespolitiek, waar de vorige commissie over is gestruikeld, naar buiten bracht. Dat een berisping niet tot de zwaarste sancties behoort, verraadt enige erkenning. Maar het nettoresultaat is dat Van Buitenen met een dergelijke aantekening op zijn staat van dienst het wel kan vergeten terug te keren in zijn oude functie van controleambtenaar.

Deze voorlopige uitkomst (Van Buitenen vecht de reprimande waarschijnlijk aan) is tekenend voor de normatieve spagaat die wordt opgeroepen door het fenomeen van de `whistleblower', zoals het in de Verenigde Staten wordt genoemd. Daar heeft de klokkenluider zich ontpopt als een moderne Robin Hood, zoals Daniel Ellsberg die de Pentagon Papers over de Vietnamoorlog naar buiten bracht. Anderen stelden verkwisting of gevaarlijke werkprocessen binnen overheidsorganisaties aan de kaak.

VOOR NEDERLAND is wel verwezen naar de Max Havelaar van Multatuli. Maar de assistent-resident van Lebak Eduard Douwes Dekker koos voor zijn kritiek op het koloniale systeem wel de weg van de fictie. Deze weg is ook niet altijd zonder risico, maar toch wel van een andere orde dan directe schending van een ambtelijke geheimhoudingsplicht. Het naar buiten brengen van vertrouwelijke informatie is een daad van fundamentele ambtelijke deloyaliteit. Een overheidsorganisatie die gebouwd is op het beginsel van politieke verantwoordelijkheid heeft daar eigenlijk geen plaats voor.

Pogingen in de Verenigde Staten en meer onlangs het Verenigd Koninkrijk om de klokkenluider wettelijke bescherming te bieden, hebben vooralsnog een wisselend succes gekend. Toch heeft minister Peper (Binnenlandse Zaken) vorige maand aangekondigd op zijn beurt iets te gaan doen aan ,,het geweten als bureaucratisch probleem'', zoals het al weer meer dan tien jaar geleden fraai werd getypeerd. De bewindsman noemt het ,,een groot goed wanneer ambtenaren naar eer en geweten de verantwoordelijkheid nemen om misstanden aan de orde te stellen''. Het soelaas dat hij in het vooruitzicht stelt, is echter mager: een onafhankelijke Commissie Integriteit Rijksoverheid waar de bezwaarde overheidsdienaar naar Amerikaans voorbeeld zijn of haar hart kan luchten.

MAAR EERST: interne melding. Altijd. ,,Daar valt niet aan te tornen'', aldus Peper. Daarmee geeft hij tegelijk aan dat het praktisch effect van zijn klokkenluidersregeling beperkt zal blijven. Er valt nog wel wat te winnen door departementale vertrouwenspersonen als een tweede kanaal naast de directe chef in te schakelen. Er komt nog een algemene beschermende bepaling tegen represailles op de werkplek. Maar dan is het wel op.

Het is de vraag of een bewindsman die het beginsel van de ministeriële verantwoordelijkheid serieus neemt, erg veel meer kan doen. Gelukkig is er een alternatief. De klokkenluider kan naar de media gaan. Deze hebben een hardbevochten recht op bescherming van vertrouwelijke bronnen. Dat lijkt wel gemaakt voor serieuze klokkenluiders.