Leiderschap achilleshiel extreem-rechts

Europa kent een rijk scala aan extreem-rechtse partijen. Allemaal gedijen ze bij een charismatische leider en bij kritiek op de bestaande politieke cultuur. Ze manoeuvreren traditio- nele partijen in een lastige positie.

Jörg Haider, leider van de extreem-rechtse FPÖ, werd gisteren gelukgewenst met zijn overwinning bij de Oostenrijkse parlementsverkiezingen door Jean-Marie Le Pen van het Franse Front National (FN). Via de radio feliciteerde Le Pen ,,de Duitse patriotten dat ze zo duidelijk...'' ,,Duitse?'' vroeg de interviewer verbaasd. ,,Pardon, de Oostenrijkse patriotten'', zei Le Pen.

Het is de vraag of Haider op deze gelukwensen zat te wachten. Le Pen mag dan politiek in dezelfde contreien verkeren, dat betekent nog niet dat Haider graag in zijn nabijheid gezien wil worden. De angst om besmet te raken met de smoezeligheid van de ander ligt in extreem-rechtse kringen voortdurend op de loer.

Maar met zo'n verkiezingsresultaat – meer dan een kwart van de Oostenrijkers kozen voor de FPÖ – kon het enthousiasme van extreem-rechts in andere Europese landen niet uitblijven. Allesandra Mussolini bij voorbeeld, Italiaans parlementslid namens de neofascistische Nationale Alliantie, sprak van ,,een signaal voor de vrijheid'' en zei te hopen dat extreem-rechts de rijen zou sluiten om de sociaal-democratische golf die nu over Europa spoelt, te breken.

Europa kent een rijk scala aan extreem-rechtse partijen en partijtjes. Ze zijn allang niet meer alleen te vinden in landen waar ze traditioneel een zekere rol hebben gespeeld, zoals Italië, Oostenrijk en Frankrijk. Ook in het schatrijke Noorwegen en in Denemarken, en zelfs in het bedaarde Zwitserland bestaan partijen die ver naar rechts zijn doorgebogen.

Die partijen zijn niet zomaar onder één noemer te vangen en de verschillen zijn vaak zeker zo groot als de overeenkomsten. Maar een paar dingen hebben ze met elkaar gemeen. Zo is hun succes afhankelijk van charismatisch leiderschap. De FPÖ wordt in Oostenrijk ook wel de `Haider-partij' genoemd. Alle verhalen over een nieuw nazisme in `het geboorteland van Hitler' ten spijt, is het zeer de vraag of de FPÖ zonder Jörg Haider nog steeds een kwart van de Oostenrijkse kiezers aan zich zou weten te binden. De partij zelf gelooft in ieder geval van niet. Anders zou de campagne niet zo duidelijk geregisseerd zijn rondom Haider, op wie de Oostenrijkers niet eens hun stem konden uitbrengen. Lijsttrekker Thomas Prinzhorn bleef in Haiders schaduw. Op dezelfde manier gedijt de Progressieve Partij in Noorwegen bij de gratie van zijn goed gebekte leider Carl I. Hagen, dankt het Vlaams Blok veel van zijn succes aan Filip Dewinter en moet de Zwitserse Volkspartij het vooral hebben van Christoph Blochers demagogie.

De affiniteit met leiderschap verklaart de behoefte om voor netjes door te gaan. Haider begon een paar jaar geleden met een fatsoenscampagne en maakt al lang niet meer de fout openlijk te koketteren met nazi-Duitsland. Woedend wordt hij als hij door buitenlandse journalisten steeds weer wordt herinnerd aan hoe hij ooit Hitlers werkloosheidspolitiek bejubelde, de Waffen SS ,,karaktervol'' en concentratiekampen ,,strafkampen'' noemde.

Leiderschap is daarmee ook de achilleshiel van extreem-rechts. Zonder aansprekende figuur blijft het kwakkelen, zoals Janmaats Centrumpartij in Nederland bewijst. En toen Le Pen en zijn tweede man, Bruno Mégret, ruziënd over straat gingen, verloor het Front National onmiddellijk de helft van zijn aanhang.

Voor de traditionele partijen – de Altparteien, zoals Haider ze denigrerend noemt – betekent de afhankelijkheid van leiderschap bij extreem-rechts niet dat ze alleen maar achterover hoeven te leunen en te wachten tot de storm is geluwd. Wie goed luistert, merkt dat achter de extreem-rechtse demagogie harde kritiek schuilgaat op de oude partijen, die te weinig doen voor `ons soort mensen' – voor de ,,echte Oostenrijkers'', voor ,,Deense tradities'' of ,,eerst voor de Fransen''. En hoe maak je dat beter duidelijk dan door uit te leggen wie niet tot `ons soort' behoort?

Het is geen toeval dat uitgerekend in het verkokerde Oostenrijk, waar conservatieven en sociaal-democraten de macht na de oorlog keurig hebben opgedeeld, de FPÖ kon groeien. Carl I. Hagen maakt gebruik van de angst bij veel Noren voor het verdwijnen van de verzorgingsstaat: in ziekenhuizen staan de bedden in de gang, maar `we' geven wel handen vol geld uit aan ontwikkelingshulp en aan de opvang van asielzoekers. Christoph Blocher hamert op het gevaar dat de Zwitserse regering (waarin zijn partij overigens is vertegenwoordigd – maar een kniesoor die daar op let) het land wil uitleveren aan Europa.

Extreem-rechts manoeuvreert oude partijen, die toch al de grootste moeite hebben op drift geraakte kiezers aan zich te binden, in een onmogelijke positie. Zo gauw ze verantwoordelijkheid krijgen voor het bestuur blijkt de werkelijkheid ook voor extreem-rechts weerbarstiger dan gehoopt. Burgemeester Mégret bakt er weinig van in Vitrolles. En Haider doet in Karinthië precies wat hij de oude partijen verwijt: eigen mannetjes zetten op invloedrijke posities. Dat maakt het voor de Oostenrijkse bondskanselier Klima extra lastig om te beslissen: met of zonder Haider regeren. Dat laatste zal door Haider worden uitgelegd als een bewijs dat de Altparteien alles doen om hun macht te behouden.