Kutopmerking

Naar de rechtszaak tegen Martin B. (36) geweest, en er dit overheersende gevoel aan overgehouden: wees nooit meer assertief.

Marc Breunis (30) had zich op 22 juni van dit jaar assertief opgesteld tegenover B., en daarom leeft hij nu niet meer. Breunis fietste omstreeks middernacht over de Haarlemmerdijk in Amsterdam. Twee mannen, Martin en zijn broer, probeerden hem op hun snorfiets rechts te passeren. Er ontstond bijna een aanrijding en Breunis riep iets. ,,Het was een kutopmerking'', herinnerde B. zich bij de rechtbank, ,,iets van `rotbrommer'.'' B. had daarop Breunis een klap op zijn rug gegeven.

Even later waren ze elkaar bij een stoplicht weer tegengekomen. Het is onduidelijk wie er toen precies is begonnen, maar het is zeker dat ook Breunis harde klappen heeft uitgedeeld. Dagen later waren de verwondingen bij Martin B. nog te zien. Het derde en fatale treffen vond enkele minuten later op de Mirakelbrug plaats. Breunis, die vóór het tweetal reed, zou op de brug zijn gestopt. De snorfiets – Martins broer reed – schampte langs hem heen, en Martin stapte af. Hij greep naar zijn buideltasje. ,,Ga je je mesje pakken'', had Breunis nog gezegd, maar het was een revolver en even later lag Breunis met een doorboorde buik op de grond.

Zo had Martin het natuurlijk allemaal niet bedoeld, probeerde hij de rechtbank uit te leggen. Hij was bang geworden en had een waarschuwingsschot willen lossen. Dat hij een bange man was, klonk niet eens zo onaannemelijk. Als je zijn levensloop hoorde, leek het wel alsof hij zijn halve leven bang was geweest. Bang voor zijn alcoholische stiefvader, bang voor Marokkaanse jongens die hem hadden overvallen. Toen hij nog verhuizer was, had hij bij een ontruiming een revolver achterover gedrukt. Hij verzamelde bovendien allerlei messen.

Soms nam hij de revolver mee als hij ging stappen. Je kon nooit weten. Dat stappen – voornamelijk drinken en blowen op de Zeedijk – deed hij regelmatig, want hij had verder toch niks te doen. Alleenstaand en werkloos – een mens moet wát. Op de bewuste avond had hij een stuk of vijftien pilsjes gedronken.

Marc Breunis stond daarentegen nog in het volle leven. Hij had bedrijfskunde gestudeerd en werkte als hypotheekadviseur bij een makelaar in Almere. Hij had die avond bij een collega wat wijn gedronken. De volgende dag zou hij met zijn werkgever een lastig `voortgangsgesprek' hebben. Misschien was hij daarom wat gespannen, suggereerde de advocaat van Martin.

Wat Breunis vooral parten heeft gespeeld, was zijn karakter. Hij stond bekend als sportief en weerbaar, iemand met een groot rechtvaardigheidsgevoel. Op die avond werd hij opeens geconfronteerd met een jolig, aangeschoten duo dat hem bijna van zijn fiets reed. Martin B. had hem na die klap op zijn rug nog sarrend toegeroepen: ,,Je hebt gelijk, jongen.''

Breunis moet erg kwaad zijn geworden. Hij nam het niet. Zijn flinkheid werd zijn noodlot.