Klassieke vorming 1

Wordt de classicus voor de klas een rara avis, een zeldzame vogel? Dat moet men wel geloven als men deze krant leest. Betekent dat echter ook dat onze cultuur in gevaar is, zoals Marjoleine de Vos op 27 september schreef? Kunnen we niet volstaan met een verwijzing naar de allerminst zeldzame varkens? Een tekort dat omslaat in een overschot?

Nee, dat kan niet. De dreigende verdwijning van classici uit het middelbaar onderwijs is een signaal dat er iets grondig mis is. Ooit waren Grieks en Latijn de vakken die een middelbare school tot school voor Voorbereidend Hoger (universitair) Onderwijs stempelden, een gymnasium. Daar waren redenen voor: een formele – de studie van de oude talen scherpt de intelligentie – en een inhoudelijke – de intrinsieke waarde van de klassieke vorming. Beide argumenten gelden nog steeds.

Uit een recent rapport van het SCO-Kohnstamm Instituut blijkt dat studenten met een gymnasiumdiploma het op de universiteit beter doen dan studenten die geen klassieke talen hebben gedaan. Van de culturele waarde van de studie Grieks en Latijn hoeven niet veel mensen te worden overtuigd. Er zijn nog nooit zoveel vertalingen van klassieke werken verschenen als nu. Kennis van de oude talen blijft echter de bronader van de antieke cultuur.

Wat te doen? Heropen de in de jaren tachtig gesloten eeuwenoude opleiding klassieke talen aan de Universiteit Utrecht. Vervul met spoed bestaande vacatures bij de opleidingen Griekse en Latijnse talen en culturen aan de universiteiten. Geef jonge classici met wetenschappelijke ambities kansen om lesgeven op een gymnasium en wetenschappelijk onderzoek te combineren.

Het allerbelangrijkste blijft echter de erkenning dat het gymnasium het VWO bij uitstek is. Zonder universiteit geen cultuur. Zonder gymnasium geen universiteit. Zonder classici geen gymnasium. Zullen cultuurminnaars, net als vogelaars, elkaar binnenkort waarschuwen als er een echte classicus voor de klas is gesignaleerd? Wordt wakker, voordat de vogel definitief gevlogen is.