Keating doet Australië twijfelen over Oost-Timor

Oud-premier Keating heeft harde kritiek op het Australische beleid ten aanzien van Oost-Timor. Rancune van een slecht verliezer, maar ook een signaal van groeiende twijfel in Australië.

,,De ergste ramp in het Australische buitenlandse beleid sinds de Vietnamoorlog.'' Met die kritiek aan het adres van premier John Howard heeft diens voorganger Paul Keating deze week het debat over de Australische politiek ten aanzien van Indonesië en Oost-Timor tot het kookpunt opgevoerd.

Keating, Labor-premier van 1991 tot 1996, verwijt zijn conservatieve opvolger Howard dat hij er te veel op heeft vertrouwd dat de Indonesische president Habibie de onafhankelijkheid van Oost-Timor in eigen land kon verkopen. ,,Howard moedigde een man aan die niet in staat was het moeilijkst denkbare politieke resultaat in Indonesië te verkopen'', zei Keating afgelopen zondag op ABC-radio. En, zo voegde de oud-premier er gisteren aan toe, de regering-Howard is daarmee ook verantwoordelijk voor duizenden doden in Oost-Timor. Volgens Keating wordt de huidige Australische interventie in Oost-Timor, via de vredesmacht Interfet, ingegeven door ,,binnenlands opportunisme''.

Keating kwam onmiddelijk onder vuur te liggen. Niet alleen van Howard, die hem verweet het nationaal belang te schaden, maar ook van de huidige Labor-leider Kim Beazley, en de Australische media. Toch heeft Keating met zijn opmerkingen – door sommige politici en media gekarakteriseerd als rancuneus geschreeuw van een slecht verliezer – een gevoelige snaar geraakt. Het hele land lijkt nog vierkant te staan achter de Australische rol als regionale veldwachter in Oost-Timor, maar tegelijkertijd doemt ook twijfel op.

Australië heeft in de afgelopen vijftien jaar steeds nauwere banden met het Indonesië van oud-president Soeharto gesmeed. Daarin speelden ironisch genoeg Keating en zijn voorganger Bob Hawke (ook Labor) een hoofdrol, ondanks de ook toen kritische noten van de Australische pers en mensenrechtenorganisaties over de kwalijke praktijken van de Indonesische machthebbers.

Australië ging heel ver in het warm houden van de betrekkingen met Jakarta. Het was met Nieuw Zeeland het enige Westerse land dat de Indonesische annexatie van Oost-Timor erkende. In 1995 werd een tienjarige defensieovereenkomst gesloten. Zes jaar eerder kwamen beide landen een zeer lucratief akkoord overeen over de gezamelijke exploitatie van de olievoorraden onder de Timorzee. Howards Labor-voorgangers zagen Indonesië als een potentiële militaire bedreiging die te vriend moest worden gehouden, maar ook als een ontluikende economische macht waarvan Australië, mits het die macht juist bejegende, nog aardig wat plezier zou kunnen beleven. De crisis in Oost-Timor heeft dat jarenlang zorgvuldig gecultiveerde beleid in een klap onderuit gehaald.

Het is nog veel te vroeg om de politieke balans op te maken van de huidige Australische rol in Oost-Timor. Er zijn echter tal van aanwijzingen dat het jaren zal kunnen duren voordat de schade is hersteld die de Indonesisch-Australische betrekkingen hebben opgelopen. Indonesië heeft het militaire verdrag met Australie opgezegd. De Indonesische minister van Justitie Muladi pleitte eerder deze week voor het beëindigen van de diplomatieke betrekkingen tussen Jakarta en Canberra, omdat Australische juristen zouden meewerken aan een internationaal onderzoek naar schendingen van de mensenrechten in Oost-Timor. Voedselfabrikanten en -importeurs in Indonesië vervangen Australische ingrediënten door invoer uit andere landen. Er zijn benzinebommen gegooid naar de Australische school in Jakarta.

Die ontwikkelingen zijn deels incidenten, maar geven wel degelijk ook indicaties aan voor lange termijn-problemen. Vandaag pleitte de grootste Australische krant, The Sydney Morning Herald, tegen een bezoek van de Australische Defensieminister John Moore aan Dili. Volgens de krant staat de Australische publieke opinie vierkant achter de troepen. De soldaten hebben de steunbetuiging van de minister op dit moment niet nodig. Zo'n bezoek is onnodig zeer provocerend tegenover Jakarta, zo stelt de krant voorzichtig.