Kabinet misbruikt meevallers

Het kabinet moet de Zalm-norm en de tussentijdse versleuteling van de meevallers ter discussie durven stellen, ook al betekent dit dat het regeerakkoord moet worden opengebroken, menen Sylvester Eijffinger en Paul Koedijk. Premier Kok zou wel degelijk naar de waarschuwingen van de president van De Nederlandsche Bank moeten luisteren.

De meevallers vallen voor het tweede paarse kabinet bij voortduring uit de lucht. Door de sterk aantrekkende conjunctuur blijken de overheidsinkomsten keer op keer verder mee te vallen. In de zojuist gepresenteerde Miljoenennota 2000 ging het kabinet nog uit van een begrotingstekort van 0,6 procent van het bruto binnenlands product (BBP) over geheel 1999 en van 0,5 procent van het BBP over 2000. Volgens de laatste maandelijkse rapportage van het ministerie van Financiën aan het Internationaal Monetair Fonds (IMF) blijken deze cijfers alweer achterhaald te zijn. Het begrotingstekort is, twee weken na Prinsjesdag, alweer omgeslagen in een begrotingsoverschot. Dit overschot bedraagt nu 0,3 procent van het BBP over de laatste twaalf maanden. Volgens het ministerie van Financiën komt er over geheel 1999 misschien toch nog een tekort uit vanwege onder meer uitgestelde rentebetalingen op de staatsschuld. Het heeft er echter alle schijn van dat de omslag van een tekort naar een overschot op de begroting voor minister-president Wim Kok en minister van Financiën Gerrit Zalm veel te vroeg komt. Wellicht hadden beiden deze omslag liever in 2000 of 2001 gepland, het laatste volle begrotingsjaar voor de verkiezingen van 2002. De zich opeenstapelende meevallers in het afgelopen jaar zijn de grootste `tegenvallers' van dit kabinet. Hoe heeft dit zover kunnen komen?

Een belangrijke oorzaak is natuurlijk het strakke uitgavenkader dat volgens de zogenoemde Zalm-norm vastgelegd is, en de afspraak dat bij een begrotingstekort van minder 0,75 procent meevallers in de inkomstensfeer half-half worden versleuteld over tekortreductie en lastenverlichting. Op het moment dat de Nederlandse economie allerlei trekken van serieuze oververhitting begint te vertonen, is deze afspraak uit 1998 een wel erg ongelukkig compromis. Een sterke toename van de vacatures, spanning op de arbeidsmarkt, exploderende huizenprijzen en oplevende inflatie zijn allemaal signalen van een economie die aan oververhitting begint te lijden. Nu wordt duidelijk hoe sterk procyclisch de financiële afspraken van het regeerakkoord werken. Daarbij komt ook nog dat deze afspraak strijdig is met het Groei- en Stabiliteitspact van de EU waartoe ook Nederland zich verplicht heeft. Immers, volgens dit Europese pact dient men in goede tijden een begrotingsoverschot te genereren en op de staatsschuld af te lossen.

Ook zal het bij de sterk aantrekkende conjunctuur in de toekomst voor het kabinet steeds moeilijker worden de talrijke verlangens van de coalitiepartijen ten aanzien van de knelpunten in het onderwijs en gezondheidszorg in toom te houden. De extra bestedingsimpuls van 1 miljard gulden die bij de Algemene Beschouwingen uit de hoge hoed van Gerrit Zalm werd getoverd en aan de Tweede Kamer werd toegezegd zal nog een peuleschil blijken te zijn bij de toekomstige verlangens van de regeringspartijen. Daarom heeft het kabinet alle reden om de meevallers te bagatelliseren en de omslag naar een overschotsituatie zoveel mogelijk uit te stellen. Dit is begrijpelijk maar ook heel doorzichtig.

Boven op de bestedingsimpuls gaat de aangekondigde belastingherziening, die in 2001 ingaat, roet in het eten gooien. De rigoureuze belastingherziening voorziet een verschuiving van directe naar indirecte belastingen en leidt tot een hoger BTW-tarief van 19 procent. Als `smeergeld' is hiervoor een belastingverlaging van 5 miljard gulden ingebouwd die ook tot een verdere oververhitting van de economie zal bijdragen.

President Wellink van De Nederlandsche Bank waarschuwde vorige week volkomen terecht voor de inflatoire effecten van het belastingplan en de wel zeer ongelukkige timing ervan. Zijn waarschuwing werd door de minister-president samen met de vallende herfstbladeren aan de kant geschoven. En toch heeft Wellink hier een valide punt. Ter illustratie: de inflatie bedraagt in Nederland over de meest recente periode 2,5 procent in vergelijking met 0,5 procent in Duitsland. Volgens de Bankpresident is het belastingplan goed voor een additionele prijsstijging van 1,2 procent en dat op een moment dat de inflatie toch al sterk aantrekt. Hij vreest terecht dat de gematigde vakbonden steeds meer moeite zullen hebben om hun leden tot geduld en solidariteit met de werklozen te bewegen. Het gevolg zal zijn een verslechtering van de Nederlandse positie en negatieve gevolgen voor groei van de werkgelegenheid. Paradoxaal genoeg doet het kabinet dat zich de kampioen van het poldermodel waant er van alles aan om de fundamenten onder het bouwwerk weg te halen door te blijven stimuleren als de economie haar maximumcapaciteit al bijna heeft overschreden.

De eerste berichten van het vakbondsfront beloven niet veel goeds. Ondanks het warme beroep van Wim Kok op de sociale partners om de loonmatiging ook in 2001 voort te zetten, heeft FNV-voorzitter Lodewijk de Waal hem al publiekelijk te verstaan gegeven dat hij hierop niet meer hoeft te rekenen. Noch de bestedingsimpuls van Gerrit Zalm van 1 miljard, noch de lastenverlichting van 5 miljard uit het belastingplan kunnen De Waal aanzetten tot extra loonstijging: ,,Wij hebben bij onze looneis nog nooit rekening gehouden met de effecten van lastenverlichting en dat zullen we nu ook niet doen.' (NRC Handelsblad, 29 september). De FNV-bonden gaan het komende CAO-seizoen dan ook in met een looneis van drie procent. Het is duidelijk dat dit tot nog meer oververhitting en oplopende inflatie zal leiden.

Wat zou het kabinet dan moeten doen? Allereerst zou het de Zalm-norm en de half-half versleuteling van de meevallers tussentijds ter discussie dienen te stellen, ook al betekent dit het openbreken van het regeerakkoord. Daarnaast moet dit kabinet, dat pretendeert een langetermijnhorizon te hebben, getuige de frequentie waarmee het voorvoegsel `21ste' eeuw hanteert, de moed opbrengen om daadwerkelijk in de reële en kennisinfrastructuur van dit land te investeren en in veel sneller tempo de omvangrijke staatsschuld van ruim 500 miljard gulden af te lossen met het oog op de komende vergrijzing. Dat zou pas echt 21ste-eeuws zijn.

Sylvester Eijffinger is verbonden aan de Katholieke Universiteit Brabant. Kees Koedijk is verbonden aan de Universiteit Maastricht en de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Meevallers

In het artikel Kabinet misbruikt meevallers (in de krant van dinsdag 5 oktober, pagina 9) wordt gesproken over loonstijging waartoe FNV-voorzitter De Waal zou worden aangezet. Dit moet zijn: loonmatiging. De co-auteur van het stuk heet Kees Koedijk en niet Paul Koedijk.