In Congo hangt oorlog in de lucht

De oorlog in Congo dreigt een gevaarlijke wending te krijgen. De voormalige bondgenoten Oeganda en Rwanda zijn hopeloos verdeeld geraakt. ,,Vrede is gevaarlijk.''

Het is vrede in Congo. In het oosten van het land rijdt de ene na de andere truck met Rwandezen richting front. Uit de door rebellen belegerde centraal gelegen diamantstad Mbuji-Mayi komen aanhoudend berichten over schermutselingen. En intussen zijn de bondgenoten Oeganda en Rwanda, waarvan de legers elkaar in augustus naar het leven stonden, hopeloos verdeeld geraakt. Het is vrede in Congo, op papier, omdat er sinds 10 juli een vredesakkoord bestaat. Maar in de lucht hangt oorlog, meer oorlog. In de verte klinkt geweervuur.

,,De oorlog in Congo is in een gevaarlijke fase beland'', zegt Anthony Ssekweyama, analist voor de onafhankelijke Stichting voor Afrikaanse Ontwikkeling in Kampala en lid van de oppositionele Democratische Partij. De onderlinge gevechten tussen Rwandese en Oegandese troepen, medio augustus in de noordelijke stad Kisangani, zijn volgens Ssekweyama veel ernstiger geweest dan wordt toegegeven. Behalve een onbekend aantal doden (volgens niet te controleren schattingen 700) betekende het bloedige incident een waterscheiding tussen de twee bondgenoten, ,,Het zal leiden tot een scheuring in de alliantie.''

Wat zich in Kisangani openbaarde, was een fundamenteel verschillende benadering door Oeganda en Rwanda van de oorlog in het buurland. De Rwandese sterke man, vice-president Paul Kagame, is uit op een bufferzone in het oosten van Congo, die zijn land moet beschermen tegen aanvallen van Hutu-milities. Hij wil zo snel mogelijk af van de Congolese president Kabila, die hij voor geen cent vertrouwt.

De Oegandese president Yoweri Museveni daarentegen streeft naar onderhandelingen met Kabila. De allang bestaande tweedeling onder de Congolese rebellen, in een pro-Oegandees en een pro-Rwandees kamp, werd door de botsing in Kisangani verder op de spits gedreven. Rwanda staat achter de Goma-factie van de Alliantie voor Congolese Democratie (RCD). Oeganda steunt twee andere groepen: een tweede RCD-factie onder professor Wamba dia Wamba en de Congolese Bevrijdingsbeweging (MLC).

Terwijl Kagame rechtlijnig denkt, zonder compromissen, is Museveni een pragmaticus. Een spreuk uit de Oegandese Runyankore-taal vormt zijn uitgangspunt: Oyorora zoona tomanya erahiigye. `Voed alle puppies want je weet nooit welke de beste jachthond wordt.'

De gevechten in Kisangani betekenden ook de verwijdering tussen `vader en zoon', Museveni en Kagame. Generaal Museveni leerde begin jaren negentig de jonge ambitieuze Kagame, afstammeling van etnische Tutsi's in Oeganda, de kneepjes van het guerrillavak. Hun beider doel: de hereniging van alle Tutsi's, die over een periode van meer dan honderd jaar op de vlucht waren geslagen voor pogroms en nu verspreid leefden in landen rondom de Grote Meren.

In 1994 zagen ze hun kans schoon toen extremistische Hutu-milities in Rwanda (interahamwe) binnen drie maanden tijd bijna 800.000 mensen vermoordden, voornamelijk Tutsi's. Deze genocide bracht het etnische kaartenhuis rond het Gebied van de Grote Meren aan het wankelen. De Hutu's werden met een invasie vanuit Oeganda verdreven door het goed getrainde Tutsi-leger van Kagame. De interahamwe vluchtten naar wat toen nog Zaïre heette en van daaruit begonnen ze een guerrilla-oorlog tegen Rwanda. Eind 1996 reageerde Rwanda, samen met Oeganda en Congolese rebellen, en dreef de milities nog verder Congo in.

Dit offensief leidde tot de verdrijving van de autocratische heerser Mobutu uit de verre hoofdstad Kinshasa. Rwanda en Oeganda brachten Laurent Kabila in mei 1997 aan de macht. Maar daar hadden ze een jaar later al weer spijt van. Kabila deed niet genoeg om de Hutu-milities te bestrijden. In tegendeel, hij nam ze op in zijn leger. In augustus 1998 begonnen Rwanda en Oeganda daarom met een nieuw offensief, gericht op de verdrijving van Kabila en het creëren van een veiligheidszone aan hun westgrenzen.

De eerste operatie mislukte, omdat Kabila onverwacht grote militaire steun kreeg van Zimbabwe, Angola en Namibië. In de tweede opzet slaagden ze wel: grote delen van het noorden en oosten van Congo zijn nu in handen van de RCD en MLC, waarachter Rwanda en Oeganda schuil gaan.

De `broedermoord' in Kisangani had nog andere consequenties. Het Oegandese leger leed er een verpletterende nederlaag; de Rwandezen bleken op alle fronten superieur. Voor Museveni en zijn generaals is het moeilijk te verkroppen dat degenen die zij hebben opgeleid, hen boven het hoofd zijn gegroeid.

In de hoofdsteden van Oeganda, Rwanda en Congo doen hardnekkige berichten de ronde over nieuwe bondgenootschappen of monsterverbonden. ,,Er komt een nieuwe oorlog aan, erger dan alle eerdere'', zei de aartsbisschop van Kinshasa, Fredric Etsou, vorige week tegen een lokale krant. Diplomatieke bronnen in de regio zeggen dat Museveni overweegt om Kagame te laten vallen. Hij zou er bij Wamba dia Wamba op aansturen om het met de MLC op een akkoordje te gooien. De twee `puppies' zouden samen met Kabila moeten onderhandelen over een verdeling van de macht. Met zijn allen zouden ze een front vormen tegen Rwanda.

Vast staat inmiddels dat Hutu's militair worden getraind door de pro-Oegandese RCD-factie. ,,Niet elke Hutu is een extremist'', heeft Wamba verklaard. Maar voor Rwanda, waar Tutsi's in de praktijk de dienst uitmaken, staat die uitspraak gelijk aan verraad . Rwanda zou nu op zijn beurt bezig zijn met het trainen van rebellen tegen Museveni (in een intern Oegandees conflict) om hen als drukmiddel achter de hand te hebben.

Waar gaat de oorlog in Congo naar toe? Niemand die het weet. Op zijn best zal het grote Congolese rijk opgedeeld blijven zoals het nu in feite is: in vier delen overeenkomstig de windstreken: een oostelijk stuk onder Rwandese invloed, het noorden voor Oeganda, het westen in handen van Kabila en het zuiden nog onbeslist. Maar een hervatting van de oorlog met meer doden is waarschijnlijker.

Bizima Karaha, de voormalige minister van Buitenlandse Zaken onder Kabila en nu een van de politieke leiders van de pro-Rwanda RCD-factie, brengt dit, zittend aan een zwembad in Kigali, treffend onder woorden: ,,Vrede is gevaarlijk. Onze tegenstanders proberen te profiteren van de wapenstilstand. Hoe kunnen we hen ooit vertrouwen?'' Kahara – lees Rwanda – neemt alleen genoegen met een ,,fundamentele verandering'' van Congo. ,,Een nieuwe regering, nieuwe politieke instituties, een nieuw leger, alles moet nieuw worden'', zegt hij gedecideerd.