Havenplan geeft Rotterdam tijd

De Rotterdamse havenwethouder Simons wedt op twee paarden tegelijk. Het Havenbedrijf wordt aangepast aan moderne ontwikkelingen, maar Simons geeft zichzelf ook ruimte om beslissingen vooruit te schuiven.

Met zijn plan om het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam meer commerciële armslag te geven en afstand te nemen bij de politieke aansturing, maakt havenwethouder Hans Simons (PvdA) van de nood een deugd. Dat veranderingen hard nodig zijn, blijkt uit de recente discussies over de rol van het Havenbedrijf bij de verkoop van containerbedrijf ECT en de aanleg van de tweede Maasvlakte. Simons speelt hier op in, maar verschaft zichzelf op hetzelfde moment tijd om nieuwe ontwikkelingen af te wachten.

Het Havenbedrijf Rotterdam is een gemeentelijke dienst. Dat maakt het afhankelijk van ambtelijk-politieke besluitvorming, al had het Havenbedrijf de afgelopen decennia wel een zekere vrijheid bij het beheer van de haven. Uit de vele studies die de afgelopen jaren over de Rotterdamse haven zijn verschenen, is gebleken dat die bewegingsruimte niet voldoende is. De `mainport Rotterdam',goed voor circa zeven procent van het bruto nationaal product, is een belangrijke schakel in de wereldwijde vervoersstromen. Om in te kunnen spelen op de snelle ontwikkelingen in deze sector is een grotere commerciële en soms zelfs politieke armslag nodig.

Een goed voorbeeld is ECT (Europe Combined Terminals), het grootste containeroverslagbedrijf in Europa. De huidige eigenaren van ECT – Pakhoek, Nedlloyd en Internatio-Muller en de NS – wilden al geruime tijd van het matig winstgevende ECT af. Nederlandse bedrijven hadden geen belangstelling. Eind vorig jaar bleek er slechts één serieuze gegadigde: Hutchison Port Holdings (HPH). Die onderneming is onderdeel van het Hongkongse concern Hutchison Whampoa, een van de grootste spelers in de wereldwijde containeroverslag.

Hutchison nam genoegen met 50 procent van de ECT-aandelen (en de beslissende invloed in het management van ECT). Om betrokken te blijven bij de besluitvorming over het containervervoer in Rotterdam, besloot de gemeente Rotterdam via het Havenbedrijf dertig procent van de aandelen in ECT te nemen. Dat stuitte op kritiek van kleinere containeroverslagbedrijven als Hanno en Uniport. De combinatie van het Havenbedrijf als havenbeheerder en mede-eigenaar van de grote concurrent achtten zij onzalig.

De plannen liepen vertraging op omdat ook de Europese Commissie bezwaar maakte.Hutchison, dat containerterminals in twee Engelse havens (Felixstowe en Southport) controleert, zou volgens Brussel een te overwegende invloed krijgen bij het containervervoer in diepzeehavens in Noordwest-Europa.

Om de mededingingsautoriteit tegemoet te komen, heeft Hutchison besloten genoegen te nemen met een aandeel van 35 procent in ECT. Het Gemeentelijk Havenbedrijf neemt ook 35 procent, mits de Rotterdamse raad daarmee op 14 oktober instemt. De Europese Commissie zou tegen deze opzet geen bezwaar hebben, zo liet een woordvoerder in Brussel onlangs weten.

Om de weerstand in de Rotterdamse haven tegen de dubbelrol van de havenbeheerder op te heffen, zal het Havenbedrijf de ECT-aandelen onderbrengen in de nieuwe naamloze vennootschap Mainport Holding Rotterdam. Ook andere commerciële belangen van het havenbedrijf worden hierin ondergebracht.

De NV Mainport Holding Rotterdam kan ook een belangrijke rol spelen bij de besluitvorming over de uitbreiding van de Maasvlakte. In dat traject gaat de nationale overheid voorop. Komend najaar wordt in opdracht van minister Netelenbos (Verkeer en Waterstaat) onderzocht in hoeverre het bedrijfsleven bereid is deel te nemen in de kosten van de aanleg van de tweede Maasvlakte. Mede op basis van dit onderzoek zal de Tweede kamer in februari 2000 een zogeheten `program van eisen' voor aanleg van een tweede Maasvlakte vaststellen.

Havenwethouder Simons verwacht weinig belangstelling van bedrijven voor deze vorm van publiek-private samenwerking. Een extra obstakel is volgens hem dat het kabinet de nieuwe Maasvlakte in twee fasen van elk 500 hectare wil laten aanleggen, in plaats van 1000 hectare ineens zoals Rotterdam wenst. Mocht de opzet van het kabinet echter wel slagen, dan is de NV Mainport Holding Rotterdam een interessant instrument voor de gemeente. Bijvoorbeeld om via deze constructie risicodragend te investeren in het Maasvlakteproject. De nieuwe nv geeft Rotterdam ook de mogelijkheid om mee te praten over de voorwaarden voor de uitbreiding van de Maasvlakte. Dat is belangrijk omdat de voltallige gemeenteraad een leidende rol wil, zowel bij de uitvoering van het Maasvlakteproject als bij het beheer van het nieuw verworven gebied.

Het geldende erfpachtstelsel in Rotterdam, waardoor de gemeente eigenaar blijft van de grond, is voor veel politici heilig: dat mag niet sneuvelen omdat het kabinet inzet op gedeeltelijk private financiering. Simons zei gisteren dat de NV Mainport ,,kan worden aangepast al naar gelang de omstandigheden''. In andere woorden: we wachten af, maar het instrument om Rotterdams' invloed zo groot mogelijk te houden, is gereed.