Groeten uit Voorburg

Toen ik nog een knaapje zonder baardgroei was, ging ik door het leven als supporter van Terlaak. Bij ons in het toen nog landelijke Voorburg voetbalden drie clubs in elkaars nabijheid: Tonegido, Wilhelmus en Terlaak. Het waren er eigenlijk meer, maar dit rijtje betrof de zondagclubs. Hoewel sommige leden van de Hervormde Kerk zich eraan stoorden en zelfs een ouderling op mijn vader afstuurden om zijn zoontje te doen inbinden (welke aanval werd afgeslagen), verbleef ik menige zondagmiddag op dat gezellige terrein aan de Rodelaan.

Menige speler van Terlaak (wit shirt, zwarte broek) meende ik van haver tot gort te kennen, hoewel er geen Voorburger bij liep. Vooral de soms onbedaarlijke schotvaardige midvoor had mijn volle sympathie. Hij heette Kees, was krachtig gebouwd en wierp zich met grote ijver in de strijd. In een boekje van striptekenaar Dik Bruynesteyn komt hij voor: hij ligt in diepe verslagenheid in het gras en `vreet het gras op'. Zo heb ik hem inderdaad gekend, want als hij een kans had gemist reageerde hij menselijk en primitief tegelijk.

Terlaak was een vierdeklasser in de KNVB en lang geen slechte, maar was net een fractie minder dan concurrenten als Moordrecht en UVS. Nu kwam UVS uit Leiden en daar is Piet Kantebeen vandaan gekomen, die later furore maakte bij Feyenoord – dus kon ik, zij het met moeite, de oppermacht van UVS nog wel verdragen. Moordrecht was een ander geval. Volgens mij en andere Terlaakers waren dat uit de klei getrokken boeren, die behoorden te verliezen en dat helaas meestal niet deden. U moet niet denken dat het gevoel beter te zijn dan `die boeren' pas later is gekomen. Hoe kwalijk ook, het speelde al bij jongens van 12 jaar.

Omdat de voetbalbond Terlaak verplichtte even vaak uit als thuis te spelen, kwam ik ook weleens bij Tonegido terecht, waar in die tijd nog niets van het latere lid Kees Jansma was vernomen. Men had daar een handelaar in gedragen kleding, Jan Thoms, die eens, in mijn aanwezigheid, de deklat doormidden schoot. Een prestatie welke opzien baarde. Zijn jongere broer Pino voetbalde bij de roomskatholieke vereniging Wilhelmus. Daar had men uiteraard een geestelijk adviseur. Deze Thoms was een bekwaam, maar zeer agressief speler, die soms uit het veld verwijderd werd door de scheidsrechter en dan na afloop in de kleedkamer een preek kreeg van de aanwezige kerkelijke autoriteit.

Alles bij elkaar was het voor de Tweede Wereldoorlog een zeer gevarieerd voetballeven in Voorburg. Zondagsmorgens in de kerk kon ik altijd een paar jongelui zien zitten van wie ik wist dat ik hen 's middags op het veld in geheel andersoortige acties zou terugzien. Achteraf gezien leek Tonegido mij de aardigste club van bovengenoemd drietal, dus is het eigenlijk onverklaarbaar dat mijn hart het felste voor Terlaak sloeg.

Ik ben er ook een keer als grensrechter bij het derde elftal opgetreden, maar dat was allesbehalve een succes. Dravend langs de lijn en soms driftig met het kleine vlaggetje zwaaiend nam ik op een gegeven moment waar dat mijn club had gescoord. Juichend sprong ik omhoog, tot afschuw van de scheidsrechter, die mij onmiddellijk verplichtte mijn teken van waardigheid aan een neutraler (en ouder) persoon over te dragen. Toch verbeeld ik mij dat het mooie jaren waren. Een beetje simpel, maar duidelijk. Ik zou ze best nog eens over willen doen. Helaas wijst veel erop, dat dit niet zal gebeuren.