Gachet bewaarde zelfs Van Goghs tubes

Het Van Gogh Museum laat er geen twijfel over bestaan. In de expositie Cézanne tot Van Gogh, de collectie van Dokter Gachet hangen de `echte' Van Goghs netjes naast elkaar aan de eremuur van de nieuwe tentoonstellingsvleugel. De kopieën uit dezelfde collectie, geschilderd door de arts Paul Gachet uit Auvers-sur-Oise, diens zoon Paul en Blanche Larousse, een meisje uit het dorp, hangen ertegenover aan een eigen wand. Dat maakt het knap lastig om te zien wat de verschillen zijn tussen Van Goghs aanpak en die van zijn kopiisten. Vooral Blanche Larousse heeft de Van Goghs zeer vakkundig nagemaakt. Stel dat van het lichtblauwe zelfportret met de kolkende vormen op de achtergrond het origineel op de expositie zou ontbreken, dan zou je bijna in de echtheid van haar versie gaan geloven – ware het niet dat Larousse trouw op de achterzijde van elk werk noteerde wie en wat haar voorbeeld was.

En dan de stillevens van Cézanne, nageschilderd door Larousse en zoon Paul Gachet. Als je heel erg goed kijkt, kun je zien wat verfonderzoek door het museum uitwees: dat de appels bij de twee kopiisten niet zo doorwerkt zijn als bij Cézanne, die zijn doeken al schetsend opbouwde, en dat bij hen de schaduwen niet vanaf het begin aanwezig waren maar achteraf zijn toegevoegd. Maar zou je dat ook zien wanneer je niet zeker wist dat het kopieën zijn?

De collectie van dokter Paul Gachet, kunstliefhebber, amateurschilder, impressionistenvriend en de arts die de laatste zeventig dagen van het leven van Van Gogh een oogje op de schilder hield, bevatte ooit honderden kunstwerken: een paar meesterwerken en een heleboel van veel minder allooi. De beste stukken hangen nu in het Van Gogh Museum. Dat zijn schilderijen, schetsen en etsen van Van Gogh, Cézanne, Pissarro, Guillaumin en enkele andere impressionisten en post-impressionisten, die de dokter verkreeg door vriendschap of diensten. Cézanne leerde etsen op de pers van Gachet, Monet kocht een lening af met een fraai geschilderde bos chrysanten en Renoir maakte een elegante olieverfschets van de jonge blondine die Gachet op zijn verzoek onderzocht. Deze ons-kent-ons-sfeer geeft veel extra charme aan deze expositie. De tekstbordjes zorgen ervoor dat deze de bezoeker niet ontgaat.

Van de karrevracht met andere gekochte, geschonken of door de makers afgekeurde en van de ondergang geredde schetsjes en doeken die de dokter bezat, is slechts een enkel werkje in de tentoonstelling opgenomen. Wel aanwezig zijn een aantal parafernalia uit Gachets collectie. Die vormen een mooie aanvulling: tegenover het stilleven-met-aardewerken-kan dat Cézanne tijdens een bezoek aan de dokter maakte, staat de indertijd gebruikte kan in een vitrine en ook de Japanse vaas die Van Gogh afbeeldde in zijn bloemstilleven in deze expositie, staat daar dankzij de bewaardrift van de Gachets. Zelfs een door Van Gogh gebruikt palet en enkele van zijn verftubes zijn er nog.

Dat veel werken uit de collectie-Gachet relatief onbekend zijn, komt doordat zoon Paul Gachet na de dood van zijn vader de verzameling obsessief beschermde. Bijna niemand mocht haar zien, reprodukties waren verboden en er werd nooit geëxposeerd. Pas na de Tweede Wereldoorlog kwam een en ander in de publiciteit, toen hij een aantal belangrijke schenkingen deed aan de Franse staat. Een aantal daarvan, zoals een zelfportret van Van Gogh, De kerk van Auvers en het Portret van dokter Gachet, verhuisden later naar het Parijse Musee d'Orsay. Wat niet werd geschonken, werd verkocht. De werken die nu in het Van Gogh Museum te zien zijn, zijn dan ook geleend uit tientallen collecties.

De tentoonstelling bestrijdt met tekstbordjes en uitvoerige artikelen in de catalogus het hardnekkige gerucht dat de uit de Gachet-collectie afkomstige werken `vervalst' zouden zijn. Kopiëren, zo schrijven de auteurs, was immers heel gewoon voor amateurschilders in die tijd; de Gachets deden dus niets ongepasts. De overdreven beschermdrang van zoon Gachet heeft de verdenkingen rond de collectie ongetwijfeld aangewakkerd, maar ook die bewijst niets over vervalsingen. Een andere kwestie is dat sommige Van Goghs in de tentoonstelling vreemd overkomen, maar daar hebben de tentoonstellingsmakers een verklaring voor: het rode pigment dat de schilder gebruikte, is soms verbleekt tot wit of beige.

Zo bleek uit verfonderzoek dat de modderig en grauw ogende bos bloemen in de Japanse vaas oorspronkelijk veel feller van kleur was, net als het duoportret van twee zusjes in blauwe jurk, dat Van Gogh in Auvers-sur-Oise maakte. Grappig detail is dat bij het onderzoek naar deze verkleuring de kopieën uit de collectie juist dienen als hulpmiddel. Bij de zusjes is dat heel duidelijk. Op het wat flets ogende origineel lijken de handjes van de meisjes zeer onbeholpen gekwast. De kopie van Blanche Derousse laat echter zien dat diezelfde handjes en hun bleke lippen oorspronkelijk met krachtige, paarsrode lijnen waren omrand.

Bij grondig onderzochte schilderijen als deze zijn de bewijzen van echtheid overtuigend. Toch neemt dat nog niet alle twijfels over de collectie weg. Vandaar dat John Leighton, de directeur van het Van Gogh Museum, een onderzoeksproject heeft aangekondigd: net zoals in het Rembrandt Research Project alle Rembrandts werden onderzocht, wil hij dat nu alle Van Goghs onder de loep worden genomen, zodra daar de nodige gelden voor zijn.

Tentoonstelling: Van Cézanne tot Van Gogh, de collectie van Dokter Gachet. Van Gogh Museum, Amsterdam, t/m 5 dec. dag. 10-18 uur. De resultaten van het echtheidsonderzoek zijn ook te lezen op internet: www.vangoghmuseum.nl