Fresco's van de middenstand

De vraag die het Nederlandse volk laatst werd voorgelegd, liet geen ruimte voor misverstand. De ondervraagden behoefden alleen maar te zeggen of ze het eens waren met de stelling: ,,De hoeveelheid reclame moet beperkt worden.'' En ook het resultaat van de rondvraag, uitgevoerd door het NIPO in opdracht van het reclamevakblad NieuwsTribune, is zeer eenduidig. Driekwart was het ermee eens. De ouderen iets meer dan de jongeren, maar in alle leeftijdsgroepen een ruime meerderheid. Niet reclame, maar een prijsverlaging is volgens bijna iedereen het beste middel om het imago van een product te verbeteren.

Reclame stoort.

Maar zodra de angel van de actuele verkoopbevordering niet meer steekt, zijn de reacties veel positiever. Dat blijkt bij elke succestentoonstelling van historische reclame, en dat blijkt eens te meer uit het feit dat vorige week in Kampen de landelijke stichting Tekens aan de Wand is opgericht.

Kampen speelt al geruime tijd een voortrekkersrol bij het behoud en de restauratie van de muurschilderingen die in het begin van deze eeuw in de oude binnenstad werden aangebracht om reclame te maken voor middenstanders en merkartikelen. Nadat de graficus Bart Oost de gemeente in 1981 wees op een snel verblekende reclametekst aan een muur in de Oude Straat, is daar het Comité Muurreclames Kampen opgericht dat intussen verantwoordelijk is voor de redding van 25 schilderingen – van bakkerij De Korenschoof tot Bussink's Koek en van Kanis & Gunnink tot `V.d. Put's beschuit is kracht beschuit'.

Toen de muurreclame nog nieuw was, werd die zelfs door sommige vaklieden als vervuiling beschouwd. Geërgerd schreef de reclameadviseur B. Knol in 1918 in zijn brochure Denkbeelden over Reclame: ,,Muren, schuren, loodsen, e.d., die daarvoor gelegenheid bieden, vindt men ontsierd door beschilderingen.'' Maar sinds de muurschildering werd verdrongen door het emaillen bord en langzaam maar zeker uit het stadsbeeld verdwijnt, wordt er alarm geslagen over het verdwijnen van deze `fresco's van de kleine middenstand'.

,,Het zou mooi zijn als ons initiatief ook door andere gemeenten wordt overgenomen'', zegt Cor Adema, voorzitter van het Comité Muurreclames Kampen en nu tevens voorzitter van de nieuwe stichting Tekens aan de Wand. Hij weet intussen van enkele andere reddingsacties: Utrecht heeft er al zo'n veertig gerestaureerd, Vlaardingen heeft er zelfs een boekje over uitgegeven, Delft heeft één Ranja-reclame opgeknapt en ook in Harlingen en Leeuwarden is sprake van actie. Volgend jaar hoopt de stichting een wetenschappelijke uitgave te publiceren over de geschiedenis van de muurreclame in Nederland.

Volgens een eerste schatting van bestuurslid Peter Nijhof moeten er nog enkele honderden bestaan. Nijhof, die ook voorzitter van de stichting Industrieel Erfgoed is, schreef eerder een enthousiasmerend boekje over emaillen borden, die intussen een gezocht verzamelobject vormen.

Adema zegt te hopen dat er in nog meer steden zulke initiatieven op gang komen – en, voegt hij er uit eigen ervaring aan toe, liefst niet alleen door de inspanning van particulieren. ,,Ik kan me voorstellen dat het ook wordt opgepakt door culturele instellingen of de gemeenten zelf, bijvoorbeeld als onderdeel van de stadsvernieuwing. Op die manier willen we proberen in heel Nederland een netwerk te creëren, waarbij we elkaar ook met raad en daad terzijde kunnen staan. Als we nu niets doen, zullen al die tekens aan de wand op den duur verdwijnen.''

Hij vertelt van een geestdriftige particulier die het aantal muurreclames in Amsterdam heeft geïnventariseerd. De man telde er maar liefst honderd. ,,Maar soms kwam hij een week later op dezelfde plek terug – en dan was de schildering alweer overgekalkt of weggespoten. Dat moeten we dus proberen te voorkomen.''