Bladeren

THE NEW YORK

REVIEW OF BOOKS

De economische beleidsmakers in de Verenigde Staten kunnen kiezen uit drie denkrichtingen. De meest spraakmakende zegt dat de ontwikkeling van de technologie heeft geleid tot een nieuwe economie die geen inflatie kent, die onbeperkt kan groeien, en waarin werkloosheid niet bestaat. De traditionele visie daarentegen houdt in dat de ontwikkeling van de economie wel degelijk grenzen kent, dat de werkloosheid niet lager moet zijn dan vijf tot zes procent, en dat de groei niet groter moet zijn dan zo'n drie procent.

De derde denkrichting wordt het beste onder woorden wordt gebracht door Robert Solow. Deze maakt aannemelijk dat er inderdaad grenzen zijn aan de ontwikkeling van de economie, maar dat we niet weten welke. Roger Alcaly van Columbia University schrijft in The New York Review of Books dat volgens Solow voortijdige beperking van de groei schadelijker is voor de economie dan een betrekkelijk bescheiden inflatie. Daarom moet de Federal Reserve, in de persoon van Alan Greenspan, de inflatie pas proberen te beperken als ze een zichtbaar probleem is. Het ziet er naar uit dat wat in de economie het natuurlijke werkloosheidsniveau heet lager kan uitvallen dan de zes procent die tot dusverre werd aangenomen. Solow laat zien dat inflatie pas bescheiden gaat groeien als de werkloosheid lager wordt dan het natuurlijke niveau. Hij rekent voor dat de inflatie 0,3 procent per jaar stijgt als de werkloosheid een procent per jaar lager wordt dan het natuurlijke niveau.

Hoe moeilijk het is om iets zinnigs te zeggen over het gewenste beleid van een centrale bank blijkt wel uit de verschillen tussen de Amerikaanse en Duitse ontwikkelingen. In de Verenigde Staten reduceerde de Federal Reserve de inflatie zonder haar opdracht tot beperking van de werkloosheid te veronachtzamen. De Bundesbank, die alleen maar de opdracht had de muntkoers te beschermen, ontwikkelde zich tot kampioen inflatiebestrijding, maar het gevolg daarvan is volgens de auteur dat Duitsland nu kampt met een werkloosheid van meer dan tien procent en weinig groei.

Hoewel Greenspan zich ook zorgen maakt over de permanente stijging van de beurskoersen heeft hij laten weten dat hij het monetaire beleid niet zal gebruiken om die groei te temperen. Pas als die luchtbel barst zal de Fed in actie komen om de schade te beperken. Greeenspan maakt zich met name zorgen over het feit dat veel aandelen gekocht worden met geleend geld en dat dit de basis is voor de huidige groei van de economie. De auteur concludeert dat het lot van de economie uiteindelijk afhangt van Greenspans intuïtie aangaande de manier waarop de Amerikanen investeren en uitgeven.

The New York Review of Books verschijnt eens per twee weken en is verkrijgbaar in de kiosk.

SCIENTIFIC AMERICAN

Het afgelopen jaar zijn tien ondernemingen in de Verenigde Staten begonnen met financiële dienstverlening aan consumenten via Internet. De doelgroep bestaat uit drieëndertig miljoen mensen die een spaar- of beleggingsplan hebben, en die bij elkaar beschikken over een biljoen dollar, schrijft Michael Menduno in Scientific American. Van die groep mensen zijn er op dit moment 1,7 miljoen die zich via Internet laten adviseren over de manier waarop ze hun geld beleggen. Volgens TowerGroup, een gespecialiseerd onderzoeksbureau in Massachussets, zal die groep de komende vijf jaar groeien tot 13,7 miljoen mensen. Hun beslissingen zullen ze dan baseren op de berekeningen van William Sharpe, die in 1990 de Nobelprijs kreeg voor het ontwikkelen van een model voor het berekenen van de verhouding tussen risico en opbrengst van aandelen, opties, en derivaten. Deze heeft een onderneming, Financial Engines, opgericht die zich toelegt op de verkoop van wetenschappelijke methoden voor het nemen van investeringbeslissingen. Op die manier krijgt de individuele consument voor zestig dollar per jaar de rekenmethode in handen die nu is voorbehouden aan de institutionele beleggers. Het model van Financial Engines is gebaseerd op het verloop van de koers van meer dan 15.000 waardepapieren. Het is maar de vraag of de consument het aandurft om zijn beslissingen te nemen op grond van een rekenmodel op Internet. De meeste mensen zullen persoonlijk contact nodig blijven hebben, al was het alleen maar om iemand te hebben aan wie ze de schuld kunnen geven als het fout gaat.

Scientific American verschijnt elke maand en is verkrijgbaar in de kiosk.

www.sciam.com

THE ECONOMIST

Speculatie in onroerend goed blijkt steeds weer opnieuw te leiden tot economische luchtbellen die veel schade aanrichten zodra ze leeglopen. Zelfs doorgewinterde aanhangers van de theorie dat de markt altijd efficiënt is moeten toegeven dat onroerendgoedprijzen vaak niet efficiënt zijn, dat wil zeggen dat ze de beschikbare informatie niet goed weergeven. Uit onderzoek van Richard Herring en Susan Watscher van de Wharton School naar de ontwikkeling van onroerendgoedprijzen in Amerika, Zweden, Thailand en Japan, blijkt dat het gebrek aan efficiëntie uiteenvalt in drie elementen, die in alle gevallen in verschillende combinaties een rol spelen.

Het eerste is slechte en onvolledige informatie. Dat betekent dat beleggers de waarde van het onroerend goed consequent overschatten, en dat ze op grond daarvan geld leenden om nieuwe gebouwen neer te zetten. Het tweede gemeenschappelijk element is dat banken hun werknemers stimuleren zoveel mogelijk leningen af te sluiten, ongeacht de kwaliteit van de aanvragen. En een derde gemeenschappelijke factor is het psychologische verschijnsel dat mensen de neiging hebben om hun inschatting van wat er waarschijnlijk zal gebeuren te baseren op het gemak waarmee ze het zich kunnen voorstellen. Omdat het zo lang geleden was dat er een onroerendgoedcrisis ontstond konden de beleggers zich er geen goede voorstelling van maken. Dat belooft weinig goeds voor de manier waarop de aandelenmarkten in Amerika zich ontwikkelen, want de mensen die nu in aandelen handelen waren in 1929 nog niet geboren.

Het weekblad The Economist is verkrijgbaar in de kiosk.