Biotech-eten deert Amerikanen niet

In navolging van Europa neemt nu ook in de VS de ongerustheid over genetisch gemanipuleerd voedsel toe. Vooral bij boeren, die vrezen voor hun afzetmarkt. Derde deel van een serie over biotechnologie en eten.

Het Europese verzet tegen de biotechnologie jaagt de Amerikaanse landbouw de stuipen op het lijf. Amerikaanse boeren zijn de afgelopen jaren op grote schaal overgeschakeld op zaden die genetisch gemanipuleerd (GM) zijn, maar nu beseffen ze dat hun producten daardoor minder welkom zijn op de belangrijke Europese afzetmarkt. Die economische realiteit heeft een forse domper gezet op hun aanvankelijke enthousiasme over de nieuwe gewassen.

De grote exporteurs zijn al begonnen om de bakens te verzetten. Een derde van alle maïs die Amerikaanse boeren verbouwen (en bijna de helft van alle soja) is genetisch gemanipuleerd (of gemodificeerd, zoals men hier liever zegt). Tot nog toe werden de oude en de nieuwe maïs-soorten niet van elkaar gescheiden, tot ergernis van Europa dat de import van Amerikaans maïs vrijwel stillegde (voor de Amerikaanse boeren een schadepost van 200 miljoen dollar).

Maar deze zomer heeft de export-reus Archer Daniels Midland (ADM), het bedrijf dat zich graag ,,de supermarkt van de wereld'' noemt, de Amerikaanse boeren gevraagd om hun GM-producten voortaan gescheiden aan te leveren van de niet-gemanipuleerde producten. Zo kan het conventionele product aan de Europese klant worden geleverd, terwijl de Amerikaanse klant genetisch gemanipuleerde maïs voorgezet krijgt.

De Amerikaanse autoriteiten deden de Europese terughoudendheid tegenover GM-voedsel aanvankelijk af als een doorzichtige protectionistische truc om Amerikaanse waar van de eigen markt te weren. Maar inmiddels is duidelijk dat niet alleen Europa bedenkingen heeft. Ook in Japan, de grootste importeur van Amerikaanse landbouwproducten, maakt men zich zorgen blijkens een nieuwe wet die voedselproducenten verplicht om op de verpakking te vermelden of ze genetisch gemanipuleerde grondstoffen hebben gebruiken. Ook in andere landen die grote afnemers van de Amerikaanse boeren zijn, zoals Mexico en Zuid-Korea, spreken steeds meer bedrijven een voorkeur uit voor voedsel dat niet genetisch gemanipuleerd is.

In Amerika zelf zijn sommige grote afnemers ook al begonnen om GM-producten te weren. De firma Gerber, die jaarlijks een miljard dollar aan potjes baby-voedsel verkoopt, ging razendsnel overstag na een fax van de Amerikaanse afdeling van Greenpeace, waarin gevraagd werd of het bedrijf soms gebruik maakte van GM-ingrediënten. Bevreesd voor acties die een smet zouden kunnen werpen op de goede naam van het merk, besloot Gerber voortaan geen gemanipuleerde maïs of soja meer te kopen. Dat het bedrijf er nog steeds van overtuigd is dat de biotech-producten volkomen veilig zijn, doet niet meer ter zake. Ook concurrent H.J. Heinz heeft inmiddels aangekondigd geen gemanipuleerde organismen meer te gebruiken voor zijn babyvoedsel.

De Amerikaanse consument heeft zich tot nu toe niet erg geïnteresseerd getoond in de hele controverse over GM-voedsel. Allerlei alledaagse etenswaar bevat in de VS GM-ingrediënten: frisdranken, vruchtensappen, diepvries pizza's, spaghetti-saus, vegetarische hamburgers, soep, zoutjes, koekjes, melkpoeder, noem maar op. Het lijkt niemand te deren.

Maar dat kan veranderen. Sinds kort besteden de Amerikaanse media veel aandacht aan de bedenkingen tegen GM-voedsel. Het blad Consumer Reports, de Amerikaanse consumentengids, wijdde er in zijn september-nummer maar liefst zes pagina's aan. Volgens het blad vindt 71 procent van de Amerikanen dat ze over het onderwerp slecht geïnformeerd zijn. Slechts een derde was zich ervan bewust dat ze in de supermarkt GM-voedsel kunnen kopen.

Het blad pleit voor strengere regels: al het GM-voedsel zou op veiligheid getest moeten worden voor het op de markt komt; het zou niet verkocht mogen worden als organisch voedsel; en alle gemanipuleerde ingrediënten zouden vermeld moeten worden op etiketten.

De Amerikaanse regering overweegt ernstig om de vermelding op etiketten inderdaad verplicht te stellen, of op zijn minst als vrijwillige maatregel aan te moedigen. Washington wil voorkomen dat het alleen komt te staan op de internationale bijeenkomst van de Wereldhandelsorganisatie WHO, eind november in Seattle, als de kwestie van etikettering aan de orde komt.

Dat Amerika langzamerhand genuanceerder gaat denken over GM-voedsel, blijkt ook de uit de opstelling van minister van Landbouw Dan Glickman. Aanvankelijk had Glickman als groot pleitzorger van de biotechnologie weinig begrip voor de critici ervan. En nog steeds gelooft hij dat Amerika er goed aan doet ,,de ontwikkeling van deze nieuwe systemen voor voedselproductie aan te moedigen''. Maar hij waarschuwt dat de voordelen van genetische manipulatie niet blindelings omarmd moeten worden. ,,We moeten ons verzekeren van het vertrouwen van het publiek. Laten we niet alles op één kaart zetten.''

DOSSIER www.nrc.nl/Doc