Bibliotheek van Boijmans breidt uit

De zondvloed die op 10 augustus jongstleden de bibliotheek van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam trof, heeft minder schade aangericht dan het er aanvankelijk naar uitzag. Nog drieduizend 19de- en vroeg-20ste-eeuwse veilingcatalogi liggen te vriesdrogen in het Rotterdamse havengebied, maar de oude drukken en de surrealistische werken, een belangrijke pijler van het boekenbestand, blijken ongeschonden.

,,We moeten die natte catalogi nog steeds inventariseren. Daar is geen haast bij. Integendeel zelfs. Als we ze nu uit de koeling weghalen, gaan ze meteen lekken'', vertelt Michiel Nijhoff (43), hoofd van de bibliotheek. ,,De restauratie kost een tot anderhalve ton. Het alternatief is alleen de unieke catalogi te herstellen. Daar zijn we nog niet uit. Die laatste oplossing vergt een uitvoerig afstemmen met andere kunsthistorische bibliotheken.'' Aangezien boekenbestand noch collectie van Boijmans is verzekerd, kan alleen de International Council of Museums (ICOM) financieel bijspringen.

Terwijl de Boudon-vleugel van Boijmans overhoop ligt en buiten destructie-machines gevels wegbeuken voor de nieuwbouw, bereidt de bibliotheek zich voor op zijn veel grotere behuizing. Alle 120.000 boekbanden worden gedigitaliseerd, alle laat-20ste-eeuwse veilingcatalogi, versleept naar elders tijdens de overstroming, vergen ordening. Eindelijk gaan nu ook alle mini-bibliotheekjes, bijeen gescharreld door verschillende conservatoren, op in de `bedrijfsbibliotheek'.

De totale nieuwbouw, die door de aangevochten afbraak van een monumentale 19de-eeuwse villa vertraging opliep, moet in april 2001 gereed zijn. Op de plek van het `oude' museumrestaurant aan de voorzijde, is de computerruimte voor de bibliotheekcatalogus gepland. Pal daarnaast verrijst de leeszaal: ,,Behalve in deze hoge, chique en strakke u-vormige boekenwand met balustrade, slaan we ons bestand op in een nieuwe, tachtig meter lange kelder. Voorlopig kunnen we vijftien jaar vooruit'', volgens Nijhoff.

De bibliotheek, met een jaarlijks aankoopbudget van 45.000 gulden, exclusief abonnementen, dankt een aanzienlijk deel van zijn bezit aan ruilverkeer met wereldwijd vierhonderd andere musea en kunsthistorische instellingen. Bovendien is elke reproductie van een werk uit de museale collectie, opgenomen in een bestands- of tentoonstellingscatalogus van andere instituten, goed voor een gratis exemplaar van zo'n catalogus. De circa duizend nieuwe titels die Nijhoff zelf per jaar bestelt, stemt hij af met andere Nederlandse musea en met universiteiten.

Hoe bijzonder deze bibliotheek is blijkt uit het feit dat vijftig procent van haar banden ontbreekt bij zowel de Rijksdienst Kunsthistorische Documentatie in Den Haag als bij het Stedelijk Museum, het Rijksmuseum en het Van Gogh Museum, alle in Amsterdam. Gezamenlijk produceren deze instituten binnenkort een cd-rom, zodat, in combinatie met het zogenaamde Pica-bestand van de universiteiten, een ieder `on line' inzage kan krijgen in een miljoen kunsthistorische titels.

,,Tot voor kort mochten mijn oud-collega Peter Hoogstrate en ik niet overlijden'', vertelt Nijhoff, ,,omdat alleen wij wisten waar we een titel moesten zoeken. De bieb was een groot goed, maar zij mocht qua personeel en aankopen niet teveel kosten. Een absurde, onwerkbare situatie die ons in de toekomst nog meer parten had gespeeld. Gelukkig beschik ik nu over vijf medewerkers, zodat de bibliotheek een veel opener karakter kan krijgen. We willen in plaats van jaarlijks duizend, straks minimaal zesduizend mensen gaan bedienen. Nee, uitlenen is er niet bij, maar een collectie als deze, aangekocht met gemeenschapsgeld, rechtvaardigt een ruime mate van gastvrijheid.''