BACH

In zijn Hochzeitskantaten BWV 210 en 202 heeft J.S. Bach zichzelf overtroffen, vindt dirigent Reinhard Goebbel. Hij legde beide werken onlangs vast met Musica Antiqua Köln en de jonge Duitse stersopraan Christine Schäfer, vanuit de overtuiging dat Bach nergens beter is geslaagd in de behandeling van de zangstem dan juist in deze wereldlijke werken.

De teksten van beide cantates reiken veelal weinig verder dan oubollige heilsspreuken als `wees gelukkig, nobel paar!', maar vertolkt door Christine Schäfer bezit elke zanglijn desondanks een verkwikkende puurheid. Schäfers stem kent geen beperkingen, en als er iets op haar prestaties mag worden afgedongen, is het juist deze technische superioriteit. Zowel de aria's als de recitatieven in beide werken klinken met een bandeloze lenigheid en een monter klokkend geluid, welke karakteristieken soms ten koste gaan van de dramatiek die de muziek ook in zich draagt. Wel wekt Schäfer, steeds fris en onberispelijk begeleid door het op originele instrumenten musicerende Musiqua Antiqua Köln, met welluidend gevoel voor afwisseling en een stevige puls de dansante aria als Sich üben im Lieben uit de cantate Weichet nur, betrübte Schatten (BWV 202) opzwepend tot leven.

J.S.Bach - Hochzeitskantaten. (DG 459 621-2)