Weense componisten inspiratie voor Introdans

Het eerste programma van het nieuwe seizoen van Introdans heeft de titel Moving Vienna meegekregen.

Wenen en dans, dat suggereert ruisende baljurken, hupse polka's en zwierige walsen. Wie dat verwacht bij Introdans te zien komt bedrogen uit want daar wordt met muziek van Schubert, Mahler en Urbanner een heel andere muzikale Weense kant belicht en de gebruikte composities zijn verre van luchtig en vrolijk. Maar er zijn wel degelijk verbindingen met het verleden en heden van de Oostenrijkse hoofdstad al was het alleen al doordat een van de nieuwe balletten is gemaakt door de directeur en choreograaf van het Wiener Staatsopernballet Renato Zanella. Zijn Ostarrichi – de naam van het oude Oostenrijk – heeft nog wel enkele operette-achtige elementen waarmee Wenen zo geassocieerd blijft. Zo wordt het werk geopend met een clowneske figuur in een glinsterend soort berenpak met zilverwitte sliertjes die bij het draaien uitwaaieren als een gigantische plumeau. Het is een vreemd oerwezen (een sterke interpretatie van Yuri Huyg), dat zich verwondert over de hem omringende wereld die bestaat uit een rij diagonaal opgestelde glanzende zuilen en een achtergrond die de gestileerde skyline van een stad of landschap zou kunnen zijn. Binnen die wereld zijn acht in zwarte strakke fitnesskledij gestoken dansers lekker pittig in de weer, als groep en in kleinere formaties. Confrontatie leidt tot een onschuldig, onhandig en nieuwsgierig onderzoek van de kant van het oerwezen die in zijn gedrag doet denken aan de Moor in Petroesjka. In de groep heerst een hooghartig negeren, dat overgaat in machtsvertoon en uiteindelijk in het liquideren van dat vreemde element. Niet een groots, wel een dynamisch en vakkundig gemaakt werk waarin de Introdansers uitstekend tot hun recht komen en laten zien dat hun klassieke scholing ze prima in staat stelt met een grote vrijheid te dansen.Meer moeite had ik met de muziekkeuze (een eigentijds werk van de Oostenrijker Erich Urbanner), die ik niet kon koppelen aan de dans. De binding tussen muziek en dans is veel prominenter aanwezig in het trio Urlicht waarvoor choreograaf Nils Christe composities van Gustav Mahler koos. Christe's danstaal is helder, vloeiend, krachtig en lyrisch en hij weet goed de weemoedige sfeer te treffen van Mahlers muziek. In Urlicht zet hij twee mensen (mooi vertolkt door Géraldine Victoir en Frank Schwarze) die met een ingehouden intensiteit de gevoelens ten opzichte van elkaar verkennen, tegenover een krachtige jonge god die boven menselijke emoties staat maar ze wel kent. Danilo Mazzota is voor zo'n rol geschapen en danst die dan ook voortreffelijk. Urlicht is niet Christe's ultieme meesterwerk maar laat opnieuw zien dat hij een van dans bevlogen choreograaf is. Het Weense programma wordt aangevuld met de terechte reprise van Ed Wubbe's tien jaar geleden gemaakte De Dood en het Meisje op Schuberts gelijknamige strijkkwartet in d mineur. Een sterke choreografie met prachtige, over de gehele linie goed uitgevoerde bewegingen. De belangrijkste rollen, die van De Dood en van het Meisje, worden nu gedanst door respectievelijk Kim van Savooyen en Katherine Stimson. Die doen dat met veel overgave en kunde maar kunnen vooralsnog de herinnering aan de oorspronkelijke vertolksters Mirjam Diedrich en Hilde Machtelinckx niet uitwissen.

Voorstelling: Moving Vienna. Gezelschap: Introdans. Nieuwe werken: Urlicht, choreografie: Nils Christe; Ostarrichi, choreografie: Renato Zanella. Reprise: De Dood en het Meisje, Ed Wubbe. Gezien: 1/10 Schouwburg Arnhem. Tournee t/m 16/12. Inf. (026) 3512111.