Populist met passie

Honderdvijfenvijftig romans schreef hij, meer dan tachtig miljoen exemplaren werden ervan verkocht, en in Nederland behoorde zijn werk – samen met dat van Lou de Jong en Winkler Prins – lange tijd tot de standaarduitrusting van honderdduizenden boekenkasten. Toch, of misschien juist daarom, is de zondag overleden Heinz G. Konsalik door de literaire kritiek nooit als serieus schrijver erkend. ,,Het geheim van mijn succes is dat ik schrijf zoals mijn lezers denken en praten,'' zei hij ooit. ,,De Nobelprijs zal ik nooit krijgen.''

Heinz Günther, die als pseudoniem de achternaam van zijn moeder koos, werd geboren op 28 mei 1923 in Keulen als zoon van een verzekeringsadviseur. In de Tweede Wereldoorlog werkte hij als journalist in Frankrijk en aan het Oostfront – een ervaring die, net als zijn latere (onvoltooide) studie medicijnen, een belangrijke rol speelt in romans als Terug naar het front, Strafbataljon 999 en Vrouwenbataljon. ,,Wie die hel overleeft,'' meende Konsalik, ,,heeft de taak om aan volgende generaties te zeggen: nooit meer oorlog.''

Konsalik schreef zijn eerste roman (over cowboys en indianen) op zijn tiende, debuteerde op zijn zestiende als journalist, publiceerde zijn eerste roman in 1946 en brak tien jaar later door met de roman De dokter van Stalingrad. ,,Een man zonder passie, zonder liefde, is geen man,'' luidde zijn credo, en in de veertig jaar die volgden schreef hij boeken als Liefdesnachten in de taiga en De oorlogsbruid. Zijn laatste boek, Der Hypnosearzt, verscheen dit jaar in vertaling.

Konsalik is vaak gekritiseerd om zijn romantische stijl en clichématige beschrijvingen van stoere mannen, beeldschone geliefdes en wrede oorlogsmisdadigers. In zijn geboorteland Duitsland hadden de literaire critici geen goed woord voor zijn `populisme' over; Konsalik woonde al jaren in het Oostenrijkse Wals, bij Salzburg. Daar stierf de met zware suikerziekte kampende auteur aan een hartaanval.