Matthijs van Heijningen speelt zichzelf

Filmproducent Matthijs van Heijningen viert dit jaar het 25-jarig jubileum van zijn productiemaatschappij Sigma Films. Op het Filmfestival in Utrecht kreeg hij onlangs een Gouden Kalf voor zijn verdiensten voor de Nederlandse film. De `Dikke Deur' van de Nederlandse filmwereld.

Donker pak, gele das, rode sokken en trekkend aan een dikke sigaar. Zijn benen legt hij lui over een bioscoopstoel heen. ,,Jongens dit duurt allemaal te lang. Als je niet snel een beslissing neemt over welke actrice het wordt dan doe ik het wel'', zegt filmproducent Matthijs van Heijningen tegen de jonge veelbelovende regisseur Lars in de film De Boekverfilming die in februari van dit jaar uitkwam. Van Heijningen produceerde de film in werkelijkheid niet, maar speelde de bijrol van producent. Eigenlijk speelde hij zichzelf.

Afgelopen week speelde Matthijs van Heijningen (55) op het Filmfestival in Utrecht als producent de hoofdrol. Van Heijningen viert dit jaar het 25-jarig jubileum van zijn bedrijf Sigma Films. Zijn hele oevre bestaat uit 31 speelfilms en negentien korte films waaronder Ciske de Rat, Een vlucht regenwulpen en Op hoop van zegen. In Utrecht kreeg hij het Gouden Kalf uitgereikt als pleitbezorger van zowel de filmindustrie als de filmcultuur in Nederland. ,,Ik houd niet van verrassingen, maar van deze wel. De prijs is een erkenning'', zegt Van Heijningen in een eetcafé aan de Herengracht in Amsterdam.

Van Heijningen, ooit begonnen als mimespeler, groeide via regisseur (bij De Fabeltjeskrant), regie-assistent (bij de spionagefilm Champagne rose is dead), en adjunct-producent (bij Jan Vrijman in 1970) en productieleider (bij Turks Fruit) tot Nederlands grootste producent. Sommigen stellen echter dat hij altijd een acteur is gebleven die zich heeft vermomd als producent.

Regisseur Nouchka van Brakel: ,,Hij speelt eigenlijk de rol van Dikke Deur. Hij voert dat in alles door.''

J.M. van Heijningen werd in 1944 geboren in een gereformeerd gezin in Alphen aan den Rijn. Hij was de middelste van drie zonen van de plaatselijke brugwachter en havenmeester. Zijn jongste broertje Jacques was tot 1 oktober directeur van het Utrechtse filmfestival. Op tienjarige leeftijd begon Matthijs met zijn vriendje Jan van Wijk het kindercircus Bell. Vernoemd naar het rebelse boekfiguur Pietje Bell. Van Heijningen: ,,Er was weinig te doen voor de jeugd in Alphen en we mochten ook vrij weinig. Dus gingen we ons zelf vermaken door voorstellingen te geven. Ik was goochelaar, clown en directeur van het circus.'' Van Wijk kan zich het circus nog goed herinneren. ,,Er zat toen al echt een acteur in Matthijs. Met al zijn fantasie was hij toen al te groot voor Alphen aan den Rijn. Maar dat hij directeur was klopt niet. Dat was ik.''

Tijdens de optredens voor zijn circus-zonder-dieren heeft Van Heijningen de basis gelegd voor loopbaan als artiest. Van Heijningen brak in het begin van de jaren zestig los van het Alphense milieu en werd mime-speler in Amsterdam. Kort daarop veranderde hij zijn naam hij groeide op als Hans in Matthijs. ,,Toen ik in 1962 na een groot mimefestival in Berlijn bleef hangen vond ik Hans veel te Duits klinken en bovendien werd ik steeds Von Heijningen genoemd. Sindsdien ben ik Matthijs'', zegt Van Heijningen nu.

Zijn oom Jo van Heijningen herinnert zich zijn neefje als ,,een wispelturig mannetje''. ,,Hans was een gezellige knul, maar het was niet de makkelijkste om te besturen. Hij was tegendraads en had lak aan alles. Hij was extreem hè. Zijn vader maakte zich daar toen wel zorgen om. Hij werd wel kort gehouden, maar Hans overdrijft dat nu weleens. Hij onderstreept dat hij streng is opgevoed om zelf wat losser te kunnen leven denk ik.''

In Amsterdam ging Van Heijningen aanvankelijk als een hippie door het leven. Zijn garderobe bestond hoofdzakelijk uit een spijkerbroek en een baseballjack. Regisseur Nouchka van Brakel ontmoette Van Heijningen voor het eerst in die tijd. Van Brakel: ,,Ik kende hem toen als een heel mager mannetje die in een spijkerbroek mime deed. In die tijd waren de meeste mime-spelers heel verwijfd, maar hij was juist iemand die dat op een stevige mannenmanier deed. Dat viel wel op.''

Via zijn toenmalige vriendin Phil Bloom, de eerste vrouw die bloot op de Nederlandse televisie te zien was, kreeg Van Heijningen zijn eerste rolletje in een film. Hij was figurant in de door Rob Houwer geproduceerde film Professor Columbus waarin Jeroen Krabbé en Phil Bloom de hoofdrollen speelden.

In 1972 kruisten de paden van Rob Houwer en Van Heijningen elkaar opnieuw kortstondig. Van Heijningen werd productieleider bij de onlangs tot Nederlandse film van de eeuw uitgeroepen film Turks Fruit. Snel werd Van Heijningen weer op straat gezet, omdat hij volgens Houwer ,,regelrechte obstructie pleegde''.

,,Terwijl wij aan het werk waren zat hij met een groot glas bier op het terras. Hij rook, denk ik, dat het een kei van een film ging worden die hij graag zelf had willen maken. Daarom wilde hijzelf ook weg. Ik heb hem nog lang de hand boven het hoofd gehouden, maar op een gegeven moment ging dat niet meer.''

,,Nee'', zegt Van Heijningen, ,,zo is het niet gegaan. Ten eerste dronk ik toen al geen bier meer. Dat ik obstructie pleegde is wel waar. Ik dacht dat ik voor Kort Amerikaans was gevraagd, maar toen ik het scenario las bleek het om Turks Fruit te gaan. Ik moest de film in zes weken draaien, maar regisseur Paul Verhoeven liep consequent een dag uit. Ik dacht toen `ik krijg je wel klootzak'. Dat werd toen een machtsstrijd tussen ons. Die verloor ik uiteindelijk. Met Verhoeven zal ik nooit meer werken. Die man is onmogelijk.''

Een jaar voor Turks Fruit leerde Van Heijningen Guurtje Buddenberg, zijn huidige partner, kennen. ,,Ik weet het nog precies'', zegt Buddenberg. ,,Het was op 2 april 1971 op een feestje in Amsterdam. Het was liefde op het eerste gezicht.''Sindsdien vervult Buddenberg zowel in het persoonlijke als in het zakelijke leven van Van Heijningen een belangrijke rol. Van Heijningen heeft de ideeën en zorgt voor de financiering, Guurtje Buddenberg neemt de uitvoering en de administratie voor haar rekening.

Buddenberg: ,,Vanaf de eerste film die in de bioscoop werd vertoond, werk ik samen met hem. Ik doe eigenlijk minimaal vijftig procent van het werk. Maar Matthijs ziet dat niet zo. Ik voel me soms miskend door hem. Daar krijg ik weleens de pé over in'', zegt ze. Toen Van Heijningen het Gouden Kalf uit handen kreeg van Tweede-Kamervoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven noemde ze ook de rol van Buddenberg. ,,Ze zei dat het kalf ook voor een stukje van mij was. Dat gaf me wel een warm gevoel.'' Het kalf staat op het bureau van Guurtje.

Matthijs van Heijningen erkent de rol van zijn vrouw, maar van een fifty-fity verdeling is volgens hem geen sprake. ,,Het gaat om het idee per slot van rekening. Ik ontwikkel de projecten en zorg voor de financiering'', zegt hij. ,,Ach, soms is het moeilijk om privé en zaken gescheiden te houden. Ik heb haar weleens gezegd `begin toch een eigen zaak dan zijn we van het hele gedoe af'. Dat wilde ze niet.''

In 1971 begon Van Heijningen voor zichzelf als producent van korte filmpjes. Van Heijningen maakte in die tijd een uiterlijke gedaantewisseling door. Samen met Jan Vrijman maakte hij in 1970 een film voor de Expo van Osaka. ,,Jan was de Kunstenaar. Broek onder de buik en brandgaten in zijn kleding. Ik was de straight guy. Ik kocht een donkergrijze broek en een blazer'', zegt Van Heijningen.

Ook besloot hij om ,,voor zijn dertigste miljonair'' te worden. Van Heijningen ruilde de sigaret in tegen een dikke sigaar, ging dasspelden en manchetknopen dragen met de initialen MVH, schafte een Daimler S3 aan, richtte zijn eigen bedrijf op en kocht kasteel Bolenstein in Maarssen. Inmiddels woont Van Heijningen aan een Amsterdamse gracht.

Volgens Van Brakel, die onder meer Van de koele meren des doods voor van Heijningen regisseerde, kan hij de act van de `Bommel-producent' volhouden, omdat hij weet dat hij zichzelf trouw blijft. ,,Hij pakt dingen onconventioneel aan. Hij doet dingen die hij zelf interessant vindt en daar zoekt hij zelf zijn mensen bij. Matthijs kiest daarbij altijd een aanvalsplan en werkt volgens een bepaalde filosofie. Hij begint aan een avontuur en kijkt eigenlijk pas halverwege of het financieel allemaal wel haalbaar is. Maar hij is op financieel gebied een echte marktkoopman.''

Het was mede aan Van Heijningen te danken, dat Van Brakel in 1975 als beginnend regisseur een film kon maken. Subsidie van een lange speelfilm werd toen niet verstrekt, maar wel voor korte films. Van Heijningen liet daarop vier verhalen van Heere Heeresma verfilmen door de vier jonge regisseurs Bas van der Lecq, Guido Pieters, Ernie Damen en Nouchka van Brakel. Het vierluik dat bij elkaar één speelfilm vormde, kreeg de titel Zwaarmoedige verhalen voor bij de centrale verwarming. De film werd een succes en Van Heijningens naam als producent was gevestigd.

Een jaar later gaf hij opnieuw vier regisseurs een kans met het vierluik Alle dagen feest, gebaseerd op een verhaal van Remco Campert. Eén van de vier was destijds Ate de Jong. ,,Hij bood me toen een kans. Dat was heel mooi.'' De Jong maakte nog drie films met Van Heijningen, waaronder een van de succesvolste producties van de producent. Een vlucht regenwulpen uit 1981 leverde voor het eerst een grote winst op voor Van Heijningen. ,,Hij heeft denk ik zijn kasteel met Een vlucht regenwulpen bekostigd. In het contract stond wel dat een percentage van de winst naar de regisseur zou gaan, maar eigenlijk had niemand er rekening mee gehouden dat er daadwerkelijk geld verdiend kon worden. Dat was nog nooit voorgekomen. Matthijs wilde aanvankelijk ook niet betalen. Uiteindelijk heeft mijn advocaat brieven geschreven en heb ik toch een percentage gekregen'', aldus De Jong.

Van Heijningen staat in de filmwereld bekend als `zuinig'. Als iemand die je een paar keer een rekening moet sturen alvorens hij betaalt. Van Brakel: ,,Hij vindt dat de mensen hun geld echt moeten verdienen. Sommige mensen vergeten wel eens na een paar keer om een rekening te sturen en dan heeft hij weer een paar honderd gulden gewonnen. Dat vindt hij leuk.''

Naast zijn zuinigheid is ook de opvliegendheid van Van Heijningen één van zijn karaktereigenschappen. ,,Ik ben een ram en ik kaffer wel eens iemand uit. Maar dat is wat mij betreft ook snel weer over.'' Guurtje Buddenberg: ,,Soms is dat vervelend. Hij vergeet het weer snel, maar dat kan ik niet altijd''. Ate de Jong: ,,Hij kan moeilijk zijn emoties tonen. Als hij met zijn schouders begint te trekken en zijn kraag omhoog doet, weet je dat er een uitbarsting komt. Maar het komt altijd weer goed. Hij is niet haatdragend.''

Van Heijningen heeft de afgelopen 25 jaar de rol als Nederlands producent zo geperfectioneerd dat er geen verschil meer is te zien tussen de Van Heijningen die de producent speelt in De Boekvertelling en de Van Heijningen die bezig is met nieuwe films als De omweg van Frouke Fokkema, De vriendschap van Nouchka van Brakel en De zwarte meteoor van Guido Pieters. Eddy Terstall regisseur van de Boekverfilming: ,,Hij had weinig moeite met de rol die hij speelde. Hij deed als een echte toneelspeler met veel zelfspot. Maar dat is ook niet verwonderlijk. Matthijs is iemand die 24 uur achter elkaar een act neerzet.''