Lijstjes

Dit is het jaar van de lijstjes-van-de-eeuw. De grootste staatsman, het beste boek, de mooiste vrouw, de leukste mop – het is een onuitputtelijke reeks. Daarnaast blijven ook de lijstjes-van-het-jaar uitkomen, zodat ik voorzie dat tegen het einde van het jaar een hopeloze file van lijstjes ontstaat, die zich als een onverzadigbare slang door alle kerstbijlages zal heenkronkelen.

De afgelopen week kwamen mij twee nieuwe lijsten onder ogen die tot enige nadere beschouwing noden. Zo verscheen in het Amerikaanse zakenblad Forbes een lijst met de vierhonderd rijkste mensen van Amerika. Zoals ik al vermoed had: mijn oom in Amerika staat er niet op, ook al heeft hij veertig jaar de tijd gehad om het daar helemaal te maken. Er staan wel veel andere immigranten op die lijst: liefst 61 mensen zijn immigrant of kind van een immigrant. Het zijn cijfers die zelfs Janmaat deugd zouden doen, temeer omdat er weinig zwarte immigranten onder zijn – de immigranten van Indiase en Chinese afkomst scoorden het hoogst.

Wat leert deze lijst van de rijken vooral? Dat het grofste geld in de computer/softwarewereld valt te verdienen. Bill Gates van Microsoft staat uiteraard aan de top met 85 miljard dollar. In zijn kielzog bevinden zich nog acht andere employees van Microsoft, die met bedragen van een half tot anderhalf miljard evenmin mogen klagen.

Wat ook heel aardig loopt, dat is de kabeltelevisie. Daar worden door acht mannen (`cable guys') bedragen tot veertig miljard verdiend. De inkomsten van de mediamensen (`media moguls') liggen gemiddeld lager. Iemand als Oprah Winfrey, toch een van de rijkste vrouwen van Amerika, komt niet verder dan 725 miljoen en zelfs Steven Spielberg valt met zijn twee miljard in dit gezelschap niet echt op.

Het andere lijstje dat mijn aandacht trok, was dat van `de vijftig irritantste Nederlanders van 1999' – resultaat van een door Nieuwe Revu gehouden enquête. De top-tien ziet er als volgt uit: 1. Theo van Gogh.

2. Emiel Ratelband. 3. Paul de Leeuw. 4. Menno Buch. 5. Ron Brandsteder. 6. Willibrord

Frequin. 7. Hennie Huisman.

8. Frits Bolkestein. 9. Wim Kok. 10. Hans van der Togt.

Wat opvalt – ook bij de rest van de lijst – is dat het meestal om tv-persoonlijkheden gaat. Niets wekt kennelijk zozeer het afgrijzen van de gemiddelde Nederlander op als de tronie van iemand, die in zijn ogen te vaak en om de verkeerde redenen op de televisie verschijnt.

Zelf ben ik ook in dit opzicht geen haar beter, want wat wil het geval? Terwijl ik dit lijstje zit te bekijken, verschijnt op mijn tv-scherm een zich Eddy Zoëy noemende patjakker die namens BNN buitenlanders lastigvalt. Ik zie hem in een duur Londens hotel een gedienstige hotelbediende vernederen door hem steeds met onmogelijke opdrachten op te zadelen. Dat begint een nieuwe tv-mode te worden: met draaiende camera argeloze mensen pesten. Op mijn lijstje komt die Zoëy alvast tussen Buch en Frequin – geen geringe eer.