Italië twijfelt aan spijtoptanten

Sinds de vrijspraak in Italië van oud-premier Andreotti ruiken andere verdachten van mafiabanden hun kans. Spijtoptanten verspreiden leugens, roepen ze in koor.

Toen in 1992 het smeergeldonderzoek Schone Handen op gang kwam in Italië, leidde dit tot een lawine van onthullingen die een bewind ten val brachten dat een halve eeuw had standgehouden. Maar veel verdachten ruiken nu hun kans. Ze maken zich op om het deksel op deze beerput stevig te vergrendelen en de roerige geschiedenis van de afgelopen jaren te herschrijven.

De impuls hiervoor komt van de vrijspraak voor zevenvoudig premier Giulio Andreotti, een van de gevallen goden. Een juryrechtbank in Perugia sprak hem onlangs volledig vrij van de beschuldiging dat hij in 1979 door de mafia een journalist had laten vermoorden die belastende informatie over hem wilde publiceren.

Er speelt nog een andere rechtszaak tegen Andreotti, in Palermo, waar hij wordt verdacht van banden met de mafia. Maar het ingewikkelde proces in Perugia, dat drieëneenhalf jaar heeft geduurd, roept vragen op over de drijfveren van Italiaanse magistraten en over de betrouwbaarheid van de `pentiti', spijtoptanten van de mafia.

Sommigen interpreteren de vrijspraak voor Andreotti in Perugia als ,,een buut vrij voor allemaal'', constateerde La Repubblica, want geprobeerd wordt ook andere processen in een nieuw licht te plaatsen. De smeergeldschandalen zouden bewust zijn gecreëerd door ambitieuze magistraten met een politieke agenda. De pentiti zouden meer leugens dan waarheid hebben verteld. Dat de corruptie systematisch en grootschalig was, dat veel politici tegen de mafia hebben aangeschurkt, en dat juist door de informatie van pentiti de strijd tegen de mafia enorme vooruitgang heeft geboekt, wordt gemakshalve vergeten in het verlangen om wraak te nemen.

De beschuldigingen tegen magistraten en pentiti zijn niet nieuw, maar ze snijden in het proces in Perugia wel enig hout. Daarbij komt dat Andreotti zich nooit aan het oordeel van de justitie heeft proberen te onttrekken - in tegenstelling tot mediamagnaat en oppositieleider Silvio Berlusconi, die in de smeergeldzaken tegen hem claimt dat hij in het huidige justitiële bestel geen eerlijk proces kan krijgen. Dat geeft de vrijspraak voor Andreotti extra gewicht.

Ook tegenstanders van Andreotti hebben gezegd dat het in Perugia (in tegenstelling tot Palermo) nooit tot een proces had mogen komen. Het bewijsmateriaal was flinterdun en veelal van horen zeggen. Sommige magistraten hebben in het politieke vacuüm van de afgelopen jaren geprobeerd het strafrecht de plaats te laten innemen van het politieke oordeel, schreef La Repubblica, een krant die de smeergeld- en mafia-onderzoeken door dik en dun steunt. En Pietro Grasso, hoofdofficier van justitie in Palermo, zei: ,,Om de genesis van processen zoals dat in Perugia te begrijpen moet je teruggaan naar het emotionele klimaat in de jaren 1992-93, met de mafiabloedbaden: ook magistraten zijn mensen.''

Dergelijke uitspraken uit onverdachte hoek klinken sleutelverdachten als Andreotti en Berlusconi als muziek in de oren. Zij vertalen die als een algemene veroordeling van de magistratuur. Giancarlo Caselli, Grasso's voorganger in Palermo en de man achter het proces daar tegen Andreotti, ziet de eerste tekenen van ,,een lynchcampagne'' tegen magistraten.

Bovendien wordt de uitspraak in Perugia geïnterpreteerd als een vonnis dat de pentiti onbetrouwbaar zijn. Of de rechtbank dit echt heeft willen zeggen, blijkt pas als de motivatie van het vonnis openbaar is gemaakt. Eén minder belangrijke spijtoptant is in staat van beschuldiging gesteld wegens mijneed, maar de tientallen andere niet. Maar dat Andreotti en de vijf andere verdachten in Perugia niet zijn vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs, maar met de formulering ,,omdat ze de (ten laste gelegde) feiten niet hebben begaan'', suggereert dat de rechtbank de pentiti niet vertrouwde.

De Osservatore romano, de krant van het Vaticaan, schreef juichend dat het vonnis ,,het einde van de `pentitocratie' inluidt''. Maar de nationale anti-mafiaprocureur Pierluigi Vigna waarschuwt dat het systeem van pentiti niet op de helling mag. ,,Ze blijven buitengewoon nuttig'', zegt Vigna.

Nu wreekt zich dat een voorgestelde wijziging van de wet op kroongetuigen jaren in het parlement stof heeft vergaard. Er zijn ongeveer 1100 spijtoptanten. Zij en hun 3000 familieleden kosten de staat per jaar 110 miljoen gulden. Maar sommige spijtoptanten zijn met hun regeringscheque teruggevallen in oud misdadige praktijken. Andere hebben zorgvuldig gedoseerd informatie gegeven, om financiële steun te blijven krijgen.

Er bestaat brede politieke overeenstemming dat pentiti in ieder geval een minimum aan celstraf moeten uitzitten en alleen voor hulp in aanmerking komen als ze alles in één keer vertellen. Bovendien moet beter geselecteerd worden wie de echt belangrijke spijtoptanten zijn. Omdat dit niet is gebeurd, staat de geloofwaardigheid van pentiti onder druk. Daarom wordt met grote spanning gekeken naar het andere proces tegen Andreotti, in Palermo. Binnen een paar weken wordt daar een uitspraak verwacht.

Andreotti is, gezien het precedent in Perugia, vol vertrouwen. Maar strafrechtelijk is het een stuk eenvoudiger om banden met de mafia te bewijzen dan opdracht tot moord. Bovendien hebben de openbare aanklagers in Palermo sterkere kaarten in handen dan hun collega's in Perugia. Het vonnis zal, hoe dan ook, sterk bepalen hoe de recente geschiedenis van Italië wordt geschreven.