Geen Serviër die gelooft aan een ongeluk

Was Vuk Draškovic gisteren het slachtoffer van een verkeersongeluk? Of ging het om een aanslag? En als het om een aanslag ging – was hij of zijn hoogst omstreden zwager het doelwit?

In het achterdochtige en `complotgevoelige' Servië is geen mens te bekennen dat achter het ongeluk van zondag niet een duistere opzet vermoedt. Een kurkdroge kaarsrechte weg, op klaarlichte dag. Daar gebeurt niet zomaar een ongeluk. Zeker niet op nagenoeg dezelfde plaats waar in 1965 Tito's trouwe oorlogsvriend en hoofd van de geheime politie Slobodan Penezic, alias Krcun plotseling tegen een boom vloog en het leven liet. Een eveneens duister ongeluk dat nooit is opgehelderd. Het rietland langs de weg is een ideale schuilplaats voor auto's die vanuit het niets de weg willen opspuiten.

Dat er dagelijks op gelijksoortige wegen door het Servië tientallen ongelukken gebeuren speelt even geen rol. Net als het feit dat de macho lijfwachten van mensen als Draškovic hun BMW's en Audi's rustig met een vaartje van honderdvijftig kilometer per uur over de tweebaanswegen van midden Servië jagen.

Zelfs al zou het een regulier ongeluk zijn, dan nog zouden de Serviërs altijd blijven geloven dat het een aanslag was. De chauffeur van de bewuste vrachtwagen heeft immers de benen genomen en de nummerplaats van zijn auto staat nergens geregistreerd.

Draškovic zelf was vanaf zijn ziekbed de eerste die het woord aanslag gebruikte. ,,Als door een wonder van God heb ik de aanslag overleefd'', zei hij met gebroken stem voor de camera van zijn eigen televisiestation. De schuldigen zullen volgens Draškovic hun straf niet ontlopen.

Zijn grote rivaal binnen de Servische oppositie Zoran Djindjic daarentegen denkt dat de kans groot is dat de aanslag nooit zal worden opgehelderd. Net als de moord op de hoofdredacteur van het dagblad Dnevni Telegraf Curuvija die in april voor zijn deur werd doodgeschoten.

,,We moeten ons niet afvragen wie er belang had bij de aanslag, maar wie technisch in staat zou zijn geweest iets dergelijks op touw te zetten. Want dit was tot in de puntjes georganiseerd, als het een aanslag was. En dan moet je toch allereerst denken aan regeringskringen en door de regering gesteunde paramilitaire organisaties.''

Djindjic trok daarmee de lijn door die hij enkele uren eerder had ingezet toen hij voor journalisten verklaarde dat de regeringspartij Joegoslavisch Links, JUL, incidenten probeerde uit te lokken tijdens de straatprotesten om zo de staat van beleg te kunnen uitroepen. JUL is de partij van Mira Markovic, de vrouw van president Miloševic.

De vermeende aanslag van gisteren zou verband houden met een op komst zijnde verzoening tussen de oppositieleiders Draškovic en Djindjic. Donderdag hadden de partijen van de beide heren aan een ronde tafel in Belgrado gesproken over voorwaarden voor vervroegde verkiezingen. Deze week zou Draškovic zich, volgens bronnen binnen de familie zelf, alsnog bij het straatprotest aansluiten.

Maar niets is simpel in Servië en achter een eventuele aanslag zouden ook heel andere motieven schuil kunnen gaan.

De dodelijk verongelukte metgezel van Draškovic was zijn zwager Veselin Boskovic, de broer van zijn vrouw Danica. Boskovic stond bekend als de meest corrupte man van Belgrado. Toen de Servische Vernieuwingspartij SPO in 1997 het stadsbestuur ging leiden kreeg Boskovic, als lid van de Draškovic-clan, een fraaie post. Hij mocht vestigings- en bouwvergunningen gaan afgeven. Weldra kon er geen spade meer de grond in en geen bedrijf geopend zonder dat daarvoor eerst smeergeld aan Boskovic werd gegeven. Onder zijn leiding begon de clan duistere wegen te bewandelen en raakte ook Draškovic zelf besmet met allerlei corruptie zaken. Sommige waarnemers in Belgrado menen dat dit ook de werkelijke reden is voor het feit dat Draškovic zich tot nog toe niet bij de straatprotesten tegen Miloševic heeft willen aansluiten. De Servische regering zou te veel belastend materiaal tegen hem verzameld hebben.

De theorie dat het wellicht niet zozeer om Draškovic als wel om Boskovic ging wordt nog versterkt door het feit dat een naaste medewerker van deze laatste sinds vrijdag `in gijzeling' wordt gehouden. Vladimir Nikolic, marketing director van de afdeling bouwgrond (en voormalig medewerker van de geheime dienst).

De vrouw van Nikolic heeft van de geheime dienst te verstaan gekregen dat ze zich koest moet houden. Nikolic zelf heeft een telefoontje naar huis gepleegd met de boodschap dat hij `een vader op zakenreis' is, een verwijzing naar een beroemde Joegoslavische film over politieke aanhoudingen.

Dit zijn allemaal zaken die de Servische bevolking, bij gebrek aan onafhankelijke media, veelal bij gerucht verneemt. In Belgrado weet iedereen dat de familie Draškovic met één been in de politiek en met de andere in het mafiose zakenleven staat. Maar men weet ook dat het regime flink in zijn maag zit met de aanhoudende straatprotesten en de jongste flirt tussen Djindjic en Draškovic. Zelf als het een gewoon ongeluk was zou niemand het geloven.