Een Schotse veldslag

Twee rugbygrootmachten stonden gisteren bij het WK tegenover elkaar, Schotland en Zuid-Afrika. Een botsing tussen twee continenten.

Een kilometerslang bontgekleurd lint meandert door de straten van de Schotse hoofdstad. Supporters in allerlei kleuren en maten, voorzien van vlaggen, hoeden en een dorstige keel, rukken op naar de poorten van Edinburghs rugbytempel, Murrayfield. Met hun gezang overstemmen zij de mannen in kilt die – kan het Schotser? – op een doedelzak staan te spelen.

Het is zondag, even voor drieën en Edinburgh maakt zich op voor een titanenstrijd, Schotland versus Zuid-Afrika. Ruim 50.000 fans zijn getuige van de krachtmeting tussen de officieuze kampioen van Europa – want onlangs winnaar van het Vijflandentoernooi – en de ploeg die vier jaar geleden het isolement doorbrak door in eigen land de wereldtitel op te eisen, de Springboks. Kortom, A Battle of The Giants.

Een botsing ook tussen twee continenten. Al sinds het eerste WK, twaalf jaar geleden in Australië en Nieuw Zeeland, doet Europa verwoede pogingen het machtsmonopolie van het zuidelijk halfrond te breken. Tevergeefs, want bij de drie voorgaande edities ging de titel telkens naar een land van beneden de evenaar.

Rugby World Cup'99, verspreid over vijf Europese landen, moet daar verandering in brengen. Schotland-Zuid-Afrika is een eerste vingerwijzing en Edinburgh de aangewezen locatie. Ruim honderd jaar geleden, op 23 maart 1871, was de Schotse hoofdstad het toneel van de eerste officiële rugbyinterland, Schotland-Engeland. `Come and have a go if you think you're hard enough!' lieten de Schotten voorafgaand aan het duel afdrukken in een Engelse krant. De Engelsen namen de uitdaging aan, maar gingen ten onder.

Provocaties zijn ditmaal niet nodig. Schotland ruikt zijn kans na een seizoen waarin Zuid-Afrika, vorig jaar nog goed voor een record van zeventien zeges op rij, vier van de vijf duels verloor. Met een benauwde zege op Australië werd het imago vorige maand opgepoetst door de Springboks, die in Europa streven naar eerherstel.

Op medewerking van de Schotten hoeven ze niet te reken. Vijf minuten voor vijf verandert Murrayfield in een orkaan van geluid. Dat Schotten kunnen zingen was al langer bekend, maar zo passievol The Flower of Scotland ten gehore brengen, die gave lijkt slechts voorbehouden aan rugbyers en hun vele trouwe volgers.

Rugby is a way of life, zeggen de Schotten. Een levensstijl die in het teken staat van strijd en discipline, en appelleert aan roemruchte tijden, de dagen dat de Schotten overhoop lagen met de Engelsen. Een sport ook die, anders dan het voetbal met zijn katholieke en protestantse facties, verbroedert en de Schotten een identiteit geeft.

Rugby is ook de ziel van Zuid-Afrika, althans voor de nazaten van de eerste blanke kolonisten, de Afrikaners. De ruige sport met de ovalen bal verschaft de trotse Afrikaners het zelfbewustzijn dat ze sinds de ontmanteling van het apartheidsregime langzaam maar zeker verloren hebben in het multiraciale Zuid-Afrika. Het gestoei met lijf en leden roept herinneringen op aan de dagen dat de Boeren het land na veel bloed, zweet en tranen in gebruik namen. Aan de verbeten oorlogen die ze begin deze eeuw uitvochten met de Britse bezetters, ja, aan alles wat hen naar eigen zeggen zo bijzonder maakt.

Het boegbeeld van de Afrikaner onverzettelijkheid anno 1999 is Os du Randt, een massieve vleesklomp van 130 kilo uit Vrijstaat. Met zijn imposante gestalte jaagt The Ox zijn tegenstanders de stuipen op het lijf. ,,Duels met Du Randt zouden om humanitaire redenen verboden moeten worden'', schrijft Scotland on Sunday.

Geconfronteerd met die woorden verschijnt een glimlach op het gezicht van Jan Arendse. ,,Ossie stopt die Schotten vandaag onder de grond'', verzekert de 47-jarige boer uit de buurt van Bloemfontein een uur voor de wedstrijd. ,,Hij is onze rots in de branding.''

Samen met zijn beide zoons streek Arendse zaterdag neer in Edinburgh. Pas op 7 november, een dag na de finale in Cardiff, denkt hij terug te keren in Zuid-Afrika, vanzelfsprekend in het gezelschap van de wereldbeker. ,,Drie dingen tellen in mijn leven'', vertelt Arendse. ,,Mijn vrouw en mijn kinderen, mijn boerderij en de Springboks, de rest nie.''

Ook de vader des vaderlands, oud-president Nelson Mandela, is in de ban van de de rugbyers. Mooi Mooi Amabokoboko!, oftewel `Mooi mooi Springboks!', luidt de aanmoediging van de gepensioneerde politicus in een van de commercials die de Zuid-Afrikaanse tv dezer dagen vertoont.

Vier jaar geleden leidde de wereldtitel tot een zelden vertoond staaltje van saamhorigheid in Zuid-Afrika. Zij aan zij bejubelden blank en zwart de winst van de nationale ploeg. Mandela greep de zege aan om zijn pleidooi voor een multiraciaal Zuid-Afrika kracht bij te zetten. Het was een wrange speling van het lot dat uitgerekend het rugby, lange tijd een bolwerk van onverzoenlijke blanken, zoveel eensgezindheid teweeg bracht.

Alle mooie woorden van Mandela over `a rainbow nation' ten spijt, vier jaar later telt de WK-selectie, in totaal dertig man sterk, slechts vier niet-blanken: twee zwarten en twee kleurlingen. Temidden van robuuste mannen als De Beer, Erasmus, Swanepoel en Van der Westhuizen vormen zij een bezienswaardigheid.

Van het viertal kan alleen Deon Kayser rekenen op een basisplaats. Tegen de Schotten maakt de 29-jarige flanker indruk. Kayser bekroont zijn glansrijke optreden met een try en maakt tien minuten voor tijd plaats voor een andere kleurling, Breyton Paulse.

Zuid-Afrika wint de veldslag in groep A met 46-29 en kan zich, na verplichte nummertjes tegen Spanje en Uruguay, opmaken voor het grote werk. In de kwartfinales wacht vermoedelijk een treffen met Engeland of Nieuw Zeeland.