Droomloos Nederland

Iedereen zat er met spanning op te wachten: hoe Pronk zou reageren op de `ontpronking' van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid. De toon voor dat beleid heeft hij gezet, en nu het vijftigjarige bestaan ervan wordt gevierd, verwachtte men dat hij het feestje zou bederven. Pronk is nu eenmaal geen feestneus en bovendien heeft hij geen enkele reden om te accepteren dat Herfkens een eind aan zijn erfenis probeert maken, hoezeer ze ook ontkent dat ze daarmee bezig is.

Pronk heeft, in de drie kabinetsperioden waarin hij zijn stempel op het beleid tegenover de Derde Wereld drukte, alles gewild. Armoede bestrijden, schulden verminderen, structuren veranderen, democratie bevorderen, mensenrechten veiligstellen, vluchtelingenstromen beperken, vrede brengen. In zoveel mogelijk landen op alle continenten. Pronk was een man met grote idealen. De wereld moest na hem een betere zijn.

Herfkens is juist bescheiden. In een klein aantal landen wil ze de armoe een beetje verlichten. Dat is overzichtelijk, uitvoerbaar en effectief, zegt ze, waarmee ze gelijk ook duidelijk maakt wat ze van haar voorganger denkt: Pronk was chaotisch en ineffectief.

Dat is ook zo. Pronks gedachten waren zo groot en wild dat zijn ambtenaren er gek van werden. Wat dat betreft is Herfkens een veel betere minister. Ze is meer een topambtenaar dan een bevlogen staatsvrouw en ze past uitstekend in de sfeer die Kok zo prettig vindt. Kok is zelf ook eerder een droomloze ambtenaar dan een bezielende staatsman.

Maar Pronk reageerde niet. Herfkens gaat al twee jaar haar gang, ze krimpt in, verzakelijkt, reorganiseert en stroomlijnt. Pronk zweeg. Alsof het hem niet kon schelen dat zijn twee doorwrochte nota's, `Een Wereld van Verschil' en `Een Wereld in Geschil' stilletjes, en eigenlijk niet eens zo stilletjes, in de prullenmand verdwenen. Daar lagen zijn idealen, ambities en filosofieën over de veranderende wereld.

Maar hij zei niets. Alsof de harmonie in het kabinet hem liever was dan het redden van de mensheid. Alsof hij eindelijk had geleerd zijn mond te houden en alleen te spreken als de minister-president hem iets vroeg.

We waren het niet van hem gewend. De man die zich altijd met alles bemoeide, de man die over heel de aardbol reisde, een helm opzette en de troepen bezocht als er oorlog was, naar slagvelden ging en verminkten, hongerigen en stervenden onder ogen kwam, maar ook de schurken en moordenaars sprak, de man die zijn gevoelens niet ontzag en soms zijn tranen niet kon bedwingen – zou die man ineens zijn schouders ophalen terwijl een ambtenaar in Den Haag alles waar hij voor stond in de papierversnipperaar slingerde?

Nee, Pronk zou Pronk niet zijn als hij dat over zich heen liet gaan. De krantenredacties veerden daarom op toen de RVU een promotiefilmpje van een documentaire stuurde waarin hij de tegenaanval leek in te zetten. `Pronk heeft felle kritiek op opvolger', kopte NRC Handelsblad. Hij zou hebben gezegd dat Herfkens op de verkeerde weg is, dat zij te voorzichtig is en geen risico's durft te nemen.

Ik heb het promotiefilmpje gezien en het valt allemaal erg mee, of tegen, zo men wil. Pronk noemt Herfkens nergens bij naam en hij verwijst geen moment rechtstreeks naar haar beleid. Het is de fantasie van relbeluste journalisten die aan zijn uitspraken een andere draai gaven.

Pronk zegt letterlijk: ,,Wanneer je aan ontwikkelingslanden vraagt dat ze het eerst allemaal heel goed moeten hebben geregeld voordat ze hulp krijgen – dat is iets wat heel veel mensen momenteel vragen aan die landen – dan ben je naar mijn mening op de verkeerde weg. [...] Want dan is ontwikkelingssamenwerking overbodig geworden en kun je het aan de markt overlaten.''

De grote confrontatie waar de journalisten op wachtten heeft zich, in deze documentaire althans, niet voorgedaan. Maar het had gekund. Het gaat per slot om de strijd tussen oeroude Hollandse archetypen, de dominee en de koopman. Hoewel het nog niet helemaal duidelijk is wie hier koopman is en wie dominee.

Herfkens zegt: eerst een goed bestuur dan hulp, anders is het weggegooid geld. Pronk zegt: met de hulp moet je goed bestuur bewerkstelligen. Daarna kun je het aan de markt overlaten.

Dat is een fundamenteel verschil, omdat de vooronderstellingen tegengesteld zijn.

Herfkens gaat uit van gelijkwaardigheid. De mensen in de arme landen zijn verantwoordelijk voor hun eigen bestuur. Ze hebben een keus. Ze kunnen corruptie toelaten of uitbannen. Als ze voor corruptie kiezen heeft dat een gevolg: geen geld van Herfkens. Ze hebben belang bij een goed en eerlijk bestuur. En ze kunnen dat nastreven, omdat ze in die landen net zo mondig, redelijk en verstandig zijn als hier.

Pronk gaat niet uit van gelijkwaardigheid. Er zit een vleugje bevoogding en zelfs Machiavellisme in zijn visie. De mensen daar moeten geholpen worden aan een goed bestuur. Ze moeten daartoe worden verleid. Uit zichzelf kunnen ze dat niet. De partij die het minst corrupt is moet je een wortel voorhouden, waardoor die de verkiezingen wint.

In Suriname is deze strategie in zeer vergaande mate toegepast en inderdaad heeft de minst corrupte partij de verkiezingen gewonnen. Dat de meest corrupte partij toch het presidentschap veroverde lag niet aan Pronk. Hij had een risico genomen en het was bijna gelukt.

Daarop trad Herfkens aan die plompverloren zei dat ze geen hulp wilde geven aan een `roversbende'. Al meteen aan het begin van haar ministerschap toonde ze hoe weinig diplomatiek ze was, en hoe weinig gevoel ze had in het bespelen van de verhoudingen in de arme landen.

Maar het bespelen van de verhoudingen in arme landen blijft iets betuttelends behouden: het was Pronk die wist wat goed voor ze was. Ze moesten worden verleid, gestraft of beloond, op z'n minst gemanipuleerd. Op slinkse wijze was Pronk de mensen aan het opvoeden. Hij had een beschavingsopdracht.

Maar was hij daarom de dominee? Zo simpel ligt dat niet. Hij gebruikt in feite de handigheid van de koopman: hij is net zo pragmatisch tegenover de Derde Wereld als de VS tegenover Cuba: als u de mensenrechten niet naleeft krijgt u handelsbeperkingen. Dat is een praktische en nuchtere houding waar niemand vragen over stelt.

Herfkens daarentegen wacht op de ideale situatie, voordat ze meedoet. Je moet mensen helpen die zichzelf helpen, zegt ze woordelijk. Ze gaat er dus vanuit dat ze zichzelf kunnen helpen, en voor wie de Derde Wereld kent klinkt dat tamelijk idealistisch.

Herfkens is niet echt een dominee, want dominees bezoeken ook de zondaars. Herfkens is meer een engel die zich niet wil laten besmetten door de zonde. Ze verleent nazorg, ze beloont degenen die het goed hebben gedaan. Het aanmoedigen van de slimsten en sterksten, dat past in deze tijdgeest. De `ontpronking' waarmee ze bezig is, het past helemaal in de droomloze toestand waarin Nederland zich bevindt.