UNIVERSEEL VACCIN TEGEN GRIEP BEGINT IN ZICHT TE KOMEN

Moleculair biologen uit Gent hebben met vernuftige genetische manipulaties een vaccin ontwikkeld dat muizen beschermt tegen meerdere varianten van het griepvirus. Gevaccineerde muizen bezweken slechts bij uitzondering aan dodelijke hoeveelheden virus.

Elk jaar opnieuw krijgen ouderen en chronisch zieken in november een griepprik. Dit is een jaarlijks terugkerend ritueel, omdat er elk jaar een andere soort griep heerst. De boosdoener, het influenza-A virus, kent namelijk een aantal sub-typen waarvan de eiwitten van de buitenkant of mantel van het virus regelmatig van samenstelling veranderen. Steeds een nieuwe mantel helpt het virus te overleven in het lichaam. Het geheugen van het afweersysteem zou het virus aan een `oude' mantel onmiddellijk herkennen en een spervuur van antistoffen ontketenen. Nu duurt het een dag of zes eer de antistofproductie op gang is. Dat is de tijd dat we ziek zijn. Gelukkig is het aantal sub-typen eindig en kan ook redelijk goed voorspeld worden welke er deze winter zullen rondwaren.

De veranderingen in de virusmantel komen vooral voor rekening van twee belangrijkste manteleiwitten, hemaglutinine (H) en neuraminidase (N). Een derde type manteleiwit, M2 genaamd, is veel minder veranderlijk. Antistoffen tegen dit eiwit kunnen daardoor in principe meer virustypen de baas. Dat was ook de gedachtengang van de Gentse biologen bij hun pogingen een universeel griepvaccin te maken (Nature Medicine, oktober 1999). Zo'n vaccin moet in elk geval het naar buiten stekende deel van M2 bevatten, om het lichaam te leren welke antistof het moet maken en deze informatie in het immunologisch geheugen op te slaan.

De zuiderburen koppelden een deel van het M2-gen uit het griepvirus aan het gen voor het manteleiwit van een ander virus en bouwden dit fusieproduct in bij de darmbacterie E. coli. Het resultaat was dat de bacterie eiwitpartikels ging maken waaruit het staartje M2 steekt dat ook uit het griepvirus steekt. Deze partikels werden vervolgens als vaccin aan muizen toegediend die vervolgens antistoffen tegen het staartje maakten.

Drie weken na het toedienen van het vaccin kregen de dieren twee varianten van het griepvirus in potentieel dodelijke hoeveelheden. Steeds overleefden (bijna) alle gevaccineerde muizen, terwijl de niet-gevaccineerde soortgenoten op een enkeling na het loodje legden. De beschermende werking van het vaccin bleek een half jaar later nog intact te zijn.

Een zeer fraai resultaat, maar de bewering dat dit een universeel werkend vaccin is, is nog prematuur. Onduidelijk is of er niet ook meer varianten van het M2-eiwit bestaan, c.q. ontstaan als dat nodig is. Daarnaast moet het vaccin met meer dan twee sub-typen van het griepvirus worden getest en zijn tests bij de mens nodig.