Toen was geluk heel gewoon

Het gaat over een oliedomme buschauffeur en een slinkse putjesschepper in de jaren vijftig; en is al vijf jaar mateloos populair op de Nederlandse televisie. ,,Op zondagavond kijken drie intellectuelen naar de VPRO, de rest van Nederland kijkt naar Toen was Geluk heel gewoon'', wist Jules Deelder bij de 100ste aflevering van de KRO-comedy, begin dit jaar. Afgelopen maand werd de serie bij de Academy Awards uitgeroepen tot beste comedy. En aanstaande vrijdag loopt hij ernstig het risico de Televizierring te winnen.

,,In het begin was het een beetje een Van Houweninge-comedy'', zegt hoofdrolspeler Sjoerd Pleijsier, verwijzend naar de maker van Zeg 'ns Aaa en Oppassen. ,,Wat díe doet, heeft niets met comedy te maken. Elke rimpel die ontstaat, wordt meteen weer gladgestreken. Wij vinden dat je in een comedy juist rimpels moet máken! En dat het heel veel moeite moet kosten om ze weer glad te strijken.''

Toen was Geluk was in het begin, toen de scripts nog gebaseerd waren op de Amerikaanse oercomedy The Honeymooners, ook te braaf, vindt Pleijsier. Tegenwoordig schrijft hij samen met de andere hoofdrolspeler Gerard Cox de teksten zelf – 20 afleveringen per jaar – de ene dag bij Cox thuis, de andere bij Pleijsier. ,,We hebben geen duidelijke afspraak wie wat doet. We verzinnen het door gewoon een beetje met elkaar te zitten praten.''

Drie van de vier hoofdpersonen komen uit de Rotterdamse regio; Joke Bruijs, Gerard Cox en hijzelf, maar de serie is niet autobiografisch, zo haast Pleijsier te zeggen. ,,Gerard mag dan een domme Rotterdammer van Zuid zijn, zo oliedom als zijn personage Jaap is hij nu ook weer niet.''

Om inspiratie op te doen over de voorbije jaren vijftig, leest het tweetal in oude jaarboeken `waar iedere scheet instaat die in die tijd gelaten is', en in oude jaargangen van De Telegraaf. Vooral Henk van der Meyden is favoriet. ,,Die was er toen al, met zijn volstrekt overbodige interviews. Die zijn heel goed te gebruiken. Zo hebben we personage Siem, die reporter is voor rioolkrant De Bruine Rotterdammer, over de begrafenis van Edith Piaf precies hetzelfde laten schrijven als Van der Meyden.''

Het voegt iets toe, vindt Pleijsier, dat de serie in de jaren vijftig speelt. ,,Die afstand van 35 jaar schept inzicht. Je kunt een historisch kader aanbrengen. Sporters noemen, politici, gebeurtenissen waarvan we nu weten wat ervan geworden is. Zo hebben we een personage de Bijlmer laten bejubelen, een belofte in die tijd. Het is leuk om daarmee te spelen.''

Het nadeel van de historische setting is dat mensen de serie soms als ouderwets afdoen. ,,Alsof Blackadder een ouderwetse serie is, of de verhalen van Umberto Eco omdat ze in de middeleeuwen spelen. De jaren vijftig zijn slechts het decor; Toen was Geluk gáát over de onhebbelijkheden van de mens, over ruzie maken, over `ik een beetje meer dan jij'. Dat zijn eeuwige wijsheden, die al gelden sinds Shakespeare en de Grieken.''